nieuws

Franse bouwers azen op concessiepoen

bouwbreed Premium

De Franse bouwbedrijven doen het goed in het buitenland en in het bijzonder in de Europese Unie. Om te ke ‘overleven’ moeten ze wel. De crisis in de bouwsector in Frankrijk maakt de spoeling in eigen land dun. Evenals in andere Europese landen biedt de Franse overheid weinig soelaas.

Door de budgettaire restricties van het Verdrag van Maastricht zijn investeringen in openbare werken drastisch ingeperkt.

In 1996 realiseerden de Franse bouwbedrijven in het buitenland een omzet van f. 20 miljard, waarvan 43 procent in de Europese Unie. De concurrentie maakt dat activiteiten veelal moeten worden gebundeld en contracten zich steeds meer toespitsen op gespecialiseerde poen, als de water- en spoorwegbouw, afvalverwerking en de exploitatie van wegen en tunnels.

Er zijn weinig grote poen in West-Europa, waar de Fransen niet aan deelnemen. Of het nu de Eurotunnel (Noord-Frankrijk) is, de metro van Athene, de Vasco da Gama brug over de Taag (Lissabon), de Ford fabriek in Portugal, de Severn brug (Engeland) of de Oresund tunnel (Denemarken-Zweden), op de Europese ranglijst behoren de Franse bouwbedrijven tot de eersten. Bouygues (omzet f. 24,133 miljard), SGE (omzet f. 15,7 miljard) en GTM-Entrepose (omzet f. 12,67 miljard) behoren zelfs tot de eerste vijf op de Europese ranglijst, naast de Duitsers Philipp Holzmann (omzet f. 16,07 miljard) en Hochtief (omzet f. 12,6 miljard).

Engineering cultuur

Volgens Andre Jarroson, voorzitter van de SEFI (vakbond van internationale bouwondernemers), exporteren de 21 grootste Franse bouwbedrijven ruim 30 procent van hun totale omzet. “De bouwexport in de Europese Unie vertegenwoordigt hierin 48 procent en verwacht wordt dat dit percentage in de komende jaren zal stijgen.”

Hun succes op de Europese markt danken de Franse bouwbedrijven aan overname van of deelname in lokale bouwbedrijven. Bij internationale aanbestedingen hebben ze reeds een voet tussen de deur, in tegenstelling tot in andere landen van de wereld, waar sprake is van directe export.

“In Europa staat de Franse bouw vrij sterk” aldus Michel Levron, Europa-specialist van het weekblad Le Moniteur. “De grote groepen hebben een snelle herstructurering ondergaan. Er bestaat in Frankrijk een specifieke engineering cultuur. Dank zij onze gespecialiseerde hoge scholen is de kennis van topniveau. Op het gebied van concessies en exploitatie van bijvoorbeeld autowegen en tunnels hebben wij ook een ruime ervaring. Steeds meer bedrijven kiezen trouwens voor dit soort poen, omdat de financiering een probleem wordt en de winstmarges in Europa steeds kleiner worden.”

Jarroson (SEFI): “De Franse bouwbedrijven hanteren bij hun inschrijvingen een specifieke aanpak. Ze bieden variabele mogelijkheden, voor een goede prijs-kwaliteit verhouding. Ook doen ze zelf een grondige voorstudie op het gebied van engineering en bouwmaterialen. Dit wint tijd en geld in het po. Zo hebben we het po van Severn brug in Engeland binnengehaald, alsmede de Vasco da Gama brug over de Taag en de Oresund tunnel. Concessie en exploitatie van wegen en tunnels is een andere specialisatie van Franse bouwbedrijven. Met Spanje zijn wij de enigen die een lange ervaring hebben op het gebied van tolwegen.”

Financiele constructies

Dit beaamt Jean-Francois Ravix, onder meer belast met de poen in de Europese Unie bij Dumez-GTM (omzet f. 7,3 miljard, waarvan 50 procent export). “Wij willen ons zoveel mogelijk concentreren op concessiepoen (DBFO). De financiele constructies hiervoor worden uitgedokterd door ons moederbedrijf GTM-Entrepose, de constructiepoot van La Lyonnaise des Eaux. Deze berekent de rentabiliteit van dergelijke investeringen.”

Dumez-GTM werkte onder meer aan de Erasmusbrug bij Rotterdam en het po voor de Rion-Antirion brug in Griekenland (Europese Investeringsbank) in samenwerking met vijf Griekse partners.

Groot-Brittannie

Voor Dumez-GTM is Groot-Brittannie een belangrijke klant. Ravix: “Wij hebben de sterke wil de export naar de Europese landen uit te breiden. Met name naar Groot Brittannie. Dumez-GTM heeft daar de Second Severn crossing gebouwd in samenwerking met een Britse partner. Hierdoor hebben wij een streepje voor en zijn door BA (de British Airport Authority) gekozen om in samenwerking met een lokale partner Terminal no.5 voor de Luchthaven Heathrow te bouwen. Dit project wordt gefinancierd door BA. Ook zijn wij in Groot Brittannie zeer actief op het gebied van wegenbouw. Dank zij de privatiseringen in dat land, is er veel privekapitaal beschikbaar gekomen. De investering in openbare werken is een politieke keuze.”

Een totale omzet van f. 1,533 miljard in 1995 in Groot-Brittannie maakt van dit land de eerste Europese klant van de Franse bouwbedrijven. De voor 90 procent door lokale filialen gerealiseerde poen, zijn tussen 1986 en 1995 met 9 vermenigvuldigd. Groot Brittannie vertegenwoordigt 7,3 procent van het totaal aan openbare aanbestedingen in de EU. Ook deze sector is het slachtoffer van budgettaire restricties. In 1996 was er sprake van een 3,9 procent daling aan overheidsinvesteringen.

Gezien de verbetering van de Britse economie, zullen de openbare aanbestedingen in 1997 met +1 procent stijgen. De Britse overheid wil zijn investeringen echter zoveel mogelijk overdragen aan de privesector (Private Finance Initiative). Gezien de slechte staat van infrastructuren, waaronder de metro van Londen, zet het ministerie van Transport echter een vraagteken achter de privatiseringen en het opstarten van wegenbouw poen.

Bouwspecialisaties

Voor de Franse bouwbedrijven blijven de perspectieven in Groot-Brittannie gunstig. Gespecialiseerde bouwpoen zoals de vernieuwing van waterwer- ken hebben in 1996 een hoge vlucht genomen (+41 procent voor de eerste negen maanden van 1996 in vergelijking met dezelfde periode in 1995). Voor de aanleg van 2500 kilometer spoorrails en 1000 spoorwegbruggen (geprivatiseerd in februari 1997) is f. 7,666 miljard beschikbaar. Kortom bouwspecialisaties waar de Fransen in thuis zijn.

Reageer op dit artikel