nieuws

Na-oorlogse wijken in Groningen hebben het moeilijk Sloop 5500 woningen moet leegstand tegengaan

bouwbreed Premium

De na-oorlogse wijken in de gemeente Groningen kampen met een toenemende leegstand. De mutatiegraad is groot. Om de wijken aan de eisen van deze tijd aan te passen is sloop van minimaal 5500 woningen noodzakelijk. “Maar daar hebben we geld van het Rijk voor nodig. De financiele positie van de Groningse corporaties ligt onder het landelijk gemiddelde. Simpelweg omdat woningen hier in het noorden nu eenmaal veel minder opleveren.”

Aldus drs. W. Smink, de Groningse wethouder voor ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en stadsvenieuwing gisteren in de Martinihal in Groningen. Daar was door de Bouwsocieteit Groningen het symposium ‘Nieuw voor Oud’ op touw gezet. De toekomst van de na-oorlogse wijken stond tijdens deze bijeenkomst centraal.

Dat de na-oorlogse wijken het moeilijk hebben lijdt volgens

Smink geen twijfel. Zij hebben het zwaar onder de toenemende druk van de nieuwe uitleglocaties. Zodra men het zich maar enigszins kan permitteren, trekt men naar de nieuwe locaties waar koopwoningen met een voor- en achtertuin lonken. “In deze tijd van koopkrachtverbetering is de koopwoning uitermate populair. Men wil meer kwaliteit. Wordt die niet in deze plaats gevonden, dan kijkt men gewoon een stukje verderop”, zo schilderde Smink het huidige sombere beeld van de woningmarkt in bestaand stedelijk gebied.

Een situatie die voor Groningen op de lange termijn funest is. Gemiddeld verliest de noordelijke stad zo’n duizend inwoners per jaar aan buurgemeenten die de gewenste koopwoningen wel blijken te ke leveren. Afspraken met de regiogemeenten over het bouwbeleid en de ontwikkeling van nieuwbouwlocaties moeten Groningen soelaas bieden. Maar ook een snelle aanpak van de na-oorlogse wijken moet de uittocht een definitief halt toeroepen. Daarbij staat de sloop van niet populaire complexen hoog op het lijstje. Vervolgens is het terugbouwen van grondgebonden koopwoningen noodzakelijk.

Openbare ruimte

Ook een complete aanpak van de openbare ruimte en een goede invulling daarvan is volgens Smink van belang. “Als je nu kijkt naar de openbare ruimte in de na-oorlogse wijken dan zie je niet alleen groen maar ook gemeenschappelijke ruimtes waarvoor niemand zich meer verantwoordelijk lijkt te voelen. Ook dat moet veranderen.”

De herstructureringsplannen zijn in de visie van Smink te vergelijken met een tweede stadsvernieuwingsgolf waar eveneens veel geld voor nodig is. “Het is fijn dat de overheid f. 1,8 miljard extra uittrekt voor de na-oorlogse wijken. Want het is nodig om dergelijke bedragen op de plank te hebben. We ke het niet alleen. Wel kijken we bijvoorbeeld naar onconventionele financieringsmogelijkheden. Zo proberen we de opbrengsten van een duurdere nieuwbouwwijk door te sluizen naar de aanpak van de bestaande voorraad. Het is een vorm van verevening die veel vaker toegepast zal gaan worden. Maar daarmee doe je ook een groot beroep op de markt.”

Overheidsbijdrage

Een beroep dat in de visie van mr. L.H. Kokhuis, directeur-generaal van de volkshuisvesting van het ministerie van VROM, ook niet aan dovemansoren gericht mag zijn: “Als we het hebben over de financiering van de herstructurering, dan moeten marktpartijen en corporaties gezamenlijk f. 21,2 miljard op tafel leggen. De gemeenten dragen zelf f. 3,8 miljard bij waarvan f. 2,1 miljard onrendabel.”

Bij elkaar gaat het dan om een investeringsopgave van f. 25 miljard. Een bedrag dat ook door het ministerie van VROM is becijferd als nodig om de herstructurering van de stedelijke gebieden uit te voeren. “De meningen over dit bedrag lopen uiteen. Kijk maar naar het recente onderzoek van OTB in opdracht van de 23 middelgrote gemeenten die uitkomt op een veelvoud daarvan. Ik denk zelf ook dat het hier om een topje van de ijsberg gaat. Maar in ieder geval doen wij als overheid met een bedrag van f. 7,2 miljard een forse duit in het zakje”, aldus Kokhuis.

Reageer op dit artikel