nieuws

Europa reddende engel voor gevallen Italiaanse goden

bouwbreed Premium

Hoe staat het met de bouw in Italie? Een dergelijk domme vraag kan alleen een buitenlander stellen. Elke Italiaan weet dat zijn natie goed beschouwd uit een aantal landen bestaat. Verdient een architect in het noorden gemiddeld f. 80.000 per jaar, in het zuiden bij Calabria is dat een kwart. Een ingenieur in een andere discipline verdient overigens beduidend beter.

De bouw in Italie bestaat niet, al treffen we wel degelijk gemeenschappelijke factoren aan die de stand van zaken op dit moment bepalen. Wettelijke verordeningen gelden voor elke inwoner, al zal de Milanees zich daar aan houden en de Siciliaan plotsklaps doen voorkomen dat hij niet kan lezen. Zo moet de wijziging van wet 216 en het in leven roepen van wet 109 begin dit jaar vooral als een intentieverklaring worden gezien. Het betreft hier een versoepeling van het ministerie van Ruimtelijke Ordening in de programmering van poen. Met andere woorden: waar voorheen meer dan de helft van intekeningen op publieke werkzaamheden zonder openlijke mededeling plaatsvond, moet dit soort vriendjespolitiek een halt worden toegeroepen.

De toetreding tot de Europese Unie en het verwisselen van de lire voor de felbegeerde ecu speelt hierin zeker een rol. Buitenlandse bouwondernemingen, architecten en ingenieurs hebben globaal drie klachten. De eerste luidt dat alleen in Italie voor elke stap op de steiger een formulier moet worden bemachtigd, met stempels en zegels, notariele aktes en vergunningen. Voordat je in dit land aan de slag kunt, zou het werk in andere Europese landen al voltooid zijn. Ten tweede liggen de lonen in verhouding zo laag, dat een beetje gerespecteerd internationaal bedrijf niet eens intekent op een interessant po. Tot slot staat Italie financieel aan de afgrond, dus zelfs al krijgt een buitenlandse aannemer de opdracht, dan valt nog maar te bezien of de afgesproken offerte wordt voldaan.

Aan dergelijke waarheden valt niet te tornen, al proberen de politici in de ‘Laars’ het tij krampachtig te keren. Ondanks al die bezwaren blijft Italie op architectonisch gebied een uitdaging, als het land van de vormgeving. Een reis van noord naar zuid, met een kritische blik op de grote steden, geeft echter aan dat de architectonische hoogstandjes steeds lastiger te realiseren zijn. Niet alleen vanwege hoge kosten, maar omdat op velerlei gebied een achterstand moet worden ingehaald:

1. Door sociale en financiele factoren neemt de bevolking in Italie af. Woningbouw, maar ook voorzieningen als scholen, zijn voor een groot deel afhankelijk van prognoses voor de toekomst en die bieden weinig hoop: de gemiddelde Italiaan wil niet meer dan een nakomeling;

2. Het toerisme neemt nog altijd toe, waarmee het oude cultuurgoed steeds meer onderhoud vraagt. Gestadig proberen cultuursteden als Florence en Rome, maar ook Milaan, de achterstand van decennia wat betreft restauratiewerkzaamheden in te halen;

3. Telkens weer wordt het land geteisterd door natuurrampen als overstromingen en aardbevingen. Dat, tezamen met een aantal forse bomaanslagen in oude steden, slokt veel van het budget op. Bovendien is in het recente verleden daardoor teveel sprake geweest van noodbouw, die inmiddels grote stedenbouwkundige problemen oplevert;

4. Door een andere volksaard en een divers leefklimaat zijn begrippen als veiligheid en milieu te lang in het vriesvak gezet. Wil Italie serieus genomen worden in Europa, dan dient de achterstand snel te worden ingehaald;

5. De angst om internationaal niet mee te tellen en buitenlandse gasten niet naar behoren te ke ontvangen, leidt tot prestigieuze poen als congrescentra of archeologische parken die zeker niet in de eerste plaats voor de eigen inwoners bedoeld zijn.

Rome en Napels

In Rome moet maar liefst 7700 hectare grond opnieuw worden ingedeeld. Hierop huizen 380.000 inwoners. Via architectuurwedstrijden en het stimuleren van private acties dienen uiteindelijk vier parken te ontstaan die als longen adem geven aan de stad. Het grootste is Centocelle, waar historische bezienswaardigheden en botanische tuinen een nieuwe aantrekkingskracht moeten vormen, omkranst door een bescheiden landbouw. Om dit miljardenpo kanshebbend te maken, krijgen bewoners de gelegenheid zonder teveel administratieve obstakels hun huis te vervolmaken danwel te verkopen en bij te dragen aan de droom van een stedenbouwkundig evenwicht. Daarbij mag ook een Olympisch zwembad niet ontbreken. Dus dat komt er, al valt daar door designers weinig eer aan te behalen.

Napels draagt nog altijd de sporen van de aardbeving uit 1980, toen 20.000 inwoners dakloos werden en nog eens 13.000 in noodwoningen werden opgevangen. De ramp leidde ertoe dat in de tien jaar daarna maar liefst 150.000 mensen van de stadskern naar de ring zijn verhuisd. Het plan Bagnoli moet uitkomst brengen en Napels verdelen in vier windstreken, die elk hun eigen signatuur krijgen. De gemeente pakt bij alle forse plannen direct de infrastructuur mee en heeft zowel een metroplan klaarliggen als een aansluiting op het nationale spoorwegennet. De machthebbers houden de hogesnelheidstrein in het achterhoofd, met een lichte vrees voor doorkruising van het gezondere leefklimaat dat zij beogen. Voor de noodzakelijke herschikking van de wanordelijke buitenwijken kan wellicht een beroep worden gedaan op een speciale reservering in de staatskas voor havensteden. Genua, Venetie en Triest hebben hier in het verleden al dankbaar gebruik van gemaakt.

Voor een ander po, bekend als ‘Bagnoli 2000’, moet Napels de f. 300 miljoen wellicht via de Europese Unie vinden. Het is een omvangrijke transformatie om wereldstad te worden: een haven met 700 ligplaatsen, een congrescentrum voor 2000 bezoekers, een park van 220 hectare groen met een wetenschapscentrum en een bastion voor ruimtetechniek. ‘Bagnoli 2000’ ligt momenteel ter inzage bij de regionale politiek en wordt na toestemming doorgesluisd naar Brussel.

Noorden

Drukt in het zuiden de wildgroei van moderne flatwoningen het imago, in het noorden wordt minder grootschalig gedaan. Na de overstroming in Piemonte is in een jaar tijd de verwoeste brug bij Albengo herbouwd. Het nabij gelegen Brescia, derde industriestad van Italie, is dermate rijk dat hier de luxe van nieuwe ontwerpen nog een kans krijgt. Onlangs is het kantorencomplex Mercurio voltooid, in het zuidwesten van de stad. Architect Dante Pigoli werkte nauw samen met ingenieur Pietro Agosto om het technisch vernuft op te voeren. Dit leidde tot een voor Italie ongebruikelijke toepassing van voorzetwanden met gips, die een toekomstige flexibiliteit bij de indeling van kantoorruimten vergemakkelijken.

Om mee op te stoten in de vaart der Europese volken, staan er voor f. 60 miljoen plannen voor een beursgebouw met congresruimte, toegespitst op internationale conferenties.

Het geld dat Venetie kan vrijmaken gaat naar het tegengaan van de wateroverlast in de steeds verder zinkende stad en herstel van het uitgebrande theater Fenice. Florence restaureert oude monumenten en stuit nog op de teloorgang van monumenten door de bomaanslag in 1993. Dat geldt tevens voor Milaan, waar in datzelfde jaar een bom de Villa Reale, een museum voor eigentijdse kunst, grotendeels vernietigde. Pas dit jaar is de wederopbouw hiervan een feit.

De achterstand in het onderhouden van alle cultuurgoed gaat in zo’n geval voor in de budgettering. Bij een stad als Milaan vormt de industrie en daarmee het woongenot een even belangrijk uitgangspunt. Dat levert interessante kunstwerken op, waarbij syntheses tussen historie en moderne technieken aan de orde van de dag zijn. Het grote aandachtspunt bij Milaan ligt echter toch bij de inhaalrace in achterstallig onderhoud. Zo is het stationsplein opnieuw bestraat en beplant voor een slordige f. 40 miljoen. De aangrenzende brede rijwegen en enkele ander pleinen volgen in deze renovatiedrang. Na veel dubben zal de Scala worden opgeknapt, krijgt het gemeentehuis Ansaldo een uitbreiding en bereidt men de bouw voor van een gloednieuw theater ‘Scala bis’. Het vermaarde bouwbedrijf Pirelli heeft de opdracht binnengehaald en gaat de drie poen uitvoeren voor naar schatting f. 70 miljoen.

Dromen

Te bouwen valt er nog genoeg. De tijd van dromen, debatteren en wachten op morgen lijkt ten einde in Italie. Maastricht, Brussel, Straatsburg komen dichterbij. Bijna als een geweten, waarvoor de zuiderling liever in het stof bijt dan deze kans tot zuivering in de bouw te laten lopen. Het buitenland moet worden binnengelaten en omgekeerd wil de Italiaanse architect graag zijn sporen nalaten in omringende landen. Europa vormt de reddende engel voor de gevallen Italiaanse goden in de bouwkunst.

Rotterdam Utopia

Om die reden kijkt de mediterraan eindelijk over de grenzen, lonkt naar het noorden. Van Nederland stolt vooral ‘Rotterdam’ op de lippen als een Utopia van doordachte stedenbouw. De academici in Milaan hameren in colleges en wetenschappelijke artikelen op het wakker schudden van de jongste generatie architecten. De durf om iets bijzonders te creeren is in hun opinie stukken minder dan twintig jaar geleden. Bovendien is het aantal bouwkundestudenten schrikbarend gedaald. Het beroep werd afgepeld in status en staat teveel vastgeklemd tussen eisen van deze tijd. Zoals overal in de wereld, maar de Italiaan moet er nog steeds aan wennen. Met enige schroom is het eerste publieke bio-bouwwerk herrezen en met applaus ontvangen: een school opgetrokken uit louter natuurvriendelijke materialen, in de buurt van Trento. Om aan te geven hoe versnipperd dit land opereert tussen toekomst en verleden, ging tegelijkertijd gejuich op bij de voltooiing van een diepe wens: de Middeleeuwse chalets in de buurt van Locarno zijn eindelijk gerestaureerd en voor de volgende eeuw bewaard gebleven.

En de gemiddelde Italiaan? Die begrijpt nog altijd niet wat de buitenlander zo bijzonder vindt aan zijn land. Hij moppert over zijn nieuwbouwwijk waar gezelligheid ontbreekt, vindt het geen enkel bezwaar de scheldkanonnades van buren mee te beleven, klaagt steen en been over de overlast van grote restauratiewerken die het verkeer lam leggen en vraagt zich tenslotte af waar al die architecten zich zo druk om maken. Het ware leven speelt zich immers voor tachtig procent buiten de deur af.

Reageer op dit artikel