nieuws

‘Vloerenlegger moet imago opkrikken’

bouwbreed Premium

Het is de hoogste tijd dat de vloerenleggers gaan werken aan een beter imago. Gebeurt dat niet, dan blijft de vloer een zwaar ondergewaardeerd product dat als sluitpost in het bouwproces alleen op prijs kan concurreren. Evenals de tuinman indertijd zijn beroep heeft opgewaardeerd tot hovenier, moet de vloerenlegger zijn vak opkrikken. Opleiding is daarbij het sleutelwoord.

Voorzitter M.J.G. de Rouw van de werkgeversvereniging in de vloerenbranche VTV (Vereniging Terrazzo- en Vloerenbedrijven) wond er gisteren tijdens de algemene ledenvergadering geen doekjes om: professionalisering van de sector is hoognodig, want de producten worden nog steeds ondergewaardeerd en voor een deel ligt dat aan de vloerenleggers zelf.

“Waarom weten wij maar geen plaats te creeren voor moderne, arbeidsvriendelijke, milieuvriendelijke en kwalitatief hoogwaardige producten en verwerkingsmethoden?”, vroeg De Rouw zich af. Het antwoord gaf hij ook: “Het mankeert ons aan onderhandelingstechniek, management, marketing en acquisitie, kwaliteitszorg en advisering.”

Op de markt waarop de VTV-leden opereren is in feite de prijs het enige dat telt. Dat betekent volgens De Rouw dat bedrijven voortdurend tegen elkaar worden uitgespeeld, er achteraf nauwelijks controle op het geleverde werk is en de concurrentie tegen beunhazen bijna onmogelijk is. Blijkbaar heeft het werk van de vorig jaar opgerichte Stichting Vloerkeur nog onvoldoende effect gehad.

De ontwikkelingen in zijn branche baren De Rouw met name zorgen, omdat het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid verwacht dat er in de vloerenbranche vijf procent meer werknemers nodig zijn. De sector wordt echter jaarlijks geconfronteerd met 240 uittredende medewerkers en de vergrijzing neemt nog steeds toe.

Vanwege de slechte arbeidsomstandigheden is een vloer die het vooral moet ontgelden de cement-dekvloer. Er is weliswaar een alternatief in de vorm van anhydriet gietvloer, maar die kan lang niet in alle situaties worden toegepast. En een cementgebonden vloeivloer is er nog niet.

Opleiding

De Rouw riep de leden van zijn vereniging op te gaan werken aan het imago van het vak. “Niet alleen met moderne productiemethoden, ook met een acceptabele werkdruk en door groeikansen te realiseren voor de individuele werknemer.” De Rouw wees daarbij vooral op de noodzaak van goede opleidingen, omdat de markt zit te springen om goede mensen.

“Het gaat goed, lees ik overal, maar dat geldt niet voor ons als wij blijven weglopen voor investeringen in opleiding”, aldus de VTV-voorzitter. Het management van de bedrijven is op het ogenblik te eenzijdig gespitst op het leggen van zoveel mogelijk vierkante meters. “Opleiding is de basis voor een beter imago. Als we dat oppakken en uitbouwen stijgen we vanzelf naar een hoger niveau in de markt. Dan leert de vloerenlegger ook ‘nee’ te zeggen, als door een ander een lagere prijs wordt aangeboden.”

Een eerste stap heeft de VTV zelf gezet door een bedrag beschikbaar te stellen aan de Andrean-stichting waarmee in Zwolle een pand kan worden gekocht dat ruimte biedt aan opleidingen en technologisch onderzoek.

Ook de Stichting Vloerkeur, die inmiddels vijftig bedrijven heeft erkend, kan rekenen op financiele steun van VTV ten behoeve van een verdere uitbouw van de erkenningsregeling.

Reageer op dit artikel