nieuws

Demonstratie aangelijnd schilderen ‘Ze willen niks anders meer dan een los topje’

bouwbreed Premium

Van de schilders had het niet gehoeven. Het zit allemaal in de weg. Veel meer werk erbij. Maar het moet van de arbeidsinspectie. Volgend jaar zitten alle 200 voor dit werk gekwalificeerde schilders aangelijnd in de hoogspanningsmasten. Met vier van hen is wekenlang gedokterd aan een systeem dat optimale bewegingsvrijheid geeft en zo weinig mogelijk extra tijd kost. Donderdag mochten belanghebbenden in de sector komen kijken hoe de nieuwe methode in z’n werk gaat.

De veronderstelling dat het schilderen van hoogspanningsmasten gevaarlijk werk is, ontlokt aan de schilders Kees Gunter (RZB), Benny Aartsen GSB) en Louhenapessy (Venko) een schamper gelach. Typisch lekengezeur. Hoe vaak hebben ze het al niet uitgelegd. “Op een ladder staan is gevaarlijker. Je zit rondom in het ijzer. Je kunt je overal aan vastpakken.” Kees Gunter, vanaf 1972 in het vak, trekt een vergelijking met zijn vorige beroep: het bouwen van masten. “Dat is wel gevaarlijk. Daarbij heb ik me altijd vastgezet. En dat heeft me twee keer gered. Je bent met meer dingen tegelijk bezig bent. Je hebt er twee handen bij nodig.”

“Nog nooit een ongeval meegemaakt”, zegt opzichter Hans Reukers van NUON Transport met 26 jaar ervaring in het vak. Maar de discussie over de noodzaak is een gepasseerd station. Als overal in de bouw boven de 2,5 meter aangelijnd moet worden gewerkt, zullen schilders die op 40, 50 meter hoogte hun werk doen er ook aan moeten geloven.

Bergsport

Maar dan wel in een speciaal aan de wensen van de schilders aangepast harnas. Daaraan is veel aandacht besteed. Samen met Dutch Access, een bedrijf dat zich op ‘rope-access’-werkmethoden heeft toegelegd, is op de oefenlocatie bij Geertruidenberg drie weken lang met verschillende harnassen geexperimenteerd en geoefend. Rope access betekent via een touw toegang krijgen tot moeilijk bereikbare plekken. Dutch Access maakt daarbij gebruik van materialen en technieken die voor de bergsport zijn ontwikkeld.

Wat door de schilders als het minst hinderlijke harnas werd ervaren – “ze willen niet meer anders” – is een gordel met een los topje. Dat schuurt het minst bij bukken en schilderen.

Het brede, gepolsterde rugstuk zorgt voor een goede verdeling van het gewicht van gereedschap en potten verf (bij elkaar zo’n 20 kilo). Beenstukken vormen bij een val een soort stoeltje. Anderhalve meter valt de schilder slechts naar beneden. Want zolang is de ‘koestaart’ waarmee het harnas aan een van de touwen die langs elke mastvoet van boven naar beneden loopt, is verbonden. De koestaart zit met een dubbele acht aan de ‘chute’ geknoopt. De chute vormt de verbinding met het verticale touw. Wanneer een schilder onverhoopt naar beneden mocht tuimelen klemt deze zich vast aan het touw.

Om zich bij het schilderen van de traverses (de horizontale mastdelen) vast te zetten, heeft de schilder tevens de beschikking over een klaphaak.

Terwijl Hans Reukers en Carl van Baalen uitleg geven over de constructie van de valbeveiliging kijken de schilders met enige reserve toe. Er moeten in afgelopen drie weken heel wat grappen over het nieuwe schilderstuig zijn gemaakt. “Toch valt niet te ontkennen”, nuanceert Carl van Baalen van Dutch Access, “dat er in het achterhoofd altijd de angst meespeelt voor een malheur. Je kunt een blooper krijgen, flauwvallen, ziek worden. Dat kan niemand ontkennen.”

Kan het vertrouwen in de valbeveiliging misschien aanleiding geven tot het nemen van meer risico? “Nee,” zegt Kees Gunter resoluut, “ik wil niet vallen. Ik wil niet het risico lopen tegen het ijzer geplet te worden.”

“Zelfs voor de gein spring je niet”, valt Hans Reukers hem bij. “Verder hebben we alles geoefend hoor. Bewusteloos hangen aan het touw, reddingsoperaties.”

Extra kosten

Het enige werkelijke knelpunt bij de acceptatie van de nieuwe methodiek is de tijd die met het treffen van deze veiligheidsmaatregelen is gemoeid. Met andere woorden: de kosten. Daarover zijn de partijen het nog lang niet eens, valt af te leiden uit het rumoer dat dit onderwerp oproept.

Hoe dan ook, komende winter zullen alle schilders van hoogspanningsmasten op cursus moeten. Drie dagen leren een mooie ruime bocht in een knoop te leggen. Want hoe ruimer de bochten in een dubbele acht of negen liggen des te sterker blijft het touw.

Venko-schilder Louhenapessy (l) bevestigt de chute – die de koestaart met de gordel verbindt – aan het touw dat langs de klimpennen van het hoogste punt van deze 380 kV-mast naar beneden loopt. De werking van de chute kan vergeleken worden met het blokkeringsmechanisme van autogordels. Met de klaphaak rechts aan de gordel kan hij zich vastkoppelen aan de horizontale mastdelen (traverses). Foto: Ries van Wendel de Joode

Reageer op dit artikel