nieuws

Boerenverstand basis bebouwing IJsselmeerpolders

bouwbreed Premium

De IJsselmeerpolders moesten vooral goed bruikbaar zijn, zo vonden de ontwerpers. Ze lieten zich daarom niet verleiden tot speculatieve en monumentale plannen en vertrouwden op hun boerenverstand.

Dit concludeert oud-stedenbouwkundige ir. C. van der Wal in zijn proefschrift ‘In praise of common sense…’ *)

Onder de ontwerpers van de polders bestonden twee principieel verschillende inzichten. Sommige ontwerpers benaderden de plannen vanuit het gezichtspunt van het platteland, andere vanuit het gezichtspunt van de stad. Een ander verschil in inzicht betrof de manier waarop de plannen voor polders en nederzettingen moesten worden ingevuld. Sommige ontwerpers wilden een afgerond eindontwerp maken, maar anderen wilden slechts een goede aanzet geven voor een nederzetting. Het hele ontwerpproces voltrok zich gedurende zeventig jaar onder verantwoordelijkheid van de Dienst der Zuiderzeewerken (ZZW) en de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP). In 1989 werden zij samengevoegd en veranderde de daardoor ontstane directie van een ontwikkelings- in een beheersorganisatie en kwam er een einde aan het tijdperk waarin complete polders en nederzettingen gebouwd werden.

Succesvol

Conform de Nederlandse bouwtraditie maakten de planners van de poldernederzettingen praktische en sobere ontwerpen. De planners wilden vooral een omgeving creeren, die een zo groot mogelijke kans bood op een succesvol bestaan in de polder. De nederzettingen in de Wieringermeer en Noordoostpolder waren meestal ontworpen om het platteland te bedienen. De ontwerper van de dorpen in de Wieringermeer, Granpre Moliere, zag meer heil in de relatie van de mens met het land dan in die met de opgefokte cultuur in de stad. Zijn opvolgers neigden in de Noordoostpolder eveneens tot deze traditionele uitgangspunten. Bij het ontwerpproces van de Flevopolders werden de rollen min of meer omgedraaid en kreeg het platteland de functie om de dorpen en steden te bedienen. De zelfstandigheid van de dorpen en steden nam toe, mede vanwege de nabijheid van de Randstad.

De ontwerpgeschiedenis van Lelystad toont een ander verschil in inzicht tussen stedenbouwers. Tot de jaren vijftig maakten sommige ontwerpers uitgebreide eindontwerpen, met als doel al bouwend uiteindelijk op dat eindontwerp uit te komen. Dat veranderde in de jaren veertig en vijftig, toen stedenbouwers plannen gingen maken die een veel onzekerder uitkomst hadden. Ze schiepen een kader voor een ontwikkeling en hielden rekening met groei in de toekomst. In eerste instantie was Lelystad ontworpen als eindontwerp. Maar na een botsing tussen stedenbouwkundigen werd dat plan gewijzigd in een plan waarin niet alles was vastgelegd. Deze botsing heeft in Lelystad duidelijke sporen nagelaten.

*) Stedenbouwkundige en voormalig medewerker van de Directie IJsselmeergebied van Rijkswaterstaat ir. C. van der Wal schreef ‘In praise of common sense. Planning the ordinary. A physical planning history of the new towns in the IJsselmeerpolders’ voor de Rijksuniversiteit Groningen.

Reageer op dit artikel