nieuws

Politiek steekt de kop in het zand

bouwbreed Premium

Met verbazing hebben wij kennis genomen van de inhoud van het rapport van de ‘commissie Zand’ zoals dat via het artikel Zandwinning Gelderland stilzwijgend verdubbeld tot ons is gekomen.

De conclusie dat de provincie Gelderland niet te weinig beton- en metselzand levert, maar te veel is onjuist en de conclusie dat de vergunde voorraad per januari 1999 het dubbele is van de door het Rijk opgelegde taakstelling (65-72 miljoen) voor de gehele periode 1999 t/m 2008 is een uit zijn verband gerukte conclusie.

Wat zijn de feiten? De provincie Gelderland heeft ervoor gekozen om een groot deel van haar taakstelling voor de periode 1989 t/m 1998 in te vullen door middel van grootschalige binnendijkse projecten (Watergoed te Maasbommel en Geertjesgolf te Beuningen) met afvoer per schip.

Deze projecten hadden eind jaren ’80 – begin jaren ’90 operationeel moeten zijn.

Door procedurele vertragingen – die eigen zijn aan elk grootschalig project in de Nederlandse samenleving – zullen deze projecten eerst omstreeks 1999 operationeel zijn!

In de periode 1989 t/m 1998 zal, gerelateerd aan de taakstelling voor deze periode, vanuit Gelderland circa 30 miljoen ton minder geleverd worden. In het begin van de taakstellingsperiode 1999 t/m 2008 zal dit tekort, door het nog niet (volledig) operationeel zijn van voornoemde locaties, nog verder oplopen.

Dit tekort in de taakstellingsperiode 1989 t/m 1998 wordt ‘opgelost’ in de bereidheid van de provincies Limburg en Noord-Brabant om hun taakstellingen te overschrijden.

Gelderland dient dit tekort conform bestuurlijke afspraak in de taakstellingsperiode 1999 t/m 2008 te compenseren.

Bij de projecten ‘Watergoed’ en ‘Geertjesgolf’ zoals deze door Provinciale Staten van de provincie Gelderland zijn vastgesteld, is steeds uitgegaan van projecten die in meer dan 10 jaar taakstelling zouden kunnen voorzien. Naar verwachting zal circa 25 miljoen ton uit deze projecten dienen voor de invulling van de taakstelling na 2008.

De keuze van Provinciale Staten voor binnendijkse locaties impliceerde onder andere dure infrastructurele voorzieningen (bijv. schutsluis of transportbanden met bijbehorende voorzieningen). Om economische redenen dienen deze locaties grootschalig te zijn.

Provinciale Staten hebben bij hun keuze ook bepaald dat de landelijke industriezandproducenten (afvoer per schip) tot samenwerking dienden te komen alvorens tot vergunningverlening kon worden overgegaan. De verwijten van een ‘enge kleine wereld’ en ‘de markt voor beton- en metselzand wordt beheerst door een beperkt aantal conglomeraten’ (citaten uit het rapport van de commissie Zand) komen dan ook vreemd over. Enerzijds negeert men het feit dat de provincie(s) zelf deze samenwerking afgedwongen hebben, anderzijds negeert men het feit dat de deelnemer in de samenwerkingsverbanden zelf verantwoordelijk zijn voor de productie en het op de markt brengen van hun producten.

Concluderend is onze visie dat de commissie Zand door de in haar rapport neergelegde stellingen een onjuist beeld geven van de realiteit en daarmee mogelijk de sociale onrust – die inherent is aan grootschalige projecten – op onterechte gronden voedsel geeft.

Namens Watergoed BV en Geertjesgolf BV Ir. J. van der Meer drs. R. Meijnen

Reageer op dit artikel