nieuws

Gigantische kruisgewelven voor Basilica van Maxentius

bouwbreed Premium

De Basilica van Maxentius in Rome is door zijn omvang ronduit spectaculair. Gezien het bouwjaar 310 mogen de drie gigantische kruisgewelven van het middenschip een enorme bouwtechnische prestatie worden genoemd. Een deel van de Basilica staat nog altijd overeind.

De Romeinen bouwden basilica’s in een rijke verscheidenheid voor uiteenlopende activiteiten. Er werd onder meer recht gesproken, markt gehouden en door de soms buitengewone omvang konden er zeer grote bijeenkomsten plaatsvinden.

Op het Forum Romanum in Rome beheerst de Basilica van Maxentius met de bewaard gebleven noordelijke zijbeuk, het silhouet. De basilica spreekt des te meer tot de verbeelding als men zich realiseert dat het ‘slechts’ om circa een derde deel van de oorspronkelijke basilica gaat, waarbij de nok van de dakconstructie nog een meter of tien hoger was.

De Basilica van Maxentius werd in het jaar 310 onder Constantijn de Grote voltooid. De plattegrond had een omvang van zo’n 70 x 95 m, met een ruim 25 m breed middenschip dat door drie royale kruisgewelven werd gedekt. De hoogte van het middenschip bedroeg 35 m, die van de zijbeuken bijna 25 m.

Omvang

Hoe groot de Basilica van Maxentius is, blijkt uit doorsnedeschetsen van vooraanstaande geschiedschrijvers, waarin zij historische kergebouwen tekenden. J. Oosterhoff toont bijvoorbeeld dat de St. Jan in Den Bosch er ruimschoots in past. Een ander, en wellicht het spectaculairste voorbeeld zijn de vijfbeuken van de Dom van Keulen in een dwarsdoorsnede van Josef Durm.

De dichtsbijzijnde overgebleven basilica staat in Trier. Daar gaat het echter om een gereconstrueerd gebouw met slechts een beuk van 30 x 63 m. Het gebouw is vlak afgedekt en stamt uit dezelfde bouwperiode. Rome beschikte in die tijd overigens over tien basilica’s.

De veelvoorkomende opzet van een middenschip met lagere zijbeuken vloeide voort uit de mogelijkheden voor daglichttoetreding in de hoge wanden van het middenschip en, lager in de gevels, van de zijbeuken. Deze hoofdopzet is later van invloed geweest op de kerkbouw; via het Romaans en de gotiek vormde zij een model dat tot nu toe representatief is voor veel kerkgebouwen. In feite gaat het daarbij om een steeds verder doorgevoerde optimalisering van het materiaalgebruik, via de gotiek tot slank gedetailleerde betonkerken van Perret uit het begin van deze eeuw.

Kruisgewelven

De voor die tijd gigantische kruisgewelven in de Basilica van Maxentius – in feite een kruising van twee tongewelven – betekende een enorme bouwtechnische prestatie. Omdat de belasting uit de kruisgewelven op de vier hoekpunten het grootst is, werden er zes 20 m hoge kolommen geplaatst, los voor de scheidingswanden met de zijbeuken onder een console.

Zowel de tongewelven van de zijbeuken als de kruisgewelven boven het schip zijn met zeskantige cassettes uitgevoerd. Hierdoor ontstond in de dakconstructie een reductie op het gewicht van het metselwerk.

Om zijdelingse druk op de hoogste delen in de zijgevels te compenseren, werden de scheidingswanden tussen de drie tongewelven in de zijbeuken, bovendaks als contreforts doorgezet.

Dakbedekking

In tegenstelling tot de Grieken gebruikten de Romeinen voor grotere gebouwen vrijwel geen houten kapconstructie. Gewelven werden aan de buitenzijde aangerazeerd, dat wil zeggen aangevuld in steenachtig materiaal tot een vorm van eenvoudige zadeldaken. Hierdoor kon men lichtere materialen toepassen. Als dakbedekking gebruikten de Romeinen verschillende soorten Romeinse dakpannen of metaal. Voor de Basilica van Maxentius pasten zij brons toe. Maar tussen 625 en 638 hergebruikte paus Honorius I de dakbedekking voor de Pieterskerk. Bij een grote aardbeving in 847 stortten het middenschip en grote delen van de zuidelijke zijbeuk in. Onduidelijk is of het voortijdig hergebruik van de dakbedekking medeoorzaak van het verval van de Basilica van Maxentius is geweest; het zal er vermoedelijk na twee eeuwen inwaterende neerslag toe hebben bijgedragen.

Dit is het tweede artikel in de serie over constructies. Het eerste deel verscheen op 1 september.

Literatuur: Brigitte Buberl (red.) ‘Roma Antica’, Munchen 1994, Jozef Durm: ‘Handbuch der Architektur’ deel ‘Die Baustile 2’, Darmstadt 1885.

Reageer op dit artikel