nieuws

Gonzende tunnelbunker

bouwbreed Premium

Het is waarschijnlijk het enige tunnelservicegebouw van ons land dat midden in een woonwijk staat. Daarom ook kreeg de vorm iets meer aandacht en kan het huisje als een echte buurman tegen voorbijgangers zomaar een zoemend praatje beginnen.

Als je vlakbij het gebouw staat, hoor je het aan een stuk zoemen en zoeven. Plots begint het ook te praten. ‘Hallo’, zegt ergens een stem. ‘Hallo, mijnheer…. Mijnheer, wat doet u daar… Hallo, wat doet u daar.’

Ik kijk omhoog naar het schots en scheef uitspringende venster waarachter licht brandt. Het is natuurlijk onbeleefd niks terug te zeggen. Maar je zou toch graag weten waar die stem vandaan komt, zodat je de persoon recht in zijn ogen kunt kijken. Maar nee. Niemand te zien. En de deur blijft gesloten.

Er zitten overigens meerdere deuren in de glimmende staalwand. Met een bel, rood lichtknopje en nog enkele gaatjes en geheimzinnige openingen. Boven twee ervan prijken plaatjes met ieder een code van cijfers en letters. PGDW70201, of zoiets. Elders staat op een deur geschreven: Brandweeraansluiting. Max. druk 10 bar.

En dan opnieuw die stem. ‘Hallo, wat doet u daar. Hallo.’ Ik kijk om mij heen en pas op dat moment wordt alles duidelijk. Iedere stap wordt door een camera nauwlettend in de gaten gehouden. Maar van de cameraman nog altijd geen spoor.

De staalbunker is een van de twee dienstgebouwen behorend bij de Amsterdamse Piet Heintunnel, de nieuwe verbindingsader tussen de ringweg en de toekomstige IJ-boulevard. Elke inrit kent een besturingsunit, die bestaat uit drie op elkaar gestapelde ruimtes met allerlei technische middelen en installaties die de tunnel onder meer van frisse lucht, verlichting en verkeerssignalen moeten voorzien. Ook bevindt zich erin een pomp en een waterbak met bluswater.

De tunnel wordt niet vanuit de beide huisjes zelf bestuurd, maar vanuit de IJtunnel, iets verderop. Als daar de verbinding wegvalt, spoedt een medewerker zich naar de gebouwtjes van de Piet Heintunnel. Hopelijk zeer snel, want je wilt niet weten welke rampen zich allemaal in zo’n tunnel kunnen voltrekken waarin daar ineens, op een onbewaakt moment, een koninklijke hoogheid met een stoet achtervolgers doorheen raast.

Om ongelukkigen te assisteren, kan de tunnelwachter vanuit beide diensthuisjes in het hart van de tunnel afdalen. Om precies te zijn; in een vluchtkanaal dat als een navelstreng door de ondergrondse verkeersader loopt en met de vierbaansweg onder een toekomstige woonwijk doorslingert. Daarom ook heeft de vormgeving van het dienstgebouwtje aan de westzijde, dat precies in het midden van die wijk komt te staan, iets meer aandacht gekregen van het uitvoerende architectenbureau Van Berkel en Bos. Het is althans niet zo’n vierkant commandocentrum als je bijvoorbeeld nabij de Velsertunnel kunt aantreffen.

Voormalig projectleider Harry Papott: “Aan de buitenkant hebben dienstgebouwen bij tunnels vaak allerlei aanzuig-, inblaas- en schoonmaakroosters die voor een fris binnenklimaat moeten zorgen. Die dingen hebben we weggestopt achter een schil van geperforeerd roestvrijstaal dat een halve meter van het betonnen vierkante huis staat.” Het staal hangt als een voile over het zwarte beton, rijst aan een kant ook omhoog om een tipje van de sluier op te lichten, maar er blijft van alles te raden over. En dat maakt het gebouw ook zo intrigerend.

Omdat het huisje wordt omringd door hoogbouw werd de bovenkant behandeld als vijfde gevel. Het asymmetrische dak helt geometrisch op en neer, steekt naar buiten en naar binnen. Een referentie naar de aflopende helling, aan de overkant van de straat, de overkoepeling van een van de tunnelingangen.

Het is de bedoeling dat het dienstengebouw straks deel gaat uitmaken van een plein. Er tegenover bevindt zich nu al een basisschool. Zo’n zoevend meccano-gebouw dat als een Holle Bolle Gijs tegen voorbijgangers kan praten, dat moet toch voor ieder kind een prachtig vooruitzicht zijn voor veel speelkwartierplezier.

Reageer op dit artikel