nieuws

Nederland vol?

bouwbreed

We doen nu of Vinex een enorme woningbouwopgave is, maar twintig jaar geleden ging het per jaar om bijna het dubbele aantal en dat vonden we toen nauwelijks genoeg. Niet de woningbouwopgave is toegenomen, maar de angst dat het land vol zou zijn. Dat is een variant op pleinvrees en claustrofobie.

Hoeveel ruimte is er nog in Nederland? Dat is geen kwestie van het meten van vierkante meters. De paradox is dat je pas kunt ervaren wat er aan ruimte is, nadat er is gebouwd. Wie ooit op zee heeft gedobberd weet hoe onmetelijk die is. Hoeveel ruimte er is, is onmogelijk te zeggen. Hetzelfde effect is te ervaren in berglandschappen – nergens kun je je zo vergissen in afstanden als daar. Alles lijkt dichterbij dan het, eenmaal op pad, is. Ergo: een leeg landschap lijkt minder ruim. Je moet er iets in zetten om te kunnen beleven hoe ruim het is.

Dat verklaart dat steeds opnieuw bouwlocaties verraderlijk klein lijken, pas tijdens de bouw komt de ruimte tot leven. De volgende reeks waarnemingen is te doen. De bouwlocatie lijkt te klein, maar als de funderingen zijn gelegd blijken deze toch te passen; de funderingen maken de maat van de locatie zichtbaar. Als je dan het fundament van je eigen-huis-in-aanbouw nader bekijkt, schrik je weer: dat dreigt een wel erg klein oppervlak te worden. Worden de muren opgemetseld, dan blijkt er toch weer meer ruimte te zijn dan gedacht: alle kamertjes passen. Maar wat zijn die kamers eigenlijk klein, is de volgende schrik. Tot het interieur is afgewerkt, dan valt het weer mee. Hoewel, zou de driezitsbank wel passen? Bij het inrichten blijken de kamers weer ruimer dan gedacht.

Ergo: ruimte ervaar je pas als die is vormgegeven en als je stapsgewijs een relatie kan leggen met de proporties van je eigen lijf. Dan kan blijken dat er veel meer ruimte is dan ooit vermoed.

Wie kamers aan het inrichten is, weet dat er echter een grens is aan het continu scheppen van ruimte. Meubels die op de ene manier passen, kunnen op een andere manier hopeloos in de weg staan.

Het wonderlijke van landinrichting en architectuur, althans van de goede voorbeelden, is dat die ruimte scheppen. De slechte voorbeelden nemen de geschapen ruimte direct weer zelf in; zoals in een woonkamer met crapauds en breedbeeldtelevisie het inderdaad direct vol lijkt. Dus de les is, dat een slechte compositie de geschapen ruimte onmiddellijk weer teniet doet.

Dat voorbehoud kan op elk schaalniveau gemaakt worden: een slechte verkaveling maakt het land vol, een slechte plattegrond maakt een huis krap. Een slechte inrichting staat vol.

De remedie tegen volte is niet niets doen. Evenmin helpt de planologie om alles klakkeloos dicht bij steden proppen in de vage hoop dat de bebouwing dan zo min mogelijk stoort. De remedie is: het land goed inrichten, goede ontwerpen maken die ruimte scheppen. Laten we prachtige steden bouwen, zo opvallend mogelijk, op mooie locaties, laten we ze afwisselen met mooie parken. Als het een genot is om eindeloos in stad en land rond te zwerven, dan is het nimmer te vol. Je zou zelfs wensen dat er nog veel meer van dat moois gebouwd was. Wat vol is of ruim, is geen kwestie van mathematica maar van compositie. Nederland is niet vol. Als het idee heerst dat Nederland vol is, is dat een indicatie dat er nog veel werk aan de winkel is voor goede ontwerpers – die kunnen nog heel veel ruimte scheppen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels