nieuws

Schildersmuseum toont geheimen van het vak

bouwbreed Premium

Een verfkwast van ijsbeerhaar. Het lijkt de titel van een verhalenbundel, maar het is een van de voorwerpen uit de collectie van het Sikkens Schildersmuseum te Sassenheim. Het museum biedt overigens meer dan verfkwasten. Zo kan de bezoeker een kijkje nemen in een schilderswerkplaats anno 1900. Het derde deel van een korte serie over museumcollecties die betrekking hebben op de bouw.

De planken van het kastje buigen onder het gewicht van de verfpotten. Een met kalk besmeurde werkbank staat tegen de muur. “Geverfd Nat”, waarschuwt een bordje in de schaars verlichte schilderswerkplaats uit 1900.

“De mensen vragen zich wel eens af hoe schilders in zo’n donkere ruimte verf konden maken”, zegt Ton Molenberg, de beheerder van het Sikkens Schildersmuseum. “Je kunt bij dit licht nooit kleuren mengen, zeggen ze en daar hebben ze ook gelijk in. Het geheim is dat de schilders vroeger pas in het voorjaar verf in kleuren maakten en dan is er licht genoeg.”

Het Sikkens Schildersmuseum, gevestigd in het voormalige gemeentehuis van Sassenheim, bezit naast schildersattributen een behangcollectie. Ook worden er wisseltentoonstellingen gehouden. Zo is er op dit moment een expositie van Chinese achterglasschilderijen uit de 18de eeuw te zien. Chinese kunstenaars schilderden op de achterkant van glasplaten. Het is een techniek die in Europa weinig werd gebruikt. De negentien schilderijen die het museum tentoonstelt, zijn geleend van het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden.

Loodwit

Ton Molenberg pakt een bordje van de kast uit de schilderswerkplaats. Er staat een afbeelding op van een juffrouw die zojuist haar lippen heeft gestift en rouge op haar wangen heeft gedaan. Ze kijkt goedkeurend in een handspiegel. ‘Voorzichtig! Pas geverfd’, staat er op.

“Een pikanterietje uit de jaren dertig”, glimlacht de museumbeheerder. Hij zet het bordje terug en loopt naar een kast met talloze laatjes. “Dit is de pigmentkast”, zegt hij en trekt een laatje open dat een wit poeder bevat.

“Loodwit”, aldus Molenberg. “Ik heb hier wel eens een oude schilder van in de negentig ontvangen en die kon maar niet begrijpen, waarom tegenwoordig geen loodwit meer mag worden gebruikt. ‘Die jongelui zijn bang voor hun gezondheid’, zei die schilder. ‘Maar dat is onzin. Ik heb jarenlang met loodwit gewerkt en ik ben nog nooit een dag ziek geweest.”

De ouderwetse schilderswerkplaats stond jaren in het woonhuis van meesterschilder Cees Tromp. In 1965 begon hij voor de aardigheid met het verzamelen van oud schildersgereedschap. Na acht jaar richtte hij thuis een kleine expositie in en verzamelde vervolgens verder. In 1973 was zijn collectie zo groot dat er in zijn huis geen plaats meer voor was.

Hij stelde toen aan de directie van Sikkens Lakfabrieken voor om zijn collectie als basis te gebruiken voor een klein museum. Het bedrijf ging akkoord en in 1981 opende het museum zijn deuren in het souterain van een Sikkens verkoopkantoor in de Haagse Schilderswijk, met Tromp als conservator.

De verzamelwoede van Tromp was daarmee nog lang niet bekoeld en bovendien kreeg hij van verschillende schilders- en verfbedrijven stukken aangeboden, zodat de collectie van het Sikkens Schildersmuseum alsmaar groeide. Zo kwam het museum in het bezit van onder meer potmolens, ladder- en handkarren, reclamemateriaal en een spiritus-vernisfabriekje. Dit fabriekje dateert van 1895 en was tot 1970 in gebruik.

Behangontwerpen

Het was op den duur niet meer mogelijk om de uitdijende collectie te exposeren en dit maakte een verhuizing naar een groter pand noodzakelijk. “We kregen rond 1990 maar liefst drie gemeentehuizen aangeboden”, vertelt Ton Molenberg. “We kozen voor Sassenheim omdat het een prachtig gebouw is en omdat onze hoofdvestiging hier zit.”

Het nieuwe onderkomen bood de mogelijkheid om de expositieruimten uit te breiden. Zo werd een etage ingericht voor een tentoonstelling over behang. De oudste voorbeelden van wanddecoratie dateren uit de prehistorie zoals de tekeningen in de grotten van Lascaux. Behang raakte pas in de 17de eeuw in zwang. Het ging in die tijd om kalfslederen wanddecoraties met allerlei afbeeldingen die uitsluitend door rijken werden gebruikt. In deze eeuw werd behang een massaproduct.

“Het waren vaak heel beroemde mensen die behang ontwierpen”, zegt de museumbeheerder. “De architecten Berlage, Zwiers en Hamaker ontwierpen bijvoorbeeld behangpatronen.”

In het museum zijn daarvan verschillende voorbeelden te zien. Ze zijn afkomstig uit de collectie die Sikkens overnam van behangselfabrikant Rath en Doodeheefver. Naast behangselpapier zijn ook de drukcylinders te zien waarmee de patronen op het papier werden gedrukt.

Het laatste onderdeel van de vaste opstelling van het schildersmuseum gaat over de geschiedenis van de firma Sikkens. Deze expositie wordt momenteel aangepast aan de laatste ontwikkelingen binnen het bedrijf en is nog niet voor het publiek toegankelijk.

Het Sikkens Schildersmuseum is uitsluitend op afspraak, door groepen te bezoeken. Op vrijdagmiddag staat de voormalige raadzaal ter beschikking aan bruidsparen. Op voorwaarde dat er niet met rijst of confetti wordt gestrooid, ke geliefden er elkaar het jawoord geven.

Informatie over het Sikkens Schildersmuseum via telefoonnummer 0252 221089.

Reageer op dit artikel