nieuws

Vlaanderen wil norm voor kwaliteit woningen

bouwbreed

In Vlaanderen moet binnen afzienbare tijd elke woning voldoen aan bepaalde veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsnormen. Voldoet een woning niet aan deze voorwaarden, dan kan ze onbewoonbaar worden verklaard. De eigenaar loopt het risico een hoge geldboete te moeten betalen als hij een dergelijke afgekeurde woning blijft verhuren.

Een en ander staat in de ‘Vlaamse Wooncode’ die de Vlaamse minister voor huisvesting, Leo Peeters, heeft laten opstellen en die zopas door de Vlaamse regering werd goedgekeurd. De Raad van State in Belgie en het Vlaamse parlement moeten de Wooncode nog goedkeuren.

Huiseigenaren in Vlaanderen die woningen verhuren, kunnen van hun gemeentebestuur een attest vragen waaruit blijkt dat de huurwoning aan de nieuwe eisen voldoet. Het gaat om een ‘conformiteitsattest’ die de eigenaar ook tegenover de huurder de garantie biedt dat hij een woning verhuurt die aan alle wettelijke normen voldoet. Het attest zal eerst worden ingevoerd voor de oudste woningen in Vlaanderen en krijgt een geldigheidsduur van tien jaar.

Attest verplicht?

Het attest is niet verplicht. Volgens de Vlaamse minister van Huisvesting zou dat te veel administratieve rompslomp met zich meebrengen. Toch is het voor een huiseigenaar die woningen verhuurt belangrijk om zich van een dergelijk attest te verzekeren al was het alleen maar om zichzelf te beschermen tegen zijn huurders. Die zullen immers bij gebreken aan een huurwoning naar de rechter kunnen stappen als de eigenaar niet over een dergelijk attest beschikt.

Dat Vlaanderen tot het instellen van deze Wooncode is overgegaan heeft alles te maken met de talrijke misstanden op de Vlaamse woningmarkt. In de jaren vijftig kende Belgie, en vooral Vlaanderen, nog het ruimste woningaanbod. Sindsdien is er in vergelijking met verschillende andere Europese landen eigenlijk weinig gebouwd. Met 400 woningen per 1000 inwoners is Belgie inmiddels gezakt naar de laatste plaats in de top tien van de rijkste Europese landen. Momenteel zijn er 300.000 woningen in Belgie van slechte kwaliteit, ofwel 12 procent van het totale woningenbestand.

Ondanks de talrijke gebreken die ze vertonen, blijven ze in gebruik. Gemiddeld hebben deze woningen een f. 50.000 tot f. 60.000 kostende opknapbeurt nodig om ze te laten voldoen aan de bepalingen van de nieuwe wooncode.

Nieuwe regelgeving

De Vlaamse Wooncode komt in de plaats van de bestaande nog gedeeltelijk nationale wetgeving. Deze is tengevolge de staatshervorming en de overheveling van de bevoegdheden van het huisvestingsbeleid van de federale regering naar de deelregeringen van Vlaanderen, Wallonie en Brussel overbodig geworden. De Wooncode brengt alle aspecten van het Vlaamse huisvestingsbeleid samen en voert nieuwe regels en beleidsinstrumenten in.

Onvermijdelijk is blijkbaar dat ook de bureaucratie weer toeneemt. Er wordt immers een Vlaamse Woonraad opgericht en de Vlaamse administratie krijgt een aparte wetenschappelijke afdeling. Beide instellingen moeten de Vlaamse regering gaan adviseren over het huisvestingsbeleid en wetenschappelijk verkregen informatie gaan verstrekken.

De Vlaamse regering wijst ‘woonvernieuwingsgebieden’ aan waar de woonkwaliteit moet worden verbeterd en ‘woningbouwgebieden’ waar met subsidies en andere financiele tegemoetkomingen de bouw van nieuwe woningen zal worden gestimuleerd.

Toezicht

De beschikbare financiele middelen voor sociale huisvesting worden voortaan over de Vlaamse provincies verdeeld op basis van de woonbehoeften. Het kan dus zo zijn dat de ene provincie meer geld krijgt uit deze pot dan de andere. De werking van instellingen zoals de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij (VHM) en van de lokale huisvestingsmaatschappijen hoopt minister Peeters te verbeteren door bestuursovereenkomsten met deze instellingen te sluiten.

Het toezicht op deze instellingen wordt toevertrouwd aan zogeheten ‘gespecialiseerde voltijdse opdrachthouders’. De Vlaamse Wooncode stelt de opdrachten vast voor de VHM, voor de lokale huisvestingsmaatschappijen, voor het Vlaamse Woningfonds en voor de gemeenten en hun sociale diensten voor zover het om zaken als woon- en huisvestingsbeleid gaat. De VHM en de gemeenten krijgen een recht op voorkoop op leegstaande en verwaarloosde woningen en op bouwpercelen die vrijkomen na een verplichte sloop.

Leegstaande woningen en woningen die niet beantwoorden aan de nieuwe kwaliteitsnormen kunnen voor een periode van negen jaar in beheer worden genomen door de VHM of een gemeente als de eigenaar het vertikt zich aan de nieuwe voorschriften te houden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels