nieuws

Bpf-Bouw niet bang voor concurrentie koopwoningmarkt

bouwbreed Premium

Pensioenfonds koopt grond voor bouw huurwoningen

Het Bedrijfspensioenfonds voor de Bouw (Bpf-Bouw) gaat een accent leggen op het verwerven van grondposities om de bouw van nieuwbouwwoningen veilig te stellen. Het fonds is niet bang dat de concurrentie van koopwoningen zo groot is dat er gebouwd gaat worden voor de leegstand.

Ferry Heijbrock

“Wij zijn begonnen met het beleggen in grootschalige woongebieden, niet alleen in nieuwe uitleg, maar ook in bestaande stedelijke structuur. We ontwikkelen ook zelf. Daarbij wordt veel aandacht besteed aan leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid. Ook zijn we gestart met het opbouwen van een grondenportefeuille die verder moet worden uitgebouwd”, zo zei SFB-topman Joep Schouten bij de presentatie van het jaarverslag van Bpf-Bouw.

Volgend jaar verwacht Schouten zo’n f. 500 tot f. 550 miljoen te zullen investeren in nieuw onroerend goed. In 1996 was dat nog een bedrag van f. 300 miljoen. Eind 1996 had de vastgoedportefeuille een waarde van f. 4,7 miljard.

Daarbij is hij niet beducht voor concurrentie van de koopwoningmarkt. Door de lage rentestand is er op dit moment evident sprake van concurrentie tussen die markt en de markt voor de wat duurdere huurwoningen. Er zijn echter doelgroepen die welbewust kiezen voor een huurwoning en die zullen er ook altijd blijven.

Middelloon

Een doorn in het oog van Bpf-Bouw is de discussie rond de hoogte van pensioenen. Staatssecretaris De Grave houdt maar niet op te betogen dat het voor de betaalbaarheid en verdere flexibilisering van pensioenen nodig is die te versoberen naar 70% van het middelloon in plaats van, zoals nu gebruikelijk, het eindloon.

Fungerend Bpf-voorzitter Roel de Vries toonde zich verheugd dat De Grave onlangs heeft gezegd dat middelloon voor hem geen dogma is. De Vries vindt dat een dergelijke discussie een zaak is van sociale partners. Daarom ageerde hij ook tegen de ‘dreigementen’ van De Grave om via fiscale maatregelen partners bijna te dwingen om te kiezen voor het middelloon. “Het is naar mijn mening ongepast het primaat van de sociale partners door fiscale maatregelen betekenisloos te maken.”

De Vries wees er daarbij op dat de bouw al een ‘gemitigeerde’ eindloonregeling kent. Dat wil zeggen dat de pensioenopbouw vanaf de leeftijd van 55 jaar al beperkt is. Bovendien is een middelloonregeling volgens hem niet per definitie goedkoper. “Een middelloonregeling kan zo duur gemaakt worden als een pensioenfonds zelf wil.”

Schouten voegde daaraan toe dat bezuinigingen op pensioenen onbillijk zijn. “De modale bouwvakker krijgt een pensioen van maximaal f. 14.000 bruto per jaar bij 40 dienstjaren. Dat is een aantal jaren dat de meeste bouwvakkers niet halen. De verslechtering van de pensioenregeling leidt ertoe dat het pensioen van de modale bouwvakker zal dalen. Dat is moeilijk te rechtvaardigen.”

Verplichtstelling

De Vries toonde zich daarnaast blij dat de overheid inmiddels besloten heeft de verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds te handhaven. “De verplichtstelling is belangrijk. Verdwijnt zij, dan betekent dit een forse aanslag op de solidariteit. Bovendien gaat het niet aan een van de beste pensioensystemen ter wereld te ondermijnen. Pensioenspecialisten uit het buitenland komen niet voor niets regelmatig een kijkje in onze keuken nemen.”

Bpf-Bouw doet het trouwens goed met beleggen. Over de laatste vijf jaar gemeten werd een overall performance bereikt van 11,7%. Dat is 0,3%-punt hoger dan uit een vergelijkende benchmark van WM-Universe naar voren komt.

Belangrijker nog dan de performance is de beleggingsmix die wordt gekozen. Ideaal voor Bpf-Bouw zou in 1996 zijn geweest 50% vastrentend, 27% vastgoed en 23% aandelen. In werkelijkheid was het 50% vastrentend, 22% vastgoed en 28% aandelen. Mede door de goede resultaten kon f. 2,9 miljard worden toegevoegd aan het vermogen, waardoor het belegd vermogen nu wordt gewaardeerd op f. 21 miljard.

Reageer op dit artikel