nieuws

Neprom inventariseert effect nieuw Bouwbesluit Dubo-pakket tot helft goedkoper

bouwbreed

Recente veranderingen in het Bouwbesluit verhogen de prijs van een portiekwoning met f. 2950 en van een tuinkamerwoning met f. 3700. Vooral de verplichte Dubo-maatregelen hebben kostenconsequenties, schrijft de Vereniging van Nederlandse Projectontwikkeling Maatschappijen in een vertrouwelijke notitie aan haar leden. Anderzijds constateert de Neprom een flinke kostenreductie van de vaste Dubo-maatregelen uit het Nationaal Pakket.

De notitie maakt onderscheid tussen woningen met het Dubo-predikaat en overige woningtypen. Voor Dubo-woningen zijn de extra kosten beperkt omdat hierin conform de maatlat van Tommel sowieso f. 3000 moet worden geinvesteerd in milieumaatregelen. De Neprom verwacht geen kostenverhogingen door de herziening van het Nationaal Pakket Dubo Woningbouw die halverwege 1998 zal verschijnen. Eerder een kostenreductie omdat een aantal maatregelen als gevolg van een daling van de marktprijzen goedkoper is geworden. Alles bij elkaar zullen de 68 maatregelen uit het Dubo Pakket die half ’98 in het Bouwbesluit worden opgenomen tussen de f. 1400 en f. 2000 aan extra kosten met zich meebrengen, stelt Neprom in de notitie.

Oekaze

Het blijkt overigens niet de bedoeling buiten de kring van Neprom-leden bekendheid aan de kostenberekeningen te geven. Drs. M.C. Oude Veldhuis reageert op de vraag ‘wat de Neprom verder met de bevindingen gaat doen?’ met de oekaze: “Ik wil niet dat er enig verband wordt gelegd tussen deze cijfers en de Neprom”. Waarom zo geheimzinnig gedaan over effecten waar de hele sector mee te maken krijgt? En die bovendien sterk leunen op schattingen van de Stichting Bouwresearch (SBR).

De notitie is opgesteld door beleidsmedewerker drs. M.Straatman. Na behandeling door de Commissie Woningmarkt is het stuk op voorstel van voorzitter C.E.C. de Reus aan alle leden toegezonden.

Over de hardheid van de cijfers schrijft Straatman: “Veel hangt af van de gekozen (marktconforme) referentiewoning, het woningtype en de mate waarin middels het ontwerp al dan niet op slimme wijze invulling gegeven wordt aan de eisen.”

Aanscherping

De grootste kostenstijgingen zijn een gevolg van de verlaging van de EPC-norm. Met de reductie tot 1,4 (per 15-12-’95) was een bedrag gemoeid van gemiddeld f. 400. Verdere verlaging tot 1,3 – zoals volgens verwachting medio 1998 zijn beslag zal krijgen – betekent een extra uitgave van f. 500 voor een portiekwoning en f. 900 bij een tuinkamerwoning.

Aanscherping van de EPC van 1,3 naar 1,2 kost relatief meer, maar Straatman kan niet zeggen hoeveel precies. Van 1,4 naar 1,2 kost bij een portiekwoning f. 1550 en bij een tuinkamerwoning f. 2200.

Draaicirkel

Wat de meerkosten zijn van de nieuwe eisen die het Bouwbesluit stelt aan aanpasbaar bouwen, hangt sterk af van het type woning. Bij een bredere woning is het eenvoudiger en dus goedkoper een vrij vloeroppervlak van 1,5 x 1,5 m achter de voordeur te realiseren. Die ruimte is nodig om met een rolstoel 360 graden te kunnen draaien.

Bij woningen die volgens minimummaten zijn ontworpen kan een extra verbreding nodig zijn. Een optelsom van de minimale afmetingen van keuken, toilet en een entree van 1,5 m resulteert in gevelbreedte van 4,8 meter; dat is 30 cm breder dan voorheen bij dezelfde plattegrond de smalste woning was. Voor de extra kosten hiervan verwijst de opsteller van de notitie naar een raming van de NWR die uitkwam op f. 4600, exclusief bestrating, leidingen en grondkosten.

Eisen aan opstelplaatsen voor liften en van een vrije doorgang voor rolstoelgebruikers binnen de woning hoeven niets of weinig te kosten, schrijft de Neprom aan haar leden. Er aan toevoegend dat “de exacte consequenties voor de beneden-boven-woning onduidelijk zijn”.

Gevraagd wat de eventuele consequenties van de prijseffecten zijn voor de corporaties antwoordt een woordvoerder van het NCIV: “Geen. Kwalitatief bouwen corporaties al boven het niveau van het Bouwbesluit.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels