nieuws

Kokje en Van Eesteren: dynastie aan wieg bouwer

bouwbreed Premium

Boele en van Eesteren nog eeuwen zelfstandig

Boele en van Eesteren bestaat honderd jaar. De Haagse bouwer en ontwikkelaar van Koninklijke Volker Wessels Stevin viert dat morgen in de Haagse Hogeschool. Het gebouw werd mede door deze aannemer gerealiseerd. Directeur Peter van Bergeijk, al 33 jaar in dienst, kijkt terug. In zijn verhaal passeren grootheden als Cor van Eesteren en Jan Kokje de revue.

Eduard Voorn

Het huidige kantoor in de Indische buurt van de residentie wordt begin volgend jaar verlaten. De organisatie is zo omvangrijk dat het niet meer past in de krappe maar statige behuizing. Een smalle krakende trap leidt langs een soort dienstliftje – vergane glorie ? – naar de steenkoude vergaderkamer, waar aan de muur een schilderij hangt waarop de geschiedenis van Boele en van Eesteren is afgebeeld. “In dit kleine huisje in Kinderdijk aan de rivier de Noord begonnen de twee heren Boele en Van Eesteren een eeuw geleden”, zegt Van Bergeijk wijzend naar het omvangrijke schilderij van een onbekende schilder. “Ze begonnen als aannemers van burgerwerk. Al snel verliet de vrijgezel Boele de onderneming en Balten van Eesteren ging door. Boele zag zeker al snel in dat de marges te dun waren”, grapt Van Bergeijk als hij inmiddels achter zijn kop koffie zit.

De drie zonen van Balten hebben een belangrijke stempel gedrukt op de Nederlandse bouwnijverheid. Cor van Eesteren schopte het tot een wereldberoemde stedenbouwkundige. Het werd professor aan de TU Delft. Eind dit jaar krijgt hij een overzichtstentoonstelling in het NAI in Rotterdam. “Lauwerus en Jaap gingen door met Boele en van Eesteren, maar ze konden niet met elkaar overweg. Het was voor Jaap aanleiding om J.P. van Eesteren op te richten, dat nu onderdeel is van TBI Holdings. De kinderen van Laurens hadden geen interesse om in het familiebedrijf verder te gaan. Er werden voor het eerst buitenstaanders aangetrokken.”

De opvolger van Lauwerus, Jan Kokje is de ‘huidige vader’ van het concern, Koninklijke Volker Wessels Stevin. Kokje nam namelijk het roer eind jaren zestig over van Lauwerus, die in het harnas is gestorven. Peter van Bergeijk veert op en begint enthousiast over Kokje te verhalen: “Hij heeft de Stevin Groep gevormd en in 1970 naar de beurs gebracht. De achtergrond was dat de familie Van Eesteren van haar bezit af wilde. Hij zag in dat projecten steeds groter en gecompliceerder werden. Om Stevin, genoemd naar de alleskunner Simon Stevin, kracht te geven werden fusiegesprekken aangegaan met Van Hattum en Blankevoort (natte aannemer), Van Splunder (heier) en J.P. van Eesteren. Met de laatste onderneming kon Kokje niet tot een vergelijk komen. De drie bedrijven waren puur complementair. Onder de bezielende leiding van Kokje is het concern via een fusie in november 1978 met Koninklijke Adriaan Volker Groep uitgegroeid tot een stevig concern. De fusie met Wessels begin dit jaar heeft hij niet meer als commissaris meegemaakt vanwege het bereiken van de 70- jarige leeftijd.”

Eigen gezicht

Opvallend is dat in alle fusieprocessen Boele en Van Eesteren zelfstandig is gebleven. “Het huidige concern is een federatie van bedrijven”, meent Van Bergeijk. “De holding is de bank en zet de grove lijnen uit. Boele en Van Eesteren moet eind van het jaar bijdragen aan de winst en dat lukt nog steeds.”

In de zeventiger jaren is dat laatste wel eens anders geweest. De markt ging veranderen. De traditionele relatie van opdrachtgever aannemer ging veranderen. “We moesten onze organisatie drastisch gaan aanpassen toen onder andere Philips en andere grote vaste opdrachtgevers besloten de investeringen aanzienlijk te temporiseren en de Rijksgebouwendienst elders ging aanbesteden. Het hebben van een omvangrijke tekenkamer en constructieafdeling was geen pre meer. Deze afdelingen werden dan ook aanzienlijk verkleind. De omzet liep in die periode terug tot f. 80 miljoen. Daarnaast moesten we relaties aangaan met nieuwe marktpartijen, zoals beleggers.”

Al heel vroeg zag het Haagse bedrijf in dat het nemen van eigen initiatieven het middel was om werk te genereren. Planontwikkeling door het gehele land is nu een belangrijke motor voor deze bouwer. “Alle plannen die worden ontwikkeld bouwen we uiteindelijk zelf”, zegt Van Bergeijk. “Op dit moment zijn dat hoofdzakelijk woningbouwprojecten. Van de huidige omzet van circa f. 200 miljoen, is tegen de 35 procent woningbouw. Het beeld dat wij sec een U-bouwer zijn is niet correct. De eerste zelfontwikkelde U-bouwplannen gaan op korte termijn van de grond komen. Al honderd jaar bedrijven we beide disciplines, renovatie en de laatste 10 jaar ook planontwikkeling.”

Wessels

Of met het ontstaan begin dit jaar van Koninklijke Volker Wessels Stevin: “die naam is wel moeilijk uit te spreken”, deze vrijheid na 100 jaar wordt verlaten betwijfelt Van Bergeijk. “We hebben succes. Als het minder goed gaat in de U-bouw kunnen we dat opvangen door de andere activiteiten. Het gaat goed met deze onderneming en met het gehele concern. Het is overigens niet zo dat we niet samenwerken met zuster ondernemingen, maar alles komt van uit de bedrijven.” Trots toont hij op het eind van het gesprek, de temperatuur is inmiddels iets opgelopen, het eerste samenwerkingsproject met de Wesselsbedrijven. “Met zijn tweeen realiseren we de woontoren Sequoia in Dordrecht. Wessels doet de ontwikkelen en wij de bouw.”

Peter van Bergeijk (links) samen met mededirecteur Ad Wirken voor het schilderij waarop het eerste onderkomen van Boele en van Eesteren is geschilderd. Foto: Peter van Mulken

Reageer op dit artikel