nieuws

Wetenschappers over proefpo Tweede Heinenoordtunnel: ‘Jammer dat er niets uit de hand loopt’

bouwbreed Premium

Sinds februari wordt bij Barendrecht een Tweede Heinenoordtunnel geboord. De tunnel komt vlak naast de bestaande verkeerstunnel en is bestemd voor langzaam verkeer. Het is een proefpo om kennis op te doen met boren van tunnels in Nederlandse grond. Tot nu toe verloopt het werk zonder noemenswaardige storingen. “Dat is goed, vinden de mensen die bij de productie zijn betrokken”, zegt Leen de Jong, poleider uitvoering bij Tunnel Combinatie Heinenoord (TCH). “Maar de wetenschappers op het po vinden het jammer dat nog niets uit de hand is gelopen.”

De bouwkeet van het po Tweede Heinenoordtunnel ligt vlak naast de plaats waar met het boren is begonnen. In de keet bevindt zich ee entrum, waarvan een deel wordt gebruikt door Rijkswaterstaat, de rest is or de mensen van Tunnel Combinatie Heinenoordtunnel. De kamer van Leen de Jong bevindt zich op een strategische plek. De Jong hoeft maar naar buiten te kijken en hij ziet of er wordt geboord, omdat hij kluiten in depot kan zien vallen. De kluiten komen van het einde van een transportband. De transportband komt van een installatie waar bentoniet wordt gescheiden van de ontgraven grond. Het bentoniet wordt hergebruikt bij het ontgraven van de grond voor in de tunnelboormachine. Het depot krijgt een recreatieve bestemming. In de kamer van De Jong staat ook een monitor waarop directe beelden te zien zijn van het werk bij de boormachine. Maar een blik door het raam heeft de voorkeur.

Fabrieksmatig

Boren van tunnels heeft iets extra’s boven ander civieltechnisch werk, stelt De Jong vast. Bij afgezonken tunnels komt meestal veel waterbouw kijken. Hier bij het boren gaat het meer fabrieksmatig, het logistieke aspect overheerst. Alles moet via de startschacht: rails, mortel, pijpen, betonnen elementen voor bekleding van de tunnelwand. De elementen worden gemaakt in Zwijndrecht bij Strukton en Schokindustrie.

Naast de startschacht op de bouwplaats is een tasveld ingericht waar de elementen voor 27 ringen worden opgeslagen. Een ring bestaat uit acht segmenten, zeven gewone en een sluitstuk. Elke dag komen 5 tot 6 vrachtwagens betonnen segmenten afleveren. Met behulp van een kraan worden ze in de startschacht gehesen. Op een smalspoorwagon gaan ze naar de tunnelboormachine.

Boorgevoel

Boren is ook gevoelswerk, ondanks de vele apparatuur voor positioneren en vastleggen van het gedrag van de boormachine. Er is een zekere tijd nodig om het goede ‘boorgevoel’ te krijgen. Bij bepaalde onderdelen is sprake van een leereffect. Dat uit zich in de afname van de tijd bij herhaling van een bepaalde handeling.

Vanuit oogpunt van leren is het dan ook goed dat in het begin van het boren al twee bochten zijn gemaakt. Bij de startschacht liggen de beide tunnelbuizen iets dichter bij elkaar dan verderop.

Bij het maken van een bocht is goede plaatsbepaling onmisbaar. Met behulp van computers worden de meetgegevens vergeleken met het gewenste verloop. Vervolgens wordt berekend hoe de segmenten van de wandbekleding moeten worden geplaatst om tot het gewenste trace te komen. Er zijn zogenoemde linker ringen en rechter ringen. Elke ring is aan een zijde 5 centimeter langer (in lengterichting van de tunnel) dan de tegenoverliggende kant. Plaatsen van een linker en een rechter ring na elkaar geeft een recht verloop. Als ze gedraaid ten opzichte van elkaar worden geplaatst wordt een bocht gemaakt.

Kicken

De tunnelboormachine functioneert tot nu toe zoals verwacht. Hoewel de machine bij de fabrikant in Duitsland is getest, worden de onderdelen bij het werkelijke boren voor het eerst echt belast. Dan zijn er toch dingen die nog wat moeten worden afgesteld. Volgens De Jong wordt goede productie gemaakt.

Gemiddeld moet 10 meter per dag worden geboord. Om dat gemiddelde te halen moet het ook nog sneller ke. Er zijn al dagen geweest waarin 15 meter kon worden afgelegd. In het begin is geboord in veen en klei. Momenteel gaat de machine door zand met kleilenzen. Men ligt iets voor op de planning. In het voorjaar van 1999 zal de tunnel in gebruik worden genomen.

Niet iedereen is enthousiast over de goede gang van zaken. De wetenschappers die bij het po zijn betrokken, vinden het jammer dat nog niets ‘uit de meetschaal’ is gelopen. Omdat het boren van de Tweede Heinenoordtunnel een proefpo is, zou het dus goed zijn als zich extreme situaties voordoen. De Jong kan de wetenschappers wel begrijpen. “Zij kicken op andere dingen dan mensen die de productie moeten doen.”

Voorsprong

Kwaliteit is op dit werk minstens zo belangrijk als productie, vindt De Jong. De Tweede Heinenoordtunnel is de eerste geboorde tunnel in Nederland en het werk is dan ook te zien als een standaard voor de vele boorpoen die op stapel staan. De ervaring met de praktijk van het boren is een voordeel, want zij betekent een voorsprong op andere collega’s die de kennis later uit de publicaties moeten opdoen.

De Jong verduidelijkt: “Vergelijk het maar met autorijden. Als je daar alles over hebt gelezen, kun je nog niet rijden. Praktische ervaring is onmisbaar. Je moet weten waar de knelpunten zitten. En je moet weten wat je moet doen op momenten dat het even niet gaat zoals gedacht. Uiteindelijk is het dus een voordeel om al te weten hoe het boren in Nederlandse bodem gaat.”

Het boren

De Tweede Heinenoordtunnel wordt geboord met behulp van een tunnelboormachine van het type Hydroschild. De boorkop is voorzien van een snijwiel (spaakwiel) met een diameter van 8,55 meter. Het spaakwiel draait in een ruimte die is afgesloten van de kamer daarachter. De druk in deze kamer wordt gelijk gehouden aan de heersende gronddruk op de plaats waar de grond wordt losgesneden. Daardoor is het boorfront stabiel.

In de ruimte waarin het spaakwiel de grond lossnijdt wordt bentoniet gepompt. Gemengd met water geeft het een vloeistof met een hoog soortelijk gewicht. Dat geeft steun aan het boorfront. In de snijkamer vermengt het bentoniet zich met de grond die door het spaakwiel is losgesneden.

Het bentoniet-grond-watermengsel wordt afgezogen en door afvoerleidingen verpompt naar een scheidingsinstallatie buiten de tunnel. Het mengsel moet dus maximaal worden verpompt over een afstand van 1990 meter, de lengte van twee tunnelbuizen.

De tunnel wordt voorzien van een bekleding van betonnen segmenten. Na elke 1,5 meter boren wordt een ring van deze segmenten geplaatst. De boormachine wordt voortbewogen met 28 vijzels. Die zetten zich af tegen de rand van de t geplaatste betonnen segmenten.

Projectgegevens

ù Opdrachtgever: Rijkswaterstaat, directie Zuid-Holland ù Directievoering: Bouwdienst Rijkswaterstaat ù Aannemer: Tunnel Combinatie Heinenoord (TCH), bestaande uit: Ballast Nedam Beton en Waterbouw, Van Hattum en Blankevoort, Hollandsche Beton- en Waterbouw, Wayss en Freytag

ù Tunnelboormachine: type Hydroschild, Herrenknecht ù Lengte boortunnel: twee buizen van elk 945 meter ù Geboorde diameter: 8,55 meter ù Inwendige diameter: 7,60 meter ù Bouwtijd: oktober ’95 tot april ’99 ù Boren tunnel: februari ’97 tot februari ’98 ù Contractvorm: design and construct, vaste prijs ù Aanneemsom: f. 150 miljoen

Reageer op dit artikel