nieuws

Aan de vooravond van de overdracht van Brittannie’s kroonkolonie Bouwkoorts in Hongkong neemt toe

bouwbreed Premium

Volgende week geeft Groot-Brittannie zijn kroonkolonie Hongkong terug aan China. Hoewel de toekomst van de meest vrije en rijke stad van Azie ongewis is, heeft dat helemaal niet geleid tot een exodus en een instorting van de onroerendgoedmarkt. Integendeel: er wordt harder gebouwd dan ooit.

In het nieuwe congresgebouw, waar op 30 juni de overhandigingsceremonie plaatsvindt, leidt de montere Deen Niels Kraunsoe de pers rond. Hij is ervoor verantwoordelijk dat het ingewikkelde ontwerp, in de vorm van een reusachtige opvliegende meeuw, op tijd klaar is. “Drie jaar geleden stroomde hier nog het water van Victoria Haven, nu bevindt u zich in de grootste congresgebouw van Azie”, vertelt hij trots.

Hij wordt bijna overstemd door gehamer in de ruimte ernaast. Er wordt nog volop geschilderd en schoongemaakt. De dag ervoor had het flink gelekt in de grote zaal, waar 4000 hoogwaardigheidsbekleders getuige zullen zijn van het hijsen van de Chinese vlag. Maar ook daar krijgt Kraunsoe geen slapeloze nachten van: “Het was slechts een afvoerpijp en het probleem is alweer verholpen”, houdt hij de journalisten voor, die grote plastic zeilen waarnemen achter de ornamenten van het plafond.

Zeven dagen per week

Drilboren en heimachines horen bij Hongkong als draaiorgels bij Amsterdam. Er wordt altijd, zelfs ’s zondags, gebouwd. Op plekken in de stad, waarvan de argeloze passant zou denken dat je er nog geen bushalte zou ke neerzetten, verrijzen wolkenkrabbers. In het peperdure centrum worden grote gebouwen afgebroken om plaats te maken voor nog hogere kantoortorens. Buiten de stadskern verrijzen binnen enkele jaren hele satellietsteden, inclusief winkelcentra en infrastructuur.

Zal men in Hongkong in hetzelfde moordende tempo doorbouwen na de teruggave aan China? Patricio de la Fuente, directeur van ingenieursbureau DHV AIB Asia Pacific verwacht van wel: “Zolang de Chinese economie groeit, plukt Hongkong daar de vruchten van. Dat laat zich natuurlijk ook in de bouw vertalen.” Bedrijven uit de hele wereld blijven er zich vestigen om van daar een aandeel in de reusachtige Chinese markt te veroveren.

De economie is sterk gericht op dienstverlening: alle grote banken, accountantsbedrijven, advocatenkantoren, transportondernemingen en handelshuizen zijn er gevestigd.

Internationale dag- en weekbladen, tijdschriften, persbureaus en andere media zorgen dat zakenmensen probleemloos de benodigde informatie ke krijgen.

Hongkong functioneert niet alleen als zakencentrum voor China, maar voor heel Azie. Hier sluit men ook contracten af voor elektriciteitscentrales in de Filippijnen of voor de metro in Bangkok. Aan nieuwe kantoren en hotels blijft dus voorlopig behoefte.

De uitbreiding van containerterminals (met nummer 10 en 11) wordt voortvarend ter hand genomen, want ruzies tussen London en Peking, die de aanleg van CT 9 vertraagd hebben, behoren tot het verleden. Ook staan er enkele grote landaanwinningspoen op stapel. En dan is er nog immer een nijpend gebrek aan woningen, dat alleen maar erger wordt vanwege te verwachten immigratie uit China.

Geld verdienen staat hoog genoteerd op ieders agenda en vakbonden zijn er niet sterk. Daardoor is het geen probleem mensen in een onwaarschijnlijk hoog tempo zeven dagen per week te laten werken. Bouwvakkers worden door onderaannemers op het arme Chinese platteland geronseld of uit Nepal en Thailand gehaald. Zij hebben geen enkele opleiding gehad en bedrijfsongevallen komen dan ook veelvuldig voor.

Solide fundament

Met hoge tempo eist ook zijn tol als het gaat om kwaliteit. Met name installaties moeten vaak al na vijf jaar vervangen worden. Het gaat om wat je ziet. Veel energie steekt men in de afbouw: de facade is belangrijk en niet wat erachter schuilt. Ontwerpers leven zich dus uit in postmoderne gevels, indrukwekkende toegangspoorten, klaterende fonteinen en vooral veel bladgoud.

Vanwege zomerse tyfoons en slagregens die aardverschuivingen teweeg ke brengen, zijn de fundamenten echter uiterst solide. Het Nederlandse bedrijf Fugro doet, naar eigen zeggen, goede zaken met geotechnische adviezen bij de constructie van deze funderingen en in de strijd tegen aardverschuivingen test het bedrijf met geavanceerde meetapparatuur de talloze gevaarlijke berghellingen.

Bij gebrek aan een schoonheidscommissie heeft een architect alle vrijheid de gekste oplossingen te verzinnen om zijn vijftig verdiepingen tellende woontorens tegen de steilste rotswanden aan te zetten en ze ook nog te voorzien van parkeergarages, sportfaciliteiten, zwembaden en een toegangsweg.

Ondanks onroerendgoed-prijzen, die tot de hoogste van de wereld behoren, verwacht De La Fuente niet dat de concurrerende havenstad Shanghai de leidende rol in Azie van Hongkong kan overnemen: “Dat zal zeker nog enkele generaties duren, als het ooit zover komt.”

De prijzen zijn vooral zo hoog vanwege de hoeveelheid bouwgrond die de regering beperkt houdt, waardoor de prijs kunstmatig hoog blijft. Of daar na 1 juli verandering in komt blijft een vraag.

Speculatie is de andere schuldige. Hongkong-Chinezen gokken niet alleen bij de paardenrennen of op de beurs, maar ook met onroerend goed. Daar komt bij dat de nieuwe rijken uit China graag indruk willen maken door prestigieuze, dure appartementen te kopen, waar er te weinig van zijn. Zo is er al in mei een optrekje van de hand gegaan voor 200 miljoen gulden en onlangs kocht een Zuid-Chinese zakenman twee huizen voor 225 miljoen gulden.

Vlak naast het nieuwe congrescentrum verrijst de spiegelende kantoortoren van CITIC, een van de Chinese staatsbedrijven die zich inkopen in de Hongkongse economie.

Gevoelige bedrijfstakken als de luchtvaart en de telecommunicatie zijn al voor een groot deel in Pekings bezit. Het vertrouwen in een bloeiende toekomst is wederzijds: de bevolking, enthousiaste bespelers van de aandelenbeurs, stond vorige maand uren in de rij om te beleggen bij Beijing Enterprise Holdings, een conglomeraat waarvan het Pekingse gemeentebestuur eigenaar is.

Chep Lap Kok

De optimistische visie van de Hongkongse overheid heeft geleid tot het grootste en duurste bouwpo ter wereld: het nieuwe vliegveld met daaromheen een uitgebreid netwerk van wegen, tunnels, bruggen, stations, spoorlijnen en nieuwe steden. Vorige week bracht de Britse gouverneur Patten een, voorlopig laatste, bezoek aan het 1.248 ha tellende opgespoten eiland, dat oogt als een woestijnlandschap met bergen van zand en keien. In de glazen passagiersterminal, die 1,3 kilometer lang is en acht verdiepingen telt, zette Patten de eerste koffer op een lopende band. Zijn toespraakje ging verloren in de herrie omdat honderden arbeiders ijverig doorwerkten.

Na de opening in april 1998 kan Chep Lap Kok 35 miljoen passagiers per jaar verwerken. Vanderlande Industries Hongkong is verantwoordelijk voor het volautomatische afhandelingssysteem van de bagage. Straks glijden er 13.680 koffers per uur over 24 kilometers lopende band naar een geavanceerd sorteersysteem. Computers scannen daar de bagagelabels en sturen de koffers door naar de juiste vlucht. Ook de controle van de bagage is geheel geautomatiseerd.

De vraag resteert of de in China welig tierende corruptie een bedreiging vormt voor Hongkongs groeiende welvaart. De la Fuente ziet de toekomst zonnig tegemoet: “De corruptie hier is sterk aan banden gelegd. Zolang ambtenaren en politie zoveel blijven verdienen als nu, geloof ik niet dat mensen er in het dagelijks leven mee te maken gaan krijgen. Wat zich op topniveau afspeelt weet je toch nooit precies.”

Dat zakenmagnaat Li Ka-shing in Hongkong een gebouw voor het Chinese ministerie van buitenlandse zaken laat neerzetten, ziet De La Fuente als een vriendendienst. “Dat kom je over de hele wereld tegen: het aloude voor wat, hoort wat principe.”

Reageer op dit artikel