nieuws

Inlening of aanneming van werk

bouwbreed Premium

In een resolutie heeft staatssecretaris Vermeend onlangs de aansprakelijkheid van de aannemer/onderaannemer voor de afdrachten loonbelasting en premies voor werknemers van een failliete aanneem- of inleenploeg versoepeld. De volle mep twee keer betalen, plus een boete is voorbij.

Paul Schol

Bij inlening van personeel gaat het om personeel van een ander dat wordt ingeleend om met behoud van de dienstbetrekking bij de uitlener – onder leiding en toezicht van de inlener – werkzaamheden te verrichten voor die inlener.

Bij aanneming of onderaanneming van werk wordt een werk van stoffelijke aard tot stand gebracht.

Een aannemer laat bijvoorbeeld 100 meter straat (werk van stoffelijke aard) door een ploeg stratenmakers aanleggen. Indien de aanneemploeg ook zelf voor de materialen zorgt en het werk zelfstandig uitvoert en compleet oplevert is het normaal gesproken aanneming van werk. Maar, indien de aanneemploeg zelf voor bijvoorbeeld de stenen en machines zorgt en het karwei onder uw leiding en toezicht uitvoert is er in principe sprake van ‘inlening’.

Het verschil tussen inlening of aanneming is vaak arbitrair. Wat in de praktijk een aanneemploeg wordt genoemd, is in juridische zin vaak ‘inlening’. Ook een loonbedrijf (man met machine) die voor de aannemer grondwerk uitvoert (werk van stoffelijke aard) is volgens een arrest van de Hoge Raad uit april 1992 doorgaans ‘inlening’, omdat hierbij sprake is van specialistische kennis van het mee-ingehuurde personeel. Raadpleeg bij twijfel van te voren de fiscus en de uitvoeringsinstelling en bevestig schriftelijk de gemaakte afspraken.

Gaat het om aanneming dan kunt u de risico’s onder meer beperken door de afdracht loonbelasting en premies te storten op een G-rekening. Let verder op onderstaande punten:

– Controleer of de onderaannemer een loonbelastingnummer heeft bij de belastingdienst en een aansluitnummer bij de uitvoeringsinstelling (voorheen bedrijfsvereniging).

– Vraag een kopie van de verklaring van zijn betalingsgedrag bij zijn uitvoeringsinstelling en de fiscus.

– Vraag een accountantsverklaring waarin staat dat de onderaannemer aan zijn verplichtingen bij de fiscus en uitvoeringsinstelling heeft voldaan.

– Controleer of de loonsom van de onderaannemer in verhouding staat tot zijn aantal werknemers.

– Maak een schaduw loonadministratie van de werknemers van de onderaannemer. Leg vast, welke mensen van de onderaannemer op welke tijden bij u werken. Noteer hun sofinummers en vraag een kopie van een geldig identiteitsbewijs.

Met al die inspanningen blijft het voor u toch nog moeilijk te bewijzen of de onderaannemer loonbelasting en premies heeft afgedragen over werk dat bij u is uitgevoerd. De fiscus zal u altijd aansprakelijk ke stellen, maar u heeft in ieder geval een dossier met tegenbewijs opgebouwd.

Voorkomen inleenrisico

U kunt inleningsaansprakelijkheid voorkomen door aan twee voorwaarden te voldoen.

1. De uitlener moet beschikken over een uitzendvergunning en u moet daarvan een kopie vragen. (Geldt niet bij aanneming).

2. U moet ingeleend personeel binnen drie dagen na aanvang van het werk melden bij de uitvoeringsinstelling. (Geldt niet bij aanneming).

Als u niet aan beide voorwaarden voldoet, bent u als het fout gaat met de afdrachten loonbelasting en sociale lasten van werk dat door een inlener bij u is uitgevoerd, in principe altijd aansprakelijk.

– Bij inlening accepteert de fiscus gewoonlijk geen stortingen op een G-rekening en bent u bij nalatigheid van de uitlener ook aansprakelijk voor de boete en eventueel de rente over het werk bij u uitgevoerd. (Geldt niet bij aanneming).

– Indien aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan kan de inlener zich ook vrijwaren voor de inleningsaansprakelijkheid met betrekking tot de omzetbelasting over ingeleende arbeidskrachten.

Versoepelingen

Met ingang van 25 februari 1997 heeft Vermeend versoepelingen laten ingaan voor iedereen die op die datum nog niet was gedagvaard – ook al bent u wel reeds aansprakelijk gesteld.

– Bij aanneming van werk is er een uniforme richtlijn voor de berekening van de claim. Voortaan moet de fiscus met de stortingen op een G-rekening, rekening houden – tenzij u wist dat afdrachten nooit bij de fiscus zouden arriveren.

– Bij rechtstreekse storting door u in verband met ‘aangenomen werk’ van verschuldigde loonheffing bij de belastingdienst (CBA), wordt uw aansprakelijkheid beperkt als de betaling voldoende is gespecificeerd. Daarvan is sprake als naast de gegevens van de onderaannemer, zijn loonbelastingnummer, de naam van het werk en de periode waarin het werk is verricht, wordt gemeld.

– Bij uw storting op een G-rekening van de uitlener wordt uw aansprakelijkheid beperkt als u het geld van een vrije rekening (geen G-rekening) overmaakt naar de G-rekening van de uitlener.

– Als uit de administratie van uw onderaannemer of inlener niet is af te leiden welke werknemers loon hebben ontvangen, worden de loonbedragen gebruteerd (60%). Op iedere netto gulden loon, komt nog eens f. 1,50 belasting (exclusief rente en boete). Voortaan bruteert de fiscus in deze situatie nog wel tegen 60% maar de aansprakelijkstelling wordt in 1997 verlaagd tot 41,5%. U moet dan wel ke bewijzen aan wie het salaris is uitbetaald (kopie identificatiebewijs, naam, adres, woonplaats van werknemers). Heeft u geen schaduw-administratie dan zal de aansprakelijkheid niet worden beperkt. Deze beperking is dus alleen mogelijk indien expliciet de anonimiteit van de betrokken werknemers wordt opgeheven.

– U bent aansprakelijk voor de heffingsrente over de loonbelasting (voor werk op uw bedrijf) dat de uitlener te laat heeft betaald. Vermeend vindt nu dat de fiscus moet kijken of u verweten kan worden dat er te laat is betaald.

Kan de fiscus u niets verwijten, dan vervalt de heffingsrente. Dit gold al voor de invorderingsrente.

– Bij ‘inlening’ bent u aansprakelijk voor de boete die de uitlener wordt opgelegd. Dat geldt niet bij aanneming. Vermeend heeft nu ook bij de inleningsaansprakelijkheid het doorschuiven van de boete naar u geschrapt. De boete bedraagt, afhankelijk van de mate van schuld, 25% tot 100% van het belastingbedrag.

– Als u aansprakelijk wordt gesteld voor bedragen die uw onderaannemer of uitlener niet aan de fiscus en uitvoeringsinstelling heeft betaald, wilt u natuurlijk weten ‘waarom’? De fiscus beriep zich op geheimhouding en verstrekte die informatie niet. In mei ’96 heeft de Raad van State de fiscus daartoe in een uitspraak verplicht. Indien u aansprakelijk wordt gesteld moet de fiscus u onder meer meedelen: de omzet van de onderaannemer/uitlener op uw werk, de looncomponent in de omzet, de verschuldigde loonheffing over deze looncomponent en de afgedragen en betaalde loonheffing over uw werk. Ook de vrijwarende betalingen van de onderaannemer/uitlener moet de fiscus melden. De fiscus behoeft dus niet de hele G-rekening van uw onderaannemer te verstrekken.

Paul Schol in samenwerking met Jurgen Stormmesand Adviesgroep Loonbelasting en Sociale verzekering Moret Ernst en Young Belastingadviseurs, Arnhem. Tel. 026 – 32 09 561.

Reageer op dit artikel