nieuws

Watertempel in Tilburg

bouwbreed

Een waterpagode langs de A28. Of is het een shintoistisch klooster? Het kantoorgebouw van de Tilburgse internationale handelsmaatschappij Haans heeft en doet iets met de Oost.

Vanaf de parkeerplaats verdwijnt het trappetje zo het water in. Uitnodigend. Net als in een zwembad. Je krijgt dan ook terstond de neiging met een aanloopje de plomp in te duiken. Toch maar niet doen. De kans dat je keihard je hoofd stoot aan de stalen noodbrug die schuin over de vijver naar het bedrijfspand loopt, is wel heel erg groot.

Het bedrijfsgebouw van de internationale handelsmaatschappij Haans ligt als een pagode in het water. Het beeld van het Gouden Paviljoen van het Kinkakuji-klooster in Kyoto dringt zich op. Net zoals het werk van de Japanse architect Tadao Ando. Nederlandse lotuslelies en onverstoorbaar dobberende watervogels verhogen de oosterse sfeer.

Architectuurvorsers hebben het gebouw, ontworpen door Jo Coenen, al voorzien van referentienamen als Mies van der Rohe en Le Corbusier. Modernistisch?

Zal wel. Minimale soberheid lijkt, de Aziatische achtergrond van de bewoner ook indachtig, beter van toepassing. Want Haans handelt in producten uit het Verre Oosten, met name riet en rotan. Tijdens zijn vele reizen door de oost is de directeur-eigenaar zelfs dermate in de ban van architectuur geraakt, dat hij ook zijn woonhuis door Coenen in Aziatische sferen heeft laten ontwerpen.

In een uiteinde van het L-vormige Haans-gebouw huist het conferentie- en restaurantgedeelte, het kantoorgedeelte vindt onderdak in het andere. De gevels van het laatste zijn uitgevoerd in transparant niet-spiegelend glas. Glazen gordijnlamellen temperen een aanzienlijk percentage van het invallende licht. Anders ontstaan binnen al heel snel Aziatische temperaturen.

De kantoorkubus telt vijf verdiepingen. Binnen geen cellenkantoren aan weerszijden van een middengang. Nee, elke etage bestaat uit een open ruimte met grote en kleine insteekverdiepingen die via talrijke vides zowel horizontaal als verticaal met elkaar zijn verbonden. Er is, kortom, geen afgesloten kamer te vinden. Alleen de twee spreekruimten nabij de entree en de directeurskamer kunnen worden afgesloten.

Bovenin zit het administratieve deel van de onderneming. Op de onderste twee lagen ligt het totale Haans-assortiment uitgestald zodat afnemers uit binnen- en buitenland ‘huishoudbeurs-gezellig’ kunnen shoppen.

Vanuit de showroom kunnen ze via een traverse oversteken naar de overkant van de vijver, waar het conferentiegedeelte en restaurant liggen. Daar zitten heren in blauwe pakken en lichtblauwe overhemden druk te gesticuleren. In hun handen langwerpige glaasjes prikwijn. Er is vooralsnog geen geisha te bekennen.

De restaurant-doorsteek, eveneens van glas, is geplakt tegen een betonnen muur. Aan de andere zijde, de buitenkant dus, hangt een over het water lopende betonnen hellingbaan waarlangs bezoekers het gebouw binnenkomen. Het pad kruipt vanaf de entreepoort geleidelijk aan schuin naar de eigenlijke voordeur omhoog.

Al na de eerste treden krijg je het idee een rustiek shintoistisch klooster te betreden. Maar in de receptie geen tatami of shintopriester te bekennen. Wel een chagrijnige baliemedewerkster die je met alles behalve oosterse hoffelijkheid tegemoet treedt. Het meisje kijkt net zo quasi-verveeld uit haar ogen als de modellen uit het tijdschrift dat keurig verstopt naast haar ligt.

Voorheen kreeg Haans jaarlijks slechts 300 klanten op bezoek, liet de directeur-eigenaar eerder weten. Inmiddels meer dan 1200. De vormgeving van het gebouw heeft schijnbaar een bijzondere aantrekkingskracht. Dat zou andere Tilburgse ondernemers toch moeten aanspreken in een tijd dat steeds meer bedrijven de stad verlaten. Haans moet alleen nog een klantvriendelijke receptioniste zien te vinden. Dat komt de oosterse sfeer ten goede.

Reageer op dit artikel