nieuws

Hoogrendementsglas wacht gouden tijden

bouwbreed Premium

Toepassing van hoogrendementsglas kan de ontwerpvrijheid van architecten aanzienlijk doen toenemen. Na de aanscherping van de energieprestatiecoefficient zou HR+-glas wel eens de standaard ke worden. Dat blijkt uit berekeningen met het door DGMR Raadgevend Ingenieursbureau ontwikkelde computerprogramma, waarmee een architect snel een inschatting kan maken van de energieprestatiecoefficient van het door hem of haar ontworpen gebouw.

Initiatiefnemers voor de ontwikkeling van het computerprogramma HR+EPC zijn de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu (Novem) en de Nederlandse glasindustrie. Met het programma ke architecten al bij de eerste schetsplannen snel de (on)mogelijkheden van het ontwerp ontdekken.

Het programma laat onder meer zien hoeveel glas maximaal toelaatbaar is zonder de energieprestatienorm te overschrijden. Ook kan een woning om zijn as worden gedraaid om te bekijken welk effect de orientatie heeft op de energieprestatiecoefficient (EPC). Een overschrijding van de norm wordt direct aangegeven door een rode indicator. Groen betekent dat wel aan de voorwaarden wordt voldaan. Van andere ontwerpvarianten worden eveneens direct de effecten op de energieprestatiecoefficient zichtbaar.

Het ontwerpprogramma is gebaseerd op de energieprestatienorm NEN 5128. De invoer is tot een minimum beperkt zodat de gebruiker al binnen enkele minuten resultaat ziet. Er hoeven bijvoorbeeld geen ingewikkelde berekeningen van belemmeringen en overstekken te worden gemaakt.

Het programma is bedoeld als ontwerphulpmiddel voor een eerste inschatting van de energieprestatiecoefficient. Daarbij blijft het programma aan de veilige kant om bij het definitieve ontwerp niet voor verrassingen te zorgen. Voor de bouwaanvraag zal echter vaak nog een berekening volgens NPR 5129 noodzakelijk zijn.

Lagere norm

Volgens ir. A.M.S. Weersink van DGMR, die een toelichting gaf tijdens de Glasdag in Gouda, is het programma vooral van belang als aan een energieprestatie-eis van minder dan 1,4 moet worden voldaan. Om aan de huidige eis van 1,4 te voldoen is toepassing van een HR-ketel en HR-beglazing volgens haar vaak voldoende. De aanbeveling in het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen is echter een EPC van 1,3 en staatssecretaris Tommel van VROM is van plan volgend jaar de norm naar 1,2 te verlagen. En dan zal de ontwerper volgens Weersink steeds bewuster met het aspect energie moeten omgaan. Dat betekent bijvoorbeeld het kiezen van meer energie-efficiente installaties, zoals een gebalanceerd ventilatiesysteem met warmteterugwinning of een zonneboiler. In architectonisch opzicht zal de aandacht vooral moeten uitgaan naar het zon-georienteerd ontwerpen en de toepassing van goed isolerende beglazing.

Weersink verwacht dat meer ontwerpvarianten moeten worden doorgerekend om te weten te komen welke maatregelenpakketten voldoen. Met name de nieuwe kwaliteiten hoogrendementsglassoorten ke daarbij een belangrijke rol spelen. Naast gewoon dubbel glas met een U-waarde van 2,8 W/ K bestaat op het ogenblik HR-glas (U-waarde 2,0), HR+-glas (U-waarde 1,6) en HR++-glas (U-waarde 1,2). Van alle dubbelglas dat op het ogenblik wordt geplaatst bestaat veertig procent uit HR-glassoorten. Dat komt neer op twee miljoen vierkante meter.

Geen dubbelglas meer

Uit berekeningen van het computerprogramma wordt in elk geval duidelijk dat na aanscherping van de norm toepassing van gewoon dubbelglas nauwelijks meer mogelijk is. Ook HR-glas voldoet dan in veel gevallen zelfs niet. De verwachting is dan ook gerechtvaardigd dat HR+-glas een grote vlucht zal nemen en eigenlijk min of meer standaard zal gaan worden. Met de kwaliteit van het HR-glas stijgt het maximale glasoppervlak volgens Weersink exponentieel. En daarmee natuurlijk de ontwerpvrijheid van de architect.

Een met het computerprogramma uitgewerkt voorbeeld met als uitgangspunt een EPC van 1,2, een Rc van gevel, dak en vloer van 4,0 en een zuidoost-gevelorientatie: het maximale glasoppervlak is bij gewoon dubbelglas 2,5 , bij HR-glas 7,0 m2 , bij HR+-glas 9,0 m2 en bij HR++-glas 28,8 m2.

Een andere opmerkelijke conclusie die uit de berekeningen met het computerprogramma volgt is dat hoe meer glas op de zon-georienteerde gevel kan worden toegepast, hoe meer glas ook mogelijk wordt in de andere gevels. Bij het bovengenoemde voorbeeld kan op de noordwestgevel ook nog 27 m2 HR++-glas worden toegepast. Het warmteverlies door goed isolerende beglazing is namelijk minder dan de zonnewarmtewinst. Per vierkante meter glas is er bij gevels op het zuiden een energieopbrengst in plaats van een verlies. En dat geldt uiteraard in de eerste plaats voor de meest isolerende glassoorten.

Reageer op dit artikel