nieuws

Onderzoek Cobouw naar inkoopfunctie: Invloed aannemer op materiaalkeuze groeit

bouwbreed

Architecten beslissen als regel over de keuze van bouwmaterialen. Formeel is dit een taak van de opdrachtgever, maar in de praktijk houdt de eindbeslissing meestal niet meer in dan een goedkeuring van het voorstel van de architect. In geld uitgedrukt, beslisten de architecten in 1994 over de besteding van ongeveer f. 8,5 miljard. Met het toenemen van onderhoud en verbouwingen, groeit de invloed van de aannemer.

In opdracht van de uitgever van Cobouw, Ten Hagen en Stam, heeft het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) onderzoek gedaan naar de inkoopfunctie in het bouwproces. Wie beslist over materiaalkeuze? Wat zijn de motieven? Wie schrijft het bestek? En wie doet de feitelijke inkoop?

In de burgerlijke en utiliteitsbouw werd in 1994 voor f. 23 miljard bouwmaterialen ingekocht. Dat is 44 procent van de totale productie die in dat jaar f. 52 miljard bedroeg.

Professionele opdrachtgevers zijn verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de bouwproductie. Van de nieuwbouw en de grotere herstel en verbouwprojecten wordt het grootste deel ontworpen door architecten.

De architect schrijft meestal het bestek en doet dan als regel tevens voorstellen voor materialen. Behalve bij corporaties. Die hechten eraan zelf hun keuze te maken. Het kan de architect minder schelen van welk merk iets is. Hij kiest in de eerste plaats voor het materiaal of het systeem.

Aannemers hebben de meeste kans hun voorkeur te realiseren in de onderhandelingsfase, voordat het werk wordt gegund.

Invloed aannemer

Meer invloed hebben aannemers en installateurs bij onderhoud en herstel. Omdat de prognose is dat onderhoud en verbouwingen – nu al bijna de helft van de totale productie – in de toekomst een steeds groter deel van de bouwproductie zullen gaan uitmaken, is te verwachten dat de rol van de aannemer in de besluitvormingsprocedure steeds belangrijker zal worden.

Onder de motieven voor de keuze scoort kwaliteit verreweg het hoogst. Bij alle partijen. Op de tweede en derde plaats komen duurzaamheid en onderhoudsvriendelijkheid. Kostenoverwegingen zijn pas in vierde instantie van belang. Niet alle partijen vinden dezelfde dingen even belangrijk. Levertijd, weerbestendigheid, voorschriften van nutsbedrijven en wensen van gebruikers worden door de opdrachtgevers minder belangrijk gevonden dan door andere partijen. Het is opmerkelijk dat de invloed van consumenten bij alle partijen van ondergeschikt belang lijkt te zijn.

Uiterlijk

In het algemeen zijn opdrachtgevers en architecten meer geinteresseerd in materialen en producten die met het uiterlijk van het gebouw hebben te maken (gevelbekleding, ramen, kozijnen, deuren, dakbedekking, sanitair). Aannemers hechten vooral belang aan de technische aspecten, de duurzaamheid en middelen voor de verwerking van bouwmaterialen.

Te verwaarlozen motieven zijn een eigen bouwsysteem, recommandatie, materiaal op voorraad in eigen bedrijf, naamsbekendheid van het merk of systeem, verzoek van de onderaannemer en minder inzet van materieel.

Planning en productiviteit zijn van ondergeschikt belang, evenals bekendheid met materialen en kwantumkortingen. Ongevraagde toezending van documentatie heeft weinig invloed op de keuze.

Inkoop

De feitelijke inkoop van materialen is een taak voor de aannemers, onderaannemers en installateurs. Zij zijn meestal vrij om zelf hun leveranciers te kiezen. Van de opdrachtgevers zegt 16 procent vaak of altijd materialen in te kopen. Vooral corporaties en opdrachtgevers in de publieke sector doen dat. Onder projectontwikkelaars komt dit veel minder vaak voor. Architecten kopen zelden of nooit materialen in.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels