nieuws

Wereldbank bepaalt voortgang projecten

bouwbreed Premium

“In de bedrijfstak waarin wij zitten bepalen vooral financiele instellingen de voortgang van projecten. In oostelijk Europa wacht veel werk op uitvoering maar daarvoor ontbreekt vaak het geld. Dat moet dan worden geleend. Een instelling als de Wereldbank voert evenwel een erg conservatief beleid. Een lening moet hoe dan ook worden terugbetaald. Is daar geen of onvoldoende zicht op, dan gaat een project niet door”, zegt dr.ir. J. Lefers van KEMA Power Generation uit Arnhem.

“Onze activiteiten gaan verder dan alleen de energieproductie”, licht Lefers toe. Zo zijn we in Oekraine betrokken bij de privatisering van de energiesector. Wat zij daar willen gaat beduidend verder dan wat Nederland te wachten staat. Je kunt je afvragen of die plannen ooit een praktisch beslag zullen krijgen. Privatisering komt onder meer neer op de verkoop van aandelen aan het personeel. Dat zal daar niet altijd vrijwillig aan meewerken. Soms zijn aandelen echter de enige vorm van beloning en hoopt men maar dat het papier ooit enige waarde krijgt. Privatisering kan er ook toe leiden dat al je contacten verdwijnen. Dat vertraagt de uitvoering van projecten, vertraagt de besluitvorming en verschuift de aandacht van warmte- en elektriciteitsproductie naar organisatorische aspecten.”

“Toch zit er weinig anders op dan privatisering”, meent Lefers. “De kostprijs van stroom en warmte ligt hoger dan de opbrengst. Huishoudens betalen nog steeds vrij weinig voor hun energie. De industrie betaalt daarentegen het vier- of vijfvoudige van die prijs. Wil er een markteconomie ontstaan dan moet die vorm van subsidiering verdwijnen. Individuele afrekening vergroot de aandacht voor onder meer isolatie. Momenteel lopen er enkele proefprojecten ter voorbereiding van deze ‘individualisering’. Te denken valt bijvoorbeeld aan muntmeters die de energieleveranciers van inkomsten verzekeren. Verder moet de ruilhandel tussen leveranciers en industrie verdwijnen, zodat bijvoorbeeld een autofabriek de rekening niet meer in auto’s maar gewoon in geld voldoet.”

Investeringen

“Verder houden we ons in oostelijk Europa bezig met rendementsverbeteringen en emissiebeperkingen in centrales”, legt Lefers uit. “Vooral dat laatste levert met weinig investeringen nogal wat resultaat op. Je praat al snel over beperkingen van 50 tot 80 procent. Het bereikte niveau ligt onder de West-Europese normen. Die beperkingen ontstaan door het verbrandingsproces beter af te regelen. Daar zijn soms niet meer dan goed functionerende meters voor nodig. Die verbeterde afregeling vermindert het brandstofverbruik wat voor de desbetreffende centrale winst oplevert. Gezien op een heel jaar gaat het om aanzienlijke bedragen.”

“In een volgende stap kun je branders verbeteren of vernieuwen”, stelt Lefers. “Dat kan in samenwerking met gespecialiseerde Nederlandse bedrijven gebeuren. Je kunt er ook voor kiezen de beheerders de technieken bij te brengen waarmee ze zelf hun branders kunnen aanpakken. Grote modificaties van ketels komen doorgaans niet aan de orde omdat die al snel een investering van f. 20 tot f. 30 miljoen vergen. Als je materieel naar die landen stuurt moet je van tevoren sluitende afspraken maken met ministeries om te voorkomen dat douanen aan de grens forse invoerheffingen opleggen. Dat wil overigens niet zeggen dat alle problemen dan uit de wereld zijn. En zodra die zich voordoen moet je die ter plaatse met de douane zien op te lossen. Het laat zich raden hoe dat gaat!”

Belangstelling

“Over het geheel genomen bestaat er in oostelijk Europa een forse belangstelling voor de Nederlandse techniek”, weet Lefers. “De overheid kan die interesse vergroten door zachte leningen te verstrekken zodat bedrijven meer voet aan de grond krijgen. Nu zijn er wel faciliteiten om bijvoorbeeld een gezamenlijk bedrijf op te zetten. Als het om grote investeringen gaat wordt al snel verwezen naar instellingen als de Wereldbank en de Oosteuropabank. De Nederlandse commerciele banken stellen zich ook uitermate terughoudend op. Aan de andere kant is dat ook wel te begrijpen, omdat bijvoorbeeld een contract in sommige Oost-Europese landen een wat andere status heeft dan hier. Wetgeving verandert ook nog steeds zodat je eigenlijk nooit weet waar je aan toe bent.”

Reageer op dit artikel