nieuws

Over allochtonen in de bouw en het dilemma van de pastoorsmeid

bouwbreed

‘Meer buitenlanders in bouw welkom!’, zet Mario van der Ent boven zijn ingezonden brief in de krant van gisteren. Een schijnheilig briefje. Het hoofd arbeidszaken AVBB is ontstemd over het artikel ‘Bouw neemt liever geen allochtonen in dienst’ in Cobouw van 2 oktober. De wijze waarop Van der Ent het probleem behandelt, maakt duidelijk dat de bouw op overkoepelend niveau mijlenver afstaat van de realiteit van de werkvloer. Alsof het Bureau voor Economische Argumentatie (BEA) van KPMG twee jaar geleden niet vlijmscherp heeft blootgelegd waarom het niet botert tussen de bouw en allochtonen.

Van der Ent mag het straatje schoonvegen. Met slappe zinnen als: “De bouw timmert al jaren aan de weg met instroombevordering van allochtonen.” En: “Het probleem is niet uniek voor de bouw”, maakt het hoofd arbeidszaken de kwestie tot een probleem van iedereen. Wat er allemaal niet gebeurt om de allochtone instroom vast te houden: “…door middel van het zoeken naar ‘prikkels’ om de bedrijfstakbinding te vergroten”.

Het is allemaal uitentreuren onderzocht. Het BEA-rapport ‘Duurzame arbeidsrelaties voor allochtonen in de bouwnijverheid’ maakt melding van twintig recente studies van het allochtonenvraagstuk. Eind dit jaar komt het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid met nog een rapport over de redenen waarom allochtonen de bouw weer snel verlaten.

Risico

Heeft niemand de eindrapportage van BEA gelezen? “De bouwnijverheid is een calculerende sector”, constateren de economisch geschoolde onderzoekers al in 1995. “Risico’s waarover geen directe winstverwachting bestaat, zullen niet worden genomen.”

Uitvoerders werven veelal werknemers die op henzelf lijken in de veronderstelling hiermee bedrijfsrisico’s te verminderen. Een extra obstakel voor allochtonen is het aantrekken van personeel via informele netwerken.

Werkgevers en autochtone werknemers ontkennen volgens BEA de ernst van het probleem. “Zij verwachten dat de toestroom en integratie van de derde generatie allochtonen in de loop der tijd vanzelf tot stand zal komen”, aldus BEA. “Maar”, attenderen de onderzoekers de bouwondernemers op de volgende dwaling: “in de bouw spelen tal van (vaak verborgen) mechanismen een rol die door bedrijven weliswaar niet ervaren worden als discriminatie, maar wel de uitsluiting van allochtone groepen tot gevolg hebben.” Concreter: “De onderlinge omgang is weinig subtiel met veel grove grappen. Er wordt veel gedold met elkaar en met nieuwelingen. Autochtone collega’s menen dat hun allochtone collega’s er iets van zullen zeggen als ze te ver gaan.”

‘Wij-zij’-verhouding

Het onderzoek laat zien dat in de bouw vaak sprake is van een ‘wij-zij’-verhouding tussen allochtone en autochtone werknemers. Migranten die wel met succes in de bouw werkzaam zijn, vertellen zonder uitzondering dat zij proberen de verhoudingen niet te verstoren.

Het komt voor dat allochtonen stelselmatig worden genegeerd voor promotie. Vooral als zij zich mondiger opstellen dan van een minderheid wordt verwacht. Bovendien accepteren collega’s en uitvoerders van hun allochtone medewerker niet dat hij beter presteert dan zijzelf.

BEA vergelijkt deze houding met het dilemma van de pastoorsmeid: als ze niet bevalt, moet ze weg; bevalt ze wel dan moet ze ook weg. Een Surinaamse jongen werd volgens de onderzoekers geaccepteerd omdat hij met zijn iele postuur geen bedreiging vormde. Maar tegelijkertijd meenden zijn collega’s dat hij op langere termijn niet geschikt was voor de bouwnijverheid omdat hij te fijn was gebouwd.

Hollandse vriendin

Het rapport doet verslag van verschillende tragikomische voorvallen. Een directeur aarzelde bij het in dienst nemen van een allochtone jongere. Zou hij zich wel kunnen aanpassen? De werkgever werd gerustgesteld “toen bleek dat zijn allochtone werknemer een Hollandse vriendin had”. Een andere directeur ging altijd even met zijn allochtone werknemer mee om hem bij een klant te introduceren. Voor een volgende bouwondernemer was de achternaam van een sollicitant het probleem. Hij had eerder problemen gehad met iemand met dezelfde achternaam.

Een Marokkaanse bouwvakker werd regelmatig aangesproken over de mishandeling van een paard door een Marokkaan nadat een dergelijke gebeurtenis in het nieuws was geweest.

Allochtonen zijn in het algemeen minder weerbaar, concludeert BEA. “Het misverstand dat iemand die niet klaagt tevreden is, hindert de allochtoon bij een verdere doorgroei in het bedrijf. Dit misverstand dient weggenomen te worden.”

Daarin ligt een taak voor de directie en de afdeling PZ, luidt een van de aanbevelingen van BEA. Maar tegelijkertijd moet op uitvoeringsniveau aan de integratie worden gewerkt.

“Juist daar wordt het verschil gemaakt tussen geaccepteerd worden door de ploeg of een buitenstaander blijven.”

BEA noemt het opmerkelijk dat Turken en Marokkanen vaker bij grond- weg- en waterbouwbedrijven werkzaam zijn. Surinamers, Antillianen en Arubanen zijn relatief sterker vertegenwoordigd in het schildersbedrijf.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels