nieuws

De opkomst van cement, beton en eterniet

bouwbreed Premium

Na de civiel- en bouwkundig ingenieur Mart. J. Stam met zijn ‘Terugblik langs den weg der bouwmaterialen’ letterlijk aan het woord te hebben gelaten, nu in het kort een vervolg van zijn verhaal, maar dan meer in de taal van vandaag.

Hij vertelt over de ontdekking en fabricage van het cement, niet alleen ter vervanging van andere bindmiddelen in de metselmortels, maar ook om er kunstmatige steen in elke gewilde vorm van te maken.

Zo kwam in 1824 een zekere Aspdin met de eerste werkelijke Portland-cement op de proppen, terwijl in 1822 door Frost de bekende cementfabriek werd opgericht van John Baerley White and Son, die het zogenaamde White-cement fabriceerde.

In de tijd, waarin ir. Stam zijn artikel schreef, 1932, stond deze cementsoort zeer goed bekend.

Eerste cementfabriek

Maar het moest het jaar 1850 worden voor het cement die grote waardering zou krijgen, die het werkelijk toekwam.

In 1849 werd de eerste fabriek in Frankrijk gebouwd van de firma Dupont en Demarle in Boulogne sur Mer. In Duitsland was het dr. Hermann Bleibtreu in Bonn, die de eerste stappen zette en die de grondlegger werd van de zeer grote Portlandcementfabriek in Zulchow. In 1855 was dit een fabriek van 30.000 vaten.

De in ons land toen zeer bekende fabriek Dijckerhoff-cementfabrieken te Amoneburg bij Biebrich aan de Rijn werden in 1864 gesticht. Tot in 1907 brandde men hier het cement nog steeds in ringovens. Daarna in de ‘meest moderne roterende ovens’. Dat deze firma niet stil bleef staan bewees het in 1924 verschijnen van het zogenaamde ‘Doppelcement’ en in 1930 van het witte cement.

Nederlandse productie

Over Nederland zelf gesproken. In 1870 bestond er in Delfzijl een cementfabriek van 4 a 5000 vaten van 180 kg per stuk. Eigenaar was de firma Borst en Roggenkamp. In 1875 werd in Vaals de fabriek van de firma Kalff, Scheyns en Van Rey opgericht.Verder vermeldt ir. Stam een fabriek in Purmerend, ontstaan in 1882. Deze was van de firma Brantjes en Lankelma, die een capaciteit had van 11.000 vaten. Eerst in 1909 werd de fabriek van Enci in Maastricht gebouwd. Deze had toen een productievermogen van 300.000 ton.

Ir. Stam verbaast er zich overigens over, dat de fabrieken niet werden gesitueerd op de plaats waar klei en kalk toen als het ware voor het oprapen lagen, namelijk in de omgeving van de Zuiderzee. Hij zegt in zijn artikel, dat hij daar sinds 1910 al de aandacht op vestigde. Maar het streelt hem wel dat er nu, in de dertiger jaren dus, een hoogovencementfabriek in IJmuiden is gevestigd.

Gewapend beton

Nauw verbonden met de cementfabricage is verder de opkomst van het beton en het gewapend beton geweest. Een materiaal, aldus Stam, dat men kunstmatige steen zou ke noemen. Dan wel niet gebakken, doch een steen, die boven elke andere steen zeer grote voordelen heeft door de mogelijkheid der bewapening met ijzer. ‘De grenzen van de toepassing van steen werden daardoor tot het ontdenkbare uitgebreid’.

Een grote sprong voorwaarts maakte de toepassing toen Monnier, die in 1861 reeds bloempotten van met ijzer bewapend beton maakte, in 1867 octrooi verkreeg op toepassingen daarvan voor bouwconstructies.

Ongetwijfeld is het beroemde bootje, dat in 1854 werd gemaakt door Joseph Lambot en dat jaren dienst deed op een vijver, als voorloper te beschouwen van het gewapend beton. In 1875 zien we de eerste brug van dit materiaal.

De werkelijke toepassing begon echter pas na 1884 toen Freitag en Heidschuck uit Neustadt aan de Haar en Marstein en Josseau uit Offenbach aan de Main de patenten van Monnier voor Duitsland kochten.

Eterniet

Een artikel, dat ook cement als grondstof heeft, is het asbestcement, ook wel eterniet genoemd. Een soortnaam, die doelde op de onvergaanbaarheid. Stam wist toen niet dat dit materiaal, in 1892 voor het eerst toegepast, honderd jaar later kankerverwekkende stoffen bevatte. Met die onvergaanbaarheid is het eind twintigste eeuw wel gedaan.

Reageer op dit artikel