nieuws

Inkrimping renteaftrek dupeert aannemer

bouwbreed Premium

Per 1 januari 1997 heeft staatssecretaris Vermeend een nieuwe wet geintroduceerd die uitholling van belastingen tegen gaat. Door forse inkrimping van de renteaftrek moet de wet voorkomen dat vooral buitenlandse bedrijven met Nederlandse dochters of multinationals in ons land nauwelijks belasting betalen. De nieuwe wet dupeert tevens in vele situaties Nederlandse aannemers.

In alle gevallen waarin rente wordt betaald aan een ‘verbonden lichaam’ of ‘een verbonden persoon’ die 1/3 of meer van de aandelen bezit, staat de aftrekbaarheid van de rente ter discussie. De wet heeft grote gevolgen voor de financiering van praktisch iedere bv-structuur en bedrijfsopvolging. Voortaan moet iedere bedrijfsopvolging door fiscalisten worden doorgerekend, wat de aantrekkelijkste route is.

De oorzaak

Een Nederlandse dochteronderneming, gefinancierd door een buitenlandse moeder – gevestigd op de Nederlandse Antillen – boekt een winst van f. 500.000. In Nederland zou de fiscus over die winst 35% vennootschapsbelasting willen incasseren, een bedrag van f. 175.000. Maar tegenover die winst staat een schuld van f. 5.000.000 bij de moeder die haar Nederlandse dochter financiert. De dochter moet jaarlijks 10% rente betalen – f. 500.000. De rente is in Nederland aftrekbaar van het resultaat voor belastingen. Daarmee wordt de Nederlandse winst weggepoetst. Per saldo is het resultaat f. 0 en vist de Nederlandse fiscus achter het net. De ontvangen rente van f. 500.000 is weliswaar in het buitenland fiscaal belast. Maar daar zijn de tarieven vaak erg laag. De moeder op de Antillen betaalt bijvoorbeeld een belastingtarief van slechts 2% over de ontvangen rente van haar dochter ( f. 10.000). Met de constructie bespaart het concern in dit voorbeeld f. 165.000 belasting. Bij grotere bedragen gaat het soms om miljoenen guldens.

Het geval

Wim Vogel* (55 jaar) heeft een aannemingsbedrijf met een jaaromzet van circa f. 1.000.000. Zijn bv maakt jaarlijks f. 100.000 winst. In de bv zit ook het onroerend goed waarin het bedrijf wordt uitgeoefend. Wim verkoopt zijn bv inclusief pand voor f. 900.000 aan zijn zoon Frans.*

Vader en zoon krijgen te maken met twee nieuwe belastingwetten die per 1 januari ’97 van kracht zijn geworden. De wet rond het gewijzigde aanmerkelijk belang regime en de wet inkrimping renteaftrek.

1. Situatie Wim

Wim verkoopt. Zijn winst ( f. 800.000) is het verschil tussen de verkoopprijs en de oorspronkelijke verkrijgingsprijs van zijn aandelen (stel f. 100.000). In principe is de winst die hij boekt op zijn aandelen belast tegen 25% eindheffing ( f. 200.000). Als zoon Frans, vader Wim de koopsom schuldig blijft (vader financiert) mag Wim de belastingaanslag in 10 jaar betalen ( f. 20.000 per jaar). Wim is over het belastinguitstel overigens wel bij de fiscus invorderingsrente (’97 – 2,25%) verschuldigd. Maar deze rente is voor Wim onbeperkt aftrekbaar boven een drempel van f. 1000 per persoon ( f. 2000 gehuwden). De rente ( f. 45.000) die hij als financier van zijn zoon ontvangt is bij hem nota bene belast tegen het normale tabel-tarief inkomstenbelasting (37,5%, 50% of 60%).

2. Frans koopt prive

Zoon Frans is de koopsom van f. 900.000 schuldig gebleven. Hij heeft in prive gekocht en heeft dus als prive-persoon deze schuld. De rente die Frans moet betalen is aftrekbaar van zijn inkomen. Echter niet tegen het normale tabeltarief, maar tegen het speciale tarief van 25% omdat Frans aanmerkelijk belang-aandelen heeft gekocht.

Dat werkt als volgt uit. Frans moet 5% rente aan zijn vader betalen over de koopsom ( f. 45.000). Bij een belastbare som in ’97 van f. 100.000 zou Frans in ’97 normaal volgens tabel f. 44.420 inkomstenbelasting moeten betalen. Omdat Frans AB-aandelen heeft gekocht, mag hij daar 25% van de rentecomponent – een bedrag van f. 11.250 vanaf trekken. Per saldo betaalt Frans f. 33.170 inkomstenbelasting.

Voor 1 januari 1997 viel de rentecomponent in zijn 50% schijf inkomstenbelasting en zou Frans normaal over een belastbare som van f. 55.000

( f. 100.000 minus f. 45.000) volgens tabel aan belasting f. 21.663 moeten betalen. Door de nieuwe wet gaat Frans zolang hij de rente aan Wim moet betalen nu f. 11.507 extra belasting betalen. De Tweede Kamer heeft in de gaten dat dit niet goed gaat en opgemerkt ‘als er sprake is van reele bedrijfsopvolging’ de rentecomponent wel volledig tegen tabeltarief bij de opvolger aftrekbaar moet zijn. De fiscus gaat nu definieren wat een reele bedrijfsopvolging is.

3. Frans koopt via bv

Zoon Frans kan ook besluiten met f. 40.000 een persoonlijke bv (onafhankelijk rechtspersoon) op te richten die vervolgens de aandelen van de bv van vader Wim voor f. 900.000 koopt. Nu heeft de bv-Frans een schuld aan Wim. Voor Wim als prive-persoon blijft de situatie gelijk als onder punt 1.

De bv-Frans krijgt nu te maken met beperking van de renteaftrek ( f. 45.000) over de vordering. Door een fiscale eenheid aan te vragen tussen de werkmaatschappij (bv waarin het aannemingsbedrijf wordt uitgeoefend) en de holding (persoonlijke bv) van Frans, mag de rente die de holding betaalt worden aftrokken van de winst voor vennootschapsbelasting.

Dat werkt als volgt uit: De werkmaatschappij maakt een winst van f. 100.000. Daar gaat f. 45.000 rente vanaf. De twee bv’s boeken nu een gezamenlijke winst van f. 55.000 waar in totaal 35% vennootschapsbelasting (VPB) over moet worden afgedragen ( f. 19.250). De oorspronkelijke bv van vader Wim betaalde over de winst f. 35.000 VPB. Kopen via een bv-structuur levert de bv’s van Frans een besparing op van f. 15.750 VPB.

4. Variant

Vanaf 1 januari ’97 is dividend uit een bv belast tegen 25%. Wim Vogel heeft bedacht de aandelen in zijn bv in verband met de verkoop aan zijn zoon lichter te maken, door nu aan zichzelf f. 500.000 dividend uit te keren. Hij incasseert in prive dat bedrag tegen (25%) f. 125.000 belasting.

Daarmee kan zoon Frans de aandelen van de bv voor een bedrag van f. 400.000 overnemen. Frans heeft daarmee een kleiner financieringsprobleem.

Stel dat het bedrag van f. 500.000 niet in de bv beschikbaar is. Dan vindt de dividenduitkering plaats onder ‘schuldig erkenning’ en krijgt Wim een vordering op de bv. De bv zou daar natuurlijk een rentevergoeding (5% – f. 25.000) tegenover moeten stellen.

Ook hier steekt de uithollingswet een stokje voor. Rente die wordt betaald over schuldig gebleven dividenduitkeringen is per 1 januari niet meer aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting. Terwijl deze rente bij Wim als ‘fictieve rente’ wel is belast voor de inkomstenbelasting. Deze hoofdregel geldt ook voor situaties van voor 1 januari 1997.

Voor bestaande situaties is er echter een tijdelijke overgangsregeling voor de jaren 1997 tot en met 2001. Als de rentecomponent niet aftrekbaar is in de bv wordt in deze jaren de rente bij u als ontvanger van de rente, ook niet tot uw inkomen gerekend.

De wet kent een aantal uitzonderingen. Mits zakelijke overwegingen aangevoerd ke worden voor de dividenduitkering, is deze rente wel aftrekbaar in de bv. Aandelen lichter maken wordt gezien als ‘zakelijke’ overweging. Maar Wim zal wel moeten aantonen dat hij geen prive-bedoelingen heeft gehad. De inspecteur gaat dat beoordelen.

Welke variant?

1. Aftrek van de rente in prive tegen 25% geeft zoon Frans een besparing van f. 11.250 inkomstenbelasting.

2. Als Frans een beroep kan doen op reele bedrijfsoverdracht krijgt hij een besparing van f. 21.663 inkomstenbelasting.

3. Overname via een bv-structuur geeft een besparing vennootschapsbelasting van f. 15.750.

Welke van de drie varianten het meest aantrekkelijk is om de renteaftrek in verband met de financiering van de overname veilig te stellen is onder meer afhankelijk van het winst- en inkomensniveau van de opvolger of van het winstniveau van de bv-structuur.

*) namen zijn fictief.

Rente in bv aftrekbaar?

– Ik heb 5 jaar terug mijn eenmanszaak waarin ik een aannemingsbedrijf uitoefen – zonder fiscale afrekening – geruisloos ingebracht in een bv. De waarde van mijn eenmanszaak ( f. 500.000) is omgezet in aandelenkapitaal. Na 3 jaar heb ik het aandelenkapitaal door de bv aan mij laten terugbetalen. Maar omdat de bv dat geld niet kon missen heb ik nu een vordering op de bv gekregen van f. 500.000 minus het verplichte aandelenkapitaal van f. 40.000. Over die f. 460.000 rekende ik geen rente. Want deze rentecomponent is in de bv toch maar voor 35% aftrekbaar en bij mij prive belast tegen 60%. Onder het nieuwe AB-regime moet ik vanaf 1 januari ’97 verplicht 6% fictieve rente over f. 460.000 (een rentefactor van f. 27.600) in mijn aangifte inkomstenbelasting opgeven. Of ik die rente nu aan mijzelf betaal of niet. Is die rente aftrekbaar in de bv?

In principe niet. Het gaat hier om terugbetaling van kapitaal dat schuldig is gebleven. Onder de nieuwe uithollingswet is de hoofdregel dat rente over dergelijke schuldig gebleven bedragen vanaf 1 januari 1997 niet meer aftrekbaar is van de winst voor vennootschapsbelasting.

Voor bestaande situaties is er echter een tijdelijke overgangsregeling voor de jaren 1997 tot en met 2001. In deze jaren wordt de rente bij u als ontvanger niet tot uw inkomen gerekend. Uw bv moet ervoor zorgen dat zij voor het jaar 2001 van de schuld af is.

Aandelen met verlies?

– Mijn bv koopt in 1997 van een derde 50% van de aandelen van een werkmaatschappij waarin een aannemingsbedrijf zit. Die werkmaatschappij lijdt dit jaar een verlies van f. 100.000. Ik kan geen fiscale eenheid aanvragen, want dan zou ik een belang van 100% moeten kopen. Is dat verlies compenseerbaar?

Ja, sinds 1 januari ’97 is het toegestaan een verlieslijdende deelneming af te waarderen. Stel dat u dat belang van 50% heeft gekocht voor f. 500.000. Dan is het nu toegestaan dat u gedurende de eerste vijf jaar na de verwerving van de deelneming in uw situatie 50% van het verlies ( f. 50.000) aftrekt van de winst van uw eigen bv. Na die 5-jaars termijn, bent u verplicht om in de jaren 6 tot en met 10, de verliesbedragen weer aan de winst toe te voegen. Per saldo heeft u een liquiditeits- en rentevoordeel.

Voor vragen over accountancy en belastingzaken kunt u bellen met Paul Schol, Moret Ernst en Young Arnhem. tel. 026 – 32 09 561.

Reageer op dit artikel