nieuws

Dakbranden in vijf jaar met 30% gedaald

bouwbreed Premium

Uit een onderzoek onder de leden van Vebidak (Vereniging Dakbedekkingsbranche Nederland) naar het voorkomen van brand, blijkt dat sinds 1992 het aantal branden op platte daken met 30% is gedaald.

Van de leden heeft 70% op de enquete gereageerd. In totaal meldden zij 42 branden. “Opvallend daarbij is”, aldus ing. Dick A. Jonkers, adjunct-directeur van Vebidak te Nieuwegein, “dat de plaatsen waar de branden ontstaan niet zijn gewijzigd. Voor 57% gebeurt dat bij opgaand gevelwerk, voor 26% bij af- en doorvoeren en voor 14% bij dakranden.”

“Nu moet er niet al te dramatisch worden gedaan over het aandeel van de dakbedekkingsbranche”, zei Jonkers op een bijeenkomst van BDA Dakadvies en Vebidak over het thema ‘Brandveilig ontwerpen en uitvoeren van platte daken’ in Gorinchem. “Het CBS geeft aan dat 6,1% van de branden in 1995 is veroorzaakt door brandgevaarlijke werkzaamheden. Hieronder vallen echter veel soorten werkzaamheden. Uit de cijfers blijkt ook, dat 4,6% van de branden is uitgebroken doordat kinderen met vuur speelden. Bij 3,2% is brand veroorzaakt door roken of, beter, door het laten vallen of weggooien van brandende peuken”, aldus Jonkers. “Het negatieve imago van de dakbedekkingsbranche is echter aan herziening toe. Het brandveilig ontwerpen en uitvoeren van platte daken kan hieraan een bijdrage leveren.”

Risico’s aanpakken

Het Bouwprocesbesluit eist van de ontwerper dat hij risico’s in principe bij de bron aanpakt. Risico’s die niet (volledig) ke worden gedekt, dienen te worden vastgelegd in het V en G-plan (Veiligheid en Gezondheid). Het V en G-dossier moet vervolgens per po worden getoetst. De verplichting tot zorg voor een zo groot mogelijke veiligheid geldt overigens altijd al op grond van de arbo-wet, ongeacht de omvang van het werk.

De ontwerper moet bij het ontwerp alle mogelijke risico’s analyseren die tijdens de nieuwbouw (van daken), maar juist ook tijdens het beheer en onderhoud, ke optreden. Toegespitst op het brandrisico moet hij minimaal een aantal zaken analyseren en evalueren en in een handig staatje onderbrengen. De maatregelen zijn te splitsen in bouwkundige oplossingen en uitvoeringsmaatregelen. Deze laatste moeten in het V en G-planontwerp worden vastgelegd. Bij nieuwbouw en renovatie van enige omvang zal dit redelijk gemakkelijk zijn te realiseren. Anders is dit bij het onderhoud van het dak en bij calamiteiten. Ontwerper en opdrachtgever zijn dan afhankelijk van de kundigheid van de dakdekker.

Brandrisico’s zijn te verminderen door rekening te houden met aandachtspunten en maatregelen zoals die door BDA Dakadvies zijn opgesteld.

Reageer op dit artikel