nieuws

Overheid wil meer private infrastructuur

bouwbreed Premium

De overheid wil in de toekomst meer gebruik maken van private financiering van infrastructuur. Ook privaat beheer en exploitatie moet kunnen. Daarvoor is dan wel een andere opstelling van de overheid noodzakelijk.

“De verantwoordelijkheid van de overheid voor de fysieke infrastructuur mag geenszins een exclusieve verantwoordelijkheid voor de financiering, het beheer en de exploitatie ervan impliceren. Waar het mogelijk is een duidelijk toerekenbaar individueel nut met het gebruik van deze voorzieningen aan te tonen, staat in beginsel de mogelijkheid van private betrokkenheid open”, schrijft minister Wijers in een brief aan de Kamer. Daarin wordt beschreven welke investeringen er tot 2010 nog nodig zijn om Nederland mee laten gaan in de vaart der volkeren.

Met deze brief wordt tevens heel snel gereageerd op een oproep van AVBB-voorzitter Brinkman die onlangs opriep financiering en exploitatie van delen van de Nederlandse infrastructuur uit te voeren.

Win-win

De bewindsman constateert dat de private betrokkenheid bij infrastructuur nog te wensen overlaat. En dat terwijl samenwerking kan leiden tot snellere uitvoering en goedkopere vormgeving van projecten, terwijl de toegevoegde waarde en de gebruikswaarde van de projecten meer aandacht krijgen. Een zogenaamde win-win situatie.

De overheid zal zich echter anders moeten opstellen. Veel sneller dan nu zal in een veel eerder stadium de mogelijkheden van en uitgangspunten voor ondernemerschap en private financiering tezamen met de private sector worden verkend. Nu wordt vaak pas in een laat stadium van een project gekeken of er belangstelling is van investeerders. Op dat moment is een project echter al zo kostbaar dat de investering er nauwelijks meer binnen een redelijke termijn uit te halen valt.

Kenniscentrum

Minister Wijers ziet dan ook veel in het optuigen van een kenniscentrum. Dat zou in eerste instantie een visie moeten ontwikkelen op publiek-private samenwerking en een toetsingskader voor projecten. Verder zou het centrum praktijkervaringen en kennis op allerlei terrein van inhoudelijk tot juridische en organisatorische moeten verzamelen. In de derde plaats heeft het centrum een tijdelijke aanjaagfunctie. Daarbij moet het effectieve en efficiente vormen van publiek-private samenwerking ontwikkelen.

Begin 1998 komt het kabinet met voorstellen hoe een en ander vorm gegeven kan worden.

Reageer op dit artikel