nieuws

Jaarmodel gww straks onderdeel van cao

bouwbreed

Nog maar weinig bedrijven in de grond- weg en waterbouw maken gebruik van het jaarmodel, het zogenaamde spreiden van werk. Alle partijen in de sector vinden het lastig. Het blijkt niet makkelijk te strijden tegen jarenlange ingesleten patronen van opdrachtgever, aannemer en werknemer. Mogelijk gaat het beter als het jaarmodel onderdeel van de cao wordt.

Staatssecretaris Tommel van VROM heeft de gww-sector gisteren bijna een miljoen gulden toegezegd om het jaarmodel te financieren. Tommel betaalt dat geld samen met de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Sociale Zaken. Dit jaar doen 230 werknemers van twintig bedrijven mee aan het experiment met het jaarmodel. Het gaat uit van langer doorwerken in de zomer. Die meer gewerkte uren worden dan in de winter uitbetaald als er minder aanbod is.

Vorig jaar hebben 90 mensen van vier bedrijven met dit model gewerkt. Toch hebben nog altijd 5500 werknemers in de gww een beroep gedaan op een werkloosheidsuitkering in de wintermaanden.

Dit aantal moet drastisch minder worden, vinden zowel werkgevers als werknemers. Volgend jaar bekijken werkgevers en werknemers of het jaarmodel onderdeel van de cao kan worden. Dat betekent niet dat het model dan verplicht wordt gesteld.

Uit het experiment van afgelopen jaar is al gebleken dat er knelpunten zijn. Voor sommige beroepsgroepen zoals de kabellegger is het langer werken fysiek een zware belasting. Het langer werken kan ook lichtverletproblemen met zich meebrengen. En voor veel bedrijven is het jaarmodel helemaal niet aantrekkelijk omdat ze hun werk nu al over het hele jaar kunnen spreiden.

Probleem (h)erkend

Gisteren is de stuurgroep die zich bezighoudt met de discontinuiteit opgeheven. Wel is afgesproken dat de verschillende partijen elkaar jaarlijks zullen ontmoeten en verder praten over problemen en oplossingen.

Ir. J.G. Nelis betoogde gisteren als lid van de stuurgroep Binnenjaarlijkse Discontinuiteit dat het probleem wordt erkend en herkend. “Erkend worden de onderbenutting van menskracht en materieel in de winterperiode en het probleem met het vinden van jong personeel.

Erkend wordt ook dat een project dat stilligt nog steeds geld kost en dat de weggebruiker overlast ondervindt van die korte tijd dat maar gewerkt kan worden.”

Oplossingen zijn er echter niet gevonden voor deze problemen. Toch is er wel wat vooruitgang geboekt. Nelis: “Zo is de Standaard 1995 aangepast. Het asfalteringsverbod is afgeschaft en er is aangetoond dat binnen de bestaande regels voor de begroting ook in de stille perioden werken kunnen worden uitgevoerd. In sommige ogen zijn dit slechts kleine stappen, volgens een enkeling te klein. Voor echte veranderingen is een cultuurslag noodzakelijk. De knop moet om bij opdrachtgevers en aannemers en werknemers.”

Iedereen werkt al jaren via ingesleten patronen en het blijkt lastig om daar doorheen te breken. “Meerjarige onderhoudscontracten met planningsvrijheid voor de aannemer zouden veel oplossen, maar om dit denken tussen de oren te krijgen is niet eenvoudig.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels