nieuws

Hergebruik reststoffen kan gebouw vernietigen

bouwbreed

De verwerking van industriele reststoffen in de bouw kan tot aanzienlijke schade leiden. Onderzoek van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf in Brussel – vergelijkbaar met het Nederlandse TNO – heeft aangetoond dat hoogovenslak, metaalslak, as, sintel en rode leisteen, stoffen kunnen bevatten die “de expansie, de verbrokkeling en zelfs de vernietiging van cementgebonden bouwwerken kunnen veroorzaken”.

Jaarlijks vinden honderden tonnen reststoffen een bestemming in funderingen en in aanaardingen onder vloeren. Het WTCM heeft vastgesteld dat het gebruik van deze stoffen “soms tot spectaculaire schade kan leiden”.

In het tijdschrift van het Belgische onderzoeksinstituut schrijft Michel Wagneur, directeur Informatie: “Wanneer dergelijke producten zelf zwellen of dit bevorderen bij andere materialen waarmee ze in contact zijn, kunnen dermate grote drukken ontstaan dat bouwdelen – vloeren op volle grond, wanden, dragend metselwerk – kunnen worden opgelicht of weggeduwd, met ernstige gevolgen”.

Foto’s laten voorbeelden zien van een weggeduwde gevelmuur en van scheurvorming in metselwerk, wanden en vloeren.

Cement

Het WTCM adviseert “het gebruik van reststoffen van productieprocessen van fabrieken en van steenkoolwinning met veel omzichtigheid te overwegen en ze enkel voor te behouden voor werken waarbij een onvoldoende stabiliteit geen schadelijke gevolgen kan hebben”. Binding van reststoffen met cement wordt ten sterkste afgeraden “omdat zelfs de geringste expansie kan leiden tot het verbreken van de samenhang van het hydraulisch gebonden materiaal”.

In het artikel wordt met name gewaarschuwd voor de verwerking van LD-slakken en afvalstenen (metaalslak). De afkorting LD staat voor Linz-Donawitz, naar wie het raffinageproces is genoemd, waarbij onder toevoeging van zuurstof, kalk en schroot een bijproduct ontstaat dat na afkoelen, ontijzeren en breken een steenachtig granulaat vormt. LD-slak vertoont bepaalde overeenkomsten met hoogovenslak.

Uit zwelproeven met verse slak en met slak die gedurende meer dan negen maanden in de openlucht was ‘gerijpt’ is gebleken dat het materiaal niet in aanmerking komt voor de aanmaak van hydraulisch gebonden mengsels, zoals met cement gestabiliseerde steenslag en schraal beton. “In LD-slak bestemd voor de wegenbouw mag het gehalte aan vrij CaO (calciumoxide) op het ogenblik van de productie niet hoger liggen dan 4,5 procent.”

Verwarring

Het WTCM signaleert ook verwarring in de benamingen. Daarom is het van belang uitsluitend materialen te gebruiken waarvan de oorsprong en de kenmerken zijn gecertificeerd. Treedt er schade op dan moet allereerst worden vastgesteld welke reactie hiervan de oorzaak is.

Vervolgens is de vraag in welk stadium de reactie verkeert. Vaak valt dit niet mee omdat het als regel om heterogene materialen gaat. Indien het proces niet kan worden gestabiliseerd, zit er niets anders op dan de reststoffen te verwijderen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels