nieuws

‘Bouw spant zich in voor werkloze wao’ers’

bouwbreed Premium

“Er worden in de bouw wel degelijk inspanningen verricht om werkloze wao’ers aan de slag te krijgen. Wij verwachten dan ook niet, dat een nieuw onderzoek door de Bouw – en Houtbond FNV veel nieuws aan het licht zal brengen.”

Dat stelt het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB) in een reactie op het eerder deze week in Cobouw aangekondigde onderzoek van de Bouwbond-FNV naar de arbeidsmarktpositie van gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze bouwvakkers. De studie wordt uitgevoerd onder 600 werkloze wao’ers in Zeeland en West- en Midden-Brabant.

Volgens districtsbestuurder Jos van der Borgt van de werknemersorganisatie is daartoe besloten “omdat we op de spreekuren van onze APV’ers, maar ook via andere wegen, heel veel trieste verhalen te horen krijgen van deze mensen”.

Bouwwerkgeverskoepel AVBB constateert dat zowel door het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB) als de regionale bureaus voor de arbeidsvoorziening (RBA’s) “inspanningen worden geleverd om werkloze wao’ers aan het werk te krijgen”.

“Ook het individuele bouwbedrijf houdt zijn gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer in dienst als het kan. Daaronder valt de inschakeling van werkloze wao’ers bij de keus van nieuw personeel.”

Het AVBB verwijst naar recent onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB): “Daaruit blijkt dat 64% van de gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers (nog) werkzaam is. De helft van hen werkt nog steeds bij de oude werkgever. De bouw volgt daarbij vrijwel precies de landelijke cijfers.”

Het EIB heeft namelijk een vergelijking gemaakt met cijfers uit de Sociale Nota 1994. “Daaruit blijkt dat landelijk gezien van alle gedeeltelijk arbeidsgeschikten 66% nog werkzaam is. De bouw heeft dus een zelfde deel gedeeltelijk arbeidsgeschikten herplaatst als andere bedrijfstakken.”

Beperking

De beperking van inschakeling van deze mensen zit volgens het AVBB in het gegeven “dat niet alle werkzaamheden door alle werknemers ke worden gedaan. Anders gezegd: de werknemer moet de goede opleiding en wellicht ervaring hebben om in het bedrijf een andere functie uit te oefenen. Verder zijn zelfstandigheid en fysieke mogelijkheid van groot belang”.

Het EIB-onderzoek geeft verder aan dat “inspanning van gedeeltelijk arbeidsgeschikten in alle gevallen maatwerk is. Alleen als er daadwerkelijk mogelijkheden in het bedrijf zijn, dan kan reintegratie plaatsvinden”. Oplossingen die op groepen gedeeltelijk arbeidsgeschikten zijn gericht zullen daardoor volgens de bouwwerkgevers “hun doel missen. Financiele straffen, zoals nu wettelijk in de maak zijn, zullen daarin geen verandering ke brengen”.

Reageer op dit artikel