nieuws

Skutsjesilen tussen de bedrijven door

bouwbreed Premium

“Ik stap zo vanuit mijn werk op het Heerenveense skutsje, mijn vakantie is dan gelijk begonnen.” Directeur Sander Krikke (52) van het gelijknamige baggerbedrijf in Heerenveen zwerft de komende twee weken op de Friese wateren. Voor de 34ste keer neemt hij deel aan het skutsjesilen, een reeks van elf hardzeilwedstrijden voor historische vrachtzeiltjalken. “Ik bekijk het gewoon van jaar tot jaar of ik doorga.”

Krikke begon afgelopen zaterdag in Grou als bemanningslid op het skutsje ‘Gerben van Manen’ van Heerenveen. “Mijn liefde voor het skutsjesilen begon al op jonge leeftijd. Mijn vader was namelijk een fervent liefhebber van deze sport en dat sloeg op mij over”, vertelt Krikke.

“Ik weet nog wel dat ik als jongetje soms vanuit mijn woonplaats Oudehaske helemaal naar Stavoren fietste om er de SKS-wedstrijden op het IJsselmeer te zien. Ook mijn schoonvader was nauw betrokken bij de skutsjesilerij en zat net als mijn vader enige tijd in de commissie van stichting Het Heerenveense skutsje. Zo raakte ik ook steeds meer ingeburgerd in dat wereldje. In 1963 werd ik gevraagd als bemanningslid op het Heerenveense skutsje deel te nemen.”

“Ik ben als peiler begonnen aan boord. Later ben ik respectievelijk nog man bij de schoot en voorhouder bij de fok geweest. Omdat ik toch wat ouder word, een eigen bedrijf heb en daarom niet te veel risico’s meer wil lopen, heb ik het zware werk op het skutsje de laatste jaren aan anderen overgelaten. Ik ben nu de rechterhand van de schipper en geef vanaf het voordek aanwijzingen hoe er gezeild moet worden en spring eventueel bij waar dat maar nodig is.”

Tot nu toe behaalde Krikke dertien SKS-kampioenschappen, het laatste succes dateert uit 1994. “De onderlinge krachtsverschillen zijn de laatste jaren veel kleiner geworden. Zeker zeven skutsjes zijn aan elkaar gewaagd en titelkandidaat. Daar horen wij ook zeker bij, ja.”

Een familie

Al 33 jaar lang besteedt Krikke zijn zomervakantie aan het skutsjesilen. “Door de drukte van mijn bedrijf heb ik wel eens overwogen om te stoppen met de skutsjesilerij, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik kan de sport gewoon niet missen. Ik bekijk het van jaar tot jaar of ik doorga. Er blijft voor mij dan nog een kleine week over om er met de vrouw op de motorboot op uit te trekken. In het buitenland ben ik dan ook nog nooit op vakantie geweest. Het trekt me eerlijk gezegd ook niet.”

Op het skutsje van Heerenveen wordt Krikke vergezeld door zijn 19-jarige zoon, die aan zijn derde jaar als bemanningslid begint. “Tijdens de SKS-skutsjesilerij ben je twee weken lang een grote familie met de andere skutsjes. ’s Nachts slapen mijn vrouw en ik altijd op de eigen motorboot, die achter de skutsjevloot aan vaart.”

Onder de bemanning bevindt zich ook Klaas Boersma, in het dagelijks leven directeur operationele zaken bij kozijnenfabriek De Vries BV uit Gorredijk. “Die leeft gewoon voor het skutsjesilen. De ‘Gerben van Manen’ is zijn alles. Daar besteedt hij volgens mij nog meer aandacht aan dan aan zijn eigen gezin”‘, lacht Krikke.

Slapeloze nachten

“Voor mij ligt dat allemaal wat moeilijker. Als kleine zelfstandige heb ik mijn handen vol aan het baggerbedrijf. Daarom is het skutsjesilen is wat meer bijzaak geworden. Vroeger, toen mijn vader nog directeur van het bedrijf was, had ik veel meer tijd voor de zeilerij en was ik ook veel feller. Ik kan nu bijvoorbeeld door de week ook nooit mee op het skutsje om te trainen. Dat laat mijn werk niet toe. Zelfs in het weekend ontbreekt me vaak de tijd om te gaan zeilen.”

Krikke stapt elk jaar nadat hij uit zijn werk komt, zo op de boot. “Die overgang is best groot, maar na een dag zeilen bevindt je je alweer helemaal in skutsjesil-sferen. Ik moet eerlijk zeggen dat de zeilerij dit jaar weinig door mijn hoofd heeft gespeeld. Ik heb namelijk kopzorgen over mijn bedrijf, want we hebben nauwelijks baggerklussen na de bouwvakvakantie. Dat is zorgwekkend en bezorgt me slapeloze nachten.”

Magere jaren

De huidige directeur kwam in 1968 als werknemer in het florerende familiebedrijf, dat nu zeven werknemers telt. De afgelopen jaren zag Krikke het tij in de branche enigszins keren. “Momenteel beleven we nogal magere jaren. Er is relatief weinig aanbod en veel concurrentie in de baggerbranche, we hebben te maken gekregen met veel milieuverordeningen en daardoor vraagt de voorbereiding van de werken veel meer tijd dan vroeger. Ik ben nu meestal bijna een half jaar bezig om een vergunning rond te krijgen. De bagger-affaire rondom de provincie Friesland heeft de reputatie van onze branche natuurlijk ook geen goed gedaan.”

Na het skutsjesilen moet hij weer hard aan de slag. “Voor mij is het nu kwestie om na de bouwvakvakantie nieuwe orders in de wacht te slepen. Mijn zoon Sander studeert momenteel weg- en waterbouw aan de MTS en voelt wel voor het bedrijf. Hopelijk kan ik hem nog een toekomst bieden.”

Reageer op dit artikel