nieuws

Moddermuren in Groningen

bouwbreed

Rustig loop ik over het fietspad. Links een wijk in aanbouw, rechts het weidse platteland van Groningen. Een man met hond groet mij vriendelijk. Een leuk Koreaans meisje giechelt langs mij heen. Hmm, er gaat niks boven Groningen, denk ik terwijl ik haar nastaar. Wat een heerlijke dag.

Maar dan ineens schud ik verbouwereerd mijn hoofd. Want wat is dat? Ik versnel bijna automatisch mijn pas; dit moet ik van dichtbij bekijken. Immers, ligt daar niet een bult modder, zomaar tussen de huizen. Nee, dat kan toch niet. Ik wrijf nog eens goed in mijn ogen. Het leuke Koreaanse meisje is uit mijn gedachten verdwenen. Mijn blijgeestigheid heeft plaatsgemaakt voor een prangende verwondering.

Is de klomp klei een begroeide vuilnisstortplaats misschien, verzin ik. Een vesting dan. Maar dat kan niet. Immers, wat moeten versterkingswerken in hemelsnaam in een Groningse nieuwbouwwijk. Zijn de denkbeelden van Mendini de Noordelijke projectontwikkelaars soms in de bol geslagen?

Vlakbij ben ik nu. En kijk, tussen de groene wallen: plastic stoeltjes en houten tuinmeubilair, ja, echt waar, en tegelijk begrijp ik wat ik zie. Het is een dijk waarin een rij geschakelde huizen is gebouwd. Bingo, dat is het. Iemand heeft een hoop zand in een weiland gegooid en daarin als een dolle huizen uitgegraven. Dit had Hans Brinker eens moeten weten. Zo’n prachtige stormvloedkering midden in een Gronings polderlandschap.

Een van de bewoners van de dijkwoningen moet een beetje om mijn bevindingen lachen. Hij is onderhand wel wat reacties gewend. “We wonen naast een ecologische wijk met houten huizen. Wanneer we achter het huis zitten, roepen voorbijgangers op het pad aan de andere kant van het slootje, van alles naar ons. Veel ‘stadjers’ denken dat wij hier de hele dag op geitenwollen sokken macrobiotisch zitten te doen. Nou, zoals je kunt ruiken, ben ik juist met de voorbereiding van een groot diner bezig: reebiefstuk met katenspeksaus. Lekker he?”

Niks geen vegetarisch gedoe dus, onderstreept de Groninger. “Ik ben hier gekomen voor het uitzicht. Waar vind je nog zo’n groot huis met zo’n wijde blik voor f. 185.000. Kijk, daar een paar Groninger boerderijen. En iets naar links ligt Beijum. Nee nee, dat blijft zo, heb ik van de gemeente begrepen. Ze gaan hierachter een groot natuurgebied aanleggen.”

Rijtjeshuizen van elkaar gescheiden door muren van modder, in plaats van door houten tuinhekken of rijen coniferen. Dat klinkt leuk, moet architect Kas Oosterhuis hebben gedacht. Een betere warmte- en geluidsisolatie is er niet. De Rotterdamse architect had eerder Groningen met zijn woonideeen verblijd, en met succes, dus kreeg hij in de wijk Zonland groen licht om tegen betonnen casco’s hopen zand te gooien. Niet zomaar zand, maar Groninger klei gewapend met taxol. Makkelijk toch?

Nou vergeet het maar. “Ze hebben zojuist alles voor de derde maal binnen 15 maanden afgegraven. Iedereen kan zien dat de hoeken van deze schuine moddermuren veel te scherp zijn. Dat zand blijft echt niet liggen. Het gleed dan ook regelmatig langs de voordeur naar beneden, vooral als het hard had geregend. Enkele bewoners konden soms de volgende ochtend zelfs hun huis niet meer uit.” Wat een drama. Was dit alles nodig geweest?

Nee, maar de architect treft geen enkele blaam in tegenstelling tot de aannemer, de Bouwgroep Heijmans. Die beweerde namelijk dat het middel taxol niet voor handen was. Daarom gebruikten ze een andere ‘modderversteviger’, stukken goedkoper bovendien. Maar dat werkte dus niet. “Misschien dat het ze nu voor de derde keer wel lukt. Plakken modder, gewikkeld in laagjes doek of zo.”

De ‘dijkers’ wachten in spanning af wat er deze keer uit de modder zal ontspruiten. Beloofd was ‘onderhoudsarme begroeiing’. Maar in plaats daarvan kwamen bij de een hoge rietkragen uit de buitenmuren en bij de ander metershoog gras met brandnetels en paardebloemen.

“Heijmans heeft overal maar wat modder vandaan gehaald. Nou, zal mij benieuwen wat de plakken modder opleveren. Kort gras waarop je kunt golfen, hoop ik. Dat zou toch eindelijk eens mogelijk moeten zijn.”

Mijn gastheer zet thee. Zover hij weet zijn in de huizen nog geen wortels geschoten. Noch kruipen er wormen en mollen achter de boekenkast. Wel zitten er scheuren in het plafond beneden, waar zich de slaapkamers bevinden. Maar hij heeft geen spijt van zijn aankoop. Beslist niet. “Het is dat uitzicht he”, verzucht hij, terwijl hij verliefd naar buiten kijkt. Maar kom, hij moet weer aan de kook. Wil ik alvast een hapje voorproeven? In Groningen bouwen ze dijken van huizen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels