nieuws

Staatssecretaris wil experimenten in sociale zekerheid

bouwbreed Premium

Staatssecretaris De Grave van Sociale Zaken wil uitvoeringsorganen in de sociale zekerheid de mogelijkheid bieden in bepaalde situaties af te wijken van de wet. Dat zou ke door een experimenteerartikel op te nemen in de wet.

De Grave heeft dat aan de Tweede Kamer geschreven. Hij sluit aan bij aanbevelingen van de Kamercommissie-Van Zijl. Die deed vorig jaar onderzoek naar de problemen bij het College van Toezicht Sociale Verzekeringen. Het onderzoek vormde de aanleiding voor de val van De Graves voorganger Linschoten.

In zijn brief aan de Kamer zet de staatssecretaris de voor- en nadelen van een experimenteerartikel op een rij. Het belangrijkste voordeel is dat uitvoeringsorganen proefondervindelijk ke nagaan of bepaalde maatregelen een bijdrage ke leveren aan het oplossen van een maatschappelijk probleem.

Inzichten van deze organen, die vaak als eerste een maatschappelijke trend signaleren, ke dan doorwerken in het beleid van de overheid. De kloof tussen beleid en uitvoering wordt zo kleiner.

Begrensde onderwerpen

Het nadeel is dat dergelijke experimenten afwijken van de wet. Die is door een democratisch gekozen volksvertegenwoordiging vastgesteld en kan niet zo maar ter zijde worden geschoven. De experimenten moeten daarom betrekking hebben op begrensde onderwerpen en vooraf ter goedkeuring worden voorgelegd aan het parlement.

De Grave wil verder bekijken of uitvoerinsgorganen in uitzonderlijke gevallen mogen vooruitlopen op wetswijzigingen die nog in de maak zijn. Er moet dan sprake zijn van een duidelijke maatschappelijke behoefte om de wet snel te wijzigen.

Voorzitter W.E. Scherpenhuijsen Rom van het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) toonde zich aangenaam verrast door de brief van De Grave. Vrijwel gelijktijdig met het verschijnen ervan hield hij tegenover deskundigen een pleidooi voor een experimenteerartikel in de wet. Hij wees er onder meer op dat de procedures om de gedetailleerde sociale wetgeving te wijzigen veelal minstens een jaar duren. Als een wet duidelijk niet in overeenstemming blijkt te zijn met de bedoeling van de wetgever kan dat dus veel te laat worden rechtgezet.

Overheidsbemoeienis

Volgens Scherpenhuijsen Rom noemde voorzitter De Vries van de Sociale Verzekeringsbank daarvan tijdens dezelfde bijeenkomst een goed voorbeeld. Als iemand te laat een aanvraag doet om (meer) kinderbijslag is de bank wettelijk verplicht een boete op te leggen. Mensen worden dus gestraft omdat ze niet gebruik maken van hun wettelijke rechten, aldus De Vries, die het overigens niet eens was met de CTSV-voorzitter wat betreft het experimenteerartikel.

Volgens De Vries lokt zo’n artikel bemoeienis uit van de overheid met een zelfstandig bestuursorgaan als het CTSV. De toezichthouder zou tekortkomingen in de wet moeten signaleren, maar de uitvoerder van de wet moet in de visie van De Vries kiezen of die een conflict aangaat met de minister of een conflict met anderen waarmee die uitvoerder te maken heeft.

Reageer op dit artikel