nieuws

Tunnel krijgt normale hittewerende bekleding

bouwbreed

De Westerscheldetunnel krijgt een normale hittewerende bekleding. Onderzoek heeft aangetoond dat het niet mogelijk is polypropyleenvezels in het beton van de bekledingselementen toe te passen.

Aanbrengen van de hittewerende bekleding (Promatect, 12 mm) in de Westerscheldetunnel wordt gedaan als de tunnel geboord is. Achteraf aanbrengen is duurder en tijdrovender dan de werkwijze bij conventioneel aangelegde tunnels; daarbij wordt de hittewerende bekleding bij de bouw van de tunnelelementen in de bekisting opgenomen. Bij boortunnels kan dit niet.

De bouwer van de tunnel, aannemerscombinatie KMW, stelde eerder dit jaar voor de hittewerende bekleding te laten vervallen en extra betondekking op de bekledingselementen toe te passen. Om afspatten van de betondekking bij brand te voorkomen zouden in het beton polypropyleen vezels (1 a 2%) worden gebruikt. Afspatten wordt veroorzaakt doordat bij snelle verhitting van het beton het daarin aanwezige water verdampt. Omdat de damp niet kan ontsnappen treden hoge drukken op.

Bij de branden in de Deense Storebaelttunnel en de Kanaaltunnel zijn schollen van 40 centimeter afgespat. Polypropyleenvezels smelten bij 150 gr. C. Daarmee ontstaat ruimte in het beton. Die zorgt ervoor dat de druk van de waterdamp niet te hoog kan oplopen.

Brandproeven

Het alternatief van KMW is onderzocht. In augustus dit jaar zijn brandproeven met beton en polypropyleenvezels uitgevoerd. Tijdens de proeven is de temperatuur in de oven in vijf minuten opgevoerd naar 1200 graden Celsius en afhankelijk van de brandbelasting gehandhaafd gedurende 60 of 120 minuten. Uit de resultaten bleek het voorgestelde alternatief niet te voldoen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels