nieuws

Woonhuis baggerdynastie herbergt uniek museum

bouwbreed Premium

Tientallen eeuwen lagen ze verborgen in de modder totdat ze tijdens het baggeren naar boven kwamen. Nu liggen de kiezen en de slagtanden van een mammoet tussen de scheepsmodellen in het Nationaal Baggermuseum te Sliedrecht. Het vierde en laatste deel van een korte serie over museumcollecties die raakvlakken hebben met de bouw.

De open haard staat er nog en aan het plafond hangt een ouderwetse salonlamp. Ook al staan er scheepsmodellen, baggerlaarzen en curiositeiten, -zoals het mammoetgebit- de kamer ademt de sfeer uit van vroeger toen de laatste telg van het geslacht volker er nog woonde.

“Toen ik hier voor het eerst kwam, vond ik dat we flink moesten moderniseren”, zegt conservator Ben Hilgers als hij de vroegere huiskamer binnenkomt. “Achteraf denk ik: dit heeft wel wat. Het is een leuke sfeer, ook al is het wel wat vol.”

Het Nationaal Baggermuseum is sinds 1976 gevestigd aan de Molendijk te Sliedrecht. “In dit huis woonde vroeger de familie Volker”, vertelt Ben Hilgers. “De familie was heel belangrijk in de baggerwereld, ze waren de stichter van een enorm baggerbedrijf namelijk de Koninklijke Maatschappij tot Uitvoering van Openbare Werken Adriaan Volker NV. In 1974 overleed de laatste bewoonster en twee jaar later, na een kleine verbouwing, is hier het Nationaal Baggermuseum ingericht.”

Het museum toont de geschiedenis van het baggerbedrijf vanaf de middeleeuwen tot heden. Scheepsmodellen en afbeeldingen van antieke baggerschuiten, vormen het belangrijkste deel van de collectie, maar ook is er een originele stoombaggermolen uit 1936 te zien. Wie met eigen ogen wil aanschouwen hoe een stoommachine of een snijkopzuiger werkt, kan bovendien demonstraties bijwonen.

Verder besteedt het museum regelmatig aandacht aan specifieke onderdelen van het baggerbedrijf. Zo is er tot 4 oktober de expositie ‘Vier paardjes in het rond’ te zien. De tentoonstelling is gewijd aan de modder- of paardenmolen.

Noachs ark

Dit baggerwerktuig was van 1600 tot 1850 in gebruik en maakte grote indruk op schilders en etsers.

“Vanwege zijn vorm, een vlot met daarop een soort schuurtje werd de moddermolen ook wel Noach’s Ark genoemd”, zegt Ben Hilgers terwijl hij naar een ets wijst. Jan Luycken maakte de prent. Er staat een vlot afgebeeld met daarop een paard, een soort schuur en een enorm rad.

“De meeste kunstenaars begrepen niet hoe de molen werkte”, zegt Hilgers. “Uit de afbeeldingen krijg je de indruk dat de bagger wordt opgeschept, terwijl dat niet het geval was. De molen was voorzien van schoepen die de modder in een opvanggoot duwden die bij het vlot hoorde.”

De duidelijkste afbeeldingen van de moddermolen, werden dan ook niet gemaakt door kunstenaars maar door technische tekenaars. Zij legden de werking van de machine vast in molenboeken waarvan er enkele te zien zijn in het museum.

Baggerpioniers

Een langwerpige eiken tafel met daarom heen statige met bruin leder beklede stoelen overheerst het interieur in de voormalige kantoorruimte van firma Volker. Vanaf de muur slaan streng kijkende heren de bezoeker gade. “Baggerpioniers”, zegt Ben Hilgers. “We noemen dit de bestuurskamer. Al deze mannen speelden een hoofdrol in de ontwikkeling van het baggerbedrijf.”

Directeur Volker bestierde vanuit deze kamer zijn onderneming. “De baggeraars hadden in die tijd nog nauwelijks kantoren. Het werk gebeurde buiten en de administratie werd thuis bijgehouden, in deze kamer. We hebben niets aan het interieur veranderd, alleen die portretten hingen er vroeger niet”, zegt de conservator.

Bij elk portret hoort een verhaal. Paul van de Wetering die joviaal glimlachend werd geportretteerd, was bijvoorbeeld de eerste die met zijn baggervloot naar landen als Egypte, Portugal en Frankrijk ging om daar te werken. Hij leverde zulk goed werk af dat hij zowel tot ridder in het Franse legioen van Eer werd geslagen als tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.

De strak voor zich uitkijkende Leendert Kalis ging daarentegen minder ver van huis, maar sleepte aan het einde van de vorige eeuw wel een opdracht binnen van f. 1,5 miljoen. Voor die tijd een astronomisch bedrag.

In andere kamers van het voormalige woonhuis wordt aan de hand van verschillende scheepsmodellen een beeld gegeven van de ontwikkeling van de baggertechniek. De modellen tonen de ontwikkeling van de baggervaartuigen vanaf de middeleeuwen tot aan de moderne tijd.

Vrijwilligers

“Het merendeel van de scheepsmodellen is afkomstig van baggerbedrijven”, vertelt de conservator. “Ze hadden die modellen in hun kantoor staan om aan hun clienten te laten zien over wat voor apparatuur ze beschikken. Door modernisering gaan sommige schepen uit de roulatie en dan zijn de schaalmodellen overbodig. Veelal komen die modellen dan bij ons terecht want het museum leeft bij de baggermaatschappijen. Van de oudste vaartuigen zijn overigens geen maquettes bewaard gebleven. De schaalmodellen die we van die machines hebben, zijn gemaakt door hobby-modelbouwers.”

Zonder de diensten van dergelijke hobbyisten en een legertje vrijwilligers zou het museum nauwelijks kunnen bestaan. Hilgers: “We hebben er circa 35. Ze leiden bezoekers rond, werken in de bibliotheek en onderhouden de baggermolen. Deels zijn het mensen uit het baggerbedrijf, maar er zitten ook huisvrouwen bij en oud-medewerkers van scheepswerfen.”

Hij wijst naar het schaalmodel van een baggerschuit. “Dit model van een emmerbaggermolen is gemaakt door een vrijwilliger en hij werkt echt. We geven er bijna dagelijks demonstraties mee. Iemand die zich zo inzet voor het museum, dat is toch fantastisch.”

Het Nationaal Baggermuseum is gevestigd aan de Molendijk 204 te Sliedrecht. Het is geopend van dinsdag tot en met zaterdag van 14.00 tot 17.00 uur. Voor groepsrondleidingen moet eerst een afspraak worden gemaakt. Telefoon: 0184-414166.

Ben Hilgers: “De meeste kunstenaars begrepen niet hoe een moddermolen werkt.”

Een stoombaggermolen uit 1936 is een van de pronkstukken van het Nationaal Baggermuseum.

Foto: Ronald van den Heerik

De modder- of paardenmolen was van 1600 tot 1850 in gebruik en maakte grote indruk op schilders en etsers.

Foto: Nationaal Baggermuseum

Het merendeel van de scheepsmodellen uit het Nationaal Baggermuseum is afkomstig van baggerbedrijven

Reageer op dit artikel