nieuws

‘Laatst kreeg ik ook nog een beeld van Marx aangeboden’ Henk Koop ‘Ik durf mezelf geen aannemer te noemen’

bouwbreed Premium

In een klap maakte hij Tjuchem wereldberoemd. Henk Koop (51) haalde een beeld van Lenin uit Oost-Duitsland en zette het op het erf van een van zijn boerderijen. Op 23-jarige leeftijd maakte hij de ommezwaai van landbouw naar aannemerij. Nu ziet hij zichzelf als het middelpunt van een onderneming met een omzet van f. 1,3 miljard per jaar, maar durft zichzelf geen aannemer te noemen.

Koop Holding heeft vier divisies: pijpleidingen, wegenbouw, burgerlijke en utiliteitsbouw en een divisie overige activiteiten waar onder andere de landbouw onder valt. Zijn onderneming behaald 60 procent van de omzet in het buitenland. Koop is onder andere actief in Duitsland, Rusland, Nigeria, Portugal, Saoedi Arabie, Suriname, de Antillen, Indonesie, Maleisie, Zwitserland Hongarije, Wit Rusland, Tsjechie en Belgie. Hij reist dan ook regelmatig de hele wereld af. Komt net terug uit Saoedi Arabie en is even in Duitsland geweest.

Achter de coulissen

Het overnamebeleid van de Koop Groep is berucht. In oktober vorig jaar nam de onderneming het Duitse Sudrohbau over. Iedere week is Henk Koop daar twee dagen. “Dat doe ik een jaar lang. Dan ken ik de mensen en weet hoe ze over bepaalde dingen denken. Ook voer ik dan de belangrijkste beleidsveranderingen door. Achter de coulissen moet je een grote rol spelen, maar op het toneel moet een bedrijf zijn eigen smoel houden. Voor de buitenwacht is niets veranderd. Dat geldt trouwens niet alleen voor Duitsland maar voor heel de wereld. Cultuur kun je niet veranderen dus daar moet je dan ook van afblijven.”

De eerste week na de overname van Sudrohbau nam hij een impopulaire maatregel en verbood al het bier op de werkvloer. “Dat vonden ze niet leuk. Vakbonden erbij, toestanden, maar het is gewoon gevaarlijk en regels zijn regels en dan houd ik mijn poot stijf.” Het bierverbod is nog steeds van kracht en zal ook van kracht blijven. Ook heeft hij vergevorderde plannen om een andere grote Duitse bouwer over te nemen. Wie wil hij uiteraard nog niet kwijt. “Maar de onderhandelingen zijn in een vergevorderd stadium. Het is een gezond bedrijf, maar de directie heeft op te grote voet geleefd en dat breekt ze nu op.”

Snoepje van de week

In het Oosten liggen de kansen voor de toekomst voorspelt Koop. Aan slechtdraaiende economieen heeft hij geen boodschap. Dat verschillende Nederlandse bouwers op hangende pootjes en miljoenenverliezen terugkeerden van Duitse avonturen hebben ze aan zichzelf te wijten. “De Nederlanders dachten dat ze het wel even konden zeggen daar. Maar de afstand tussen mensen is daar veel groter en ook de manier om met elkaar om te gaan is totaal anders.”

Hij vindt dat de West-Duitsers zelf ook mooie kansen hebben gehad. “In de praktijk hebben ze de plank gigantisch misgeslagen. Vooral de projectontwikkelaars hebben grote blunders gemaakt. Daar kun je op inspelen. HBG heeft daardoor bijvoorbeeld een leuke slag ke slaan. Met de overname van Wayss en Freytag hebben ze echt het snoepje van de week binnengehaald.”

Blijven ruiken

Ruim twee jaar geleden had de onderneming nog een omzet van f. 700 miljoen, toen was het streven een miljard. Nu – vooral als gevolg van de Duitse overname – is de omzet gestegen naar f. 1,3 miljard. De winstcijfers liggen tussen de 2,5 en 3 procent. Hij heeft zichzelf geen echte doelen gesteld. “Dat klinkt misschien stom, maar ik werk gewoon door en zie wel hoe het zich ontwikkelt. Zie ik een kans dan grijp ik hem maar ik kijk niet ver vooruit. Overnames bijvoorbeeld zijn een stukje ondernemerschap. Dit past of dit past niet. Ik heb ook wel eens een bedrijf overgenomen dat me niet beviel. Dat heb ik toen weer afgestoten. Ik beperk me tot de ‘corebusiness’. Aan andere zaken wil ik niet te veel tijd verliezen. Maar vergis je niet. Ik besef dat het ook altijd een ‘people’s business’ is. Communicatie is nummer een. En alle technische foefjes ten spijt. Je moet mensen blijven ruiken.”

Plannen om naar de beurs te gaan zijn tot nu toe geen serieuze optie. “Het draaiboek ligt klaar voor het geval dat, maar ik zie er voorlopig nog niet het nut van in.” Henk Koop is enig aandeelhouder van de groep. “Het is daarom verstandig dat ik daarom voorlopig maar het middelpunt van het bedrijf blijf. Ik moet in ieder geval door totdat ik 72 jaar ben. Door allerlei commissariaten ben ik daartoe verplichtingen aangegaan. En ik moet er niet aan denken om niets te doen. Maar ieder mens is vervangbaar hoor.”

De werkweek

De werkweek van Henk Koop is gevarieerd en druk. Zes dagen per week is hij tussen de twaalf en veertien uur per dag aan de slag. Maandag is hij meestal op zijn kantoor in Groningen te vinden. De kamer in villa Gelria aan de Verlengde Herenweg is net verbouwd en heeft een inspirerend uitzicht over het naastgelegen park. Dinsdag is vergaderdag. Woensdag is meestal actiedag. Hij trekt er dan op uit om wat te doen. Op dit moment zit Koop woensdag en donderdag meestal in Beieren. Vrijdag zit hij meestal weer op kantoor en zaterdag is gereserveerd voor de landbouw. “Dan rij ik meestal een paar van mijn boerderijen af. Het gaat slecht in de landbouw, maar ik kom oorspronkelijk uit de landbouw en dan geef je dat niet zomaar op.”

Als klein jongetje groeide hij op de boerderij op in het Groningse dorpje Tjuchem. Na de Mulo deed hij de middelbare landbouwschool in Groningen. “Dat was een geweldige opleiding. We moesten van alles doen; bodemkunde, plantkunde en boekhouden. We moesten toen ook een paar weken op een boerderij in Emmeloord praktijkervaring opdoen. Koeien melken en zo. Alles wat ik daar geleerd heb, breng ik nu nog steeds dagelijks in de praktijk. Vooral in cijfertjes was ik goed.”

Zijn moeder komt uit het Westen, de buurt van Alphen aan de Rijn. De vader van zijn vader kwam rond de eeuwwisseling naar Groningen. Zijn ouders zijn relatief jong gestorven, waardoor Henk Koop al vroeg op eigen benen kwam te staan. Hij ging samen met zijn vrouw door met het loonbedrijf dat hij van zijn vader erfde en sloeg de weg naar de aannemerij in. “Maar ik durf mezelf geen aannemer te noemen. Eerder ondernemer. Ik weet niets van kozijnen of bouwmaterialen en heb daar ook nooit voor gestudeerd.”

Het bedrijfje groeide en groeide. Tot 1980 heeft hij op een boerderij gewoond. Al zijn drie kinderen zijn daar geboren. Nu woont hij in een “verbouwd boerderijtje” met 200 hectare grond erom heen. In 1972 behaalde hij zijn eerste miljoen omzet. “Ik zag het op een dag. Toen deden we de boekhouding nog zelf.” Geen knallende champagnekurken of een groot feest. “We werkten gewoon door.”

Koop heeft altijd zijn eigen koers gevaren en is niet van plan dat in de toekomst anders te gaan doen. Vakverenigingen en koepelorganisaties waar je lid van zou ke worden zeggen hem weinig. “Ik zie er gewoon het nut niet van in.”

Het Leninbeeld

Henk Koop maakte met een ludieke actie het dorpje Tjuchem in een slag wereldberoemd. Vorig jaar stuitte hij op een beeld van Lenin. Het lag op een net aangekocht verlaten Russische vliegbasis in het Oost-Duitse Merseburg. Wat hij ervoor betaald heeft wil hij niet kwijt: “Een goed koopman zegt nooit wat hij betaalt voor zijn waar.” Om de opmerking of het misschien een fles wodka is geweest moet hij grinniken, maar houdt wijselijk zijn mond. “Maar ik kan wel vertellen wat het waard is. Het beeld is van brons en dat brengt vier gulden de kilo op. Het beeld weegt 17.000 kilo. De opbrengst zou winstmarges opleveren waar een aannemer niet eens van durft te dromen.”

Het beeld staat echter op een boerderij in Tjuchem en blijft daar voorlopig staan. Ik had het naar Nederland gehaald en toen begon ineens iedereen te vragen waarom ik dat had gedaan. Tja toen moest nog even snel een verhaal verzinnen.” Dat verhaal is een waarschuwing in de richting van Den Haag en Brussel . “Het gaat slecht met de landbouw. Ze zijn zo zwak dat ze niet eens de veerkracht hebben om te roepen dat het slecht gaat. Er gaan klappen vallen en hele harde als de politiek niet snel ingrijpt.” Het had ook een andere dictator mogen zijn, maar die was niet voor handen. “Laatst werd ik opgebeld door een burgemeester van een ander dorpje. Of ik niet ook een beeld van Marx wilde hebben. Daar heb ik vriendelijk doch beleefd voor bedankt.”

Reageer op dit artikel