nieuws

Zonne-energie is nog niet erg aantrekkelijk voor ontwerpers

bouwbreed

Zonne-energie moet het de volgende eeuw helemaal gaan maken in de gebouwde omgeving. Als het aan de overheid ligt tenminste. Voor ontwerpers zijn de huidige technieken echter alles behalve geschikt om tot een aantrekkelijk architectonisch resultaat te komen.

Op daken en gevels is voor de toepassing van fotovoltaische zonne-energie een groot potentieel oppervlak beschikbaar. Architecten maken echter nog maar mondjesmaat gebruik van deze mogelijkheid. Alleen op kleinschalige nieuwbouwpoen is enige ervaring van betekenis opgedaan. Toch is de doelstelling van de overheid om voor het jaar 2007 minimaal 250 Megawatt aan zonnepanelen te hebben opgesteld. Dat komt overeen met 2,5 miljoen vierkante meter zonnepanelen.

Naast techniek en economie verdient ook de esthetische kant van het zonnepaneel nog de nodige aandacht. Technisch en economisch zijn er diverse programma’s in gang gezet om van fotovoltaische zonne-energie een aantrekkelijke energiebron voor de komende eeuw te maken. Onderzoekinstellingen en zonnecelfabrikanten zijn bezig met technische innovaties. Op het ogenblik hebben multikristallijne siliciumcellen de gunstigste prijs-prestatieverhouding. Door standaardisatie en productiestijging zal de prijs voor 2000 waarschijnlijk zakken met 40 procent tot circa f. 5 per Watt(piek). Dat is echter nog te hoog voor economisch rendabele toepassingen. Daarvoor wordt in het kader van het onderzoekprogramma NOZ-PV gewerkt aan drie technologieen: een dunne-film siliciumcel van multikristallijn silicium als alternatief voor de huidige dikke zonnecellen, de zonnecel van amorf silicium en de organische zonnecel. Vooral deze laatste zou goedkoop ke worden geproduceerd en biedt een grote keuzevrijheid in kleur en uitvoeringsvorm. De organische zonnecel is echter waarschijnlijk niet voor 2005 concurrerend.

Tot nu toe zijn slechts aanzetten gegeven voor een oplossing van de vraagstukken op het gebied van de vormgeving. Niet alleen bij de toepassing op woonhuizen, maar vooral ook bij de grootschalige inpassing van zonne-energie in utiliteitsgebouwen. Dat er ook met de huidige technieken architectonische mogelijkheden zijn, werd onder meer duidelijk bij de inzendingen voor de ontwerpopdracht die vorig jaar door de Rijksgebouwendienst, het ministerie van Economische Zaken en de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu (Novem) is uitgeschreven. De resultaten daarvan zijn in de vorm van maquettes en tekeningen tot en met 1 juni te zien in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam.

Zonnekrachtcentrale

De opdracht bestond uit het ontwerpen van een ‘zonnekrachtcentrale’ op twee bestaande kantoorgebouwen van het ministerie van Economische Zaken aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag. De zonnekrachtcentrale moest bestaan uit 500 tot 1000 vierkante meter zonnepaneel.

Van de zes deelnemers – Bear Architecten, Architectenburo Cepezed, Architectenburo Duinker en Van der Torre, Galis Architectenburo, ir. Emiel Lamers en Van Holsteijn en Kemna – heeft een jury onder voorzitterschap van Rijksbouwmeester Wytze Patijn het ontwerp van Babet Galis en Vera Galis uitgekozen voor nadere uitwerking. De plannen van Emiel Lamers en Jan Pesman van Cepezed worden verder uitgewerkt voor eventuele toepassing op andere gebouwen.

De zes ontwerpen staan centraal tijdens de studiemiddag ‘Zonne-energie en architectuur’ die op 16 mei wordt gehouden in het NAi.

In het ontwerp van Babet en Vera Galis hangen de zonnepanelen als een soort voile boven en voor de gebouwen van het ministerie van Economische Zaken.

Reageer op dit artikel