nieuws

Strafblad kost aannemer publiek werk in Duitsland

bouwbreed Premium

Aannemers die in Duitsland werkzaam zijn en bij herhaling niet over de juiste papieren beschikken, krijgen een boete op persoonlijke titel. Dat betekent een strafblad waardoor inschrijvingen van hen of hun bedrijf op openbare werken niet worden gehonoreerd. Derhalve gingen L. Hollender en C. Schwenger-Van Tuil van de Nederlands-Duitse KvK Dusseldorf uitgebreid in op de regelgeving tijdens een bijeenkomst in Oosterbeek.

Wet en regel voor buitenlandse bedrijven zijn volgens Hollender in Duitsland eigenlijk heel simpel: met vergunning mag worden gewerkt, zonder vergunning niet. In het laatste geval dreigt een boete van DM10.000 per overtreding en kan de bouw worden stilgelegd. De wet maakt geen onderscheid tussen hoofd- en onderaanneming. Aan de vergunningverlening gaat een verzoek tot inschrijving vooraf, de zogeheten Ausnahmebewilligung. Het bedrijf moet daarvoor een EG-verklaring afgeven. Deze verklaring moet op naam van de aanvrager staan en ten gunste van het bedrijf komen. De verklaring geeft uitsluitsel over de ervaring en de opleiding van de aanvrager.

EG-verklaring

De EG-verklaring wordt verstrekt aan iemand die minimaal zes jaar als zelfstandige of als bedrijfsleider heeft gewerkt. Hij kan die functies ook drie jaar hebben bekleed en daarbij aantonen dat hij drie jaar een beroepsopleiding volgde. Bij de laatste vermelding horen volgens Hollender de begin- en einddata te staan. De verklaring staat ook drie jaar zelfstandigheid toe, aangevuld met minimaal vijf jaar loondienst. Een andere variant omvat vijf jaar in een leidinggevende positie, drie jaar technische verantwoording voor een afdeling plus een driejarige beroepsopleiding. De EG-verklaring moet in origineel plus een eventuele verklaring met de Ausnahmebewilligung, een origineel uittreksel van de Kamer van Koophandel plus eventuele vertaling worden ingediend bij de zogeheten Handwerkskammer. Deze instantie trekt voor de beoordeling van de vergunningsaanvraag minimaal acht tot twaalf weken uit. De Handwerkskammer stuurt de bevindingen naar de ‘Regierungsprasident’ die de aanvrager over zijn beslissing informeert. De aanvrager ontvangt de benodigde ‘Handwerkskarte’ per rembours via de post.

Werk dat niet onder de noemer ‘ambachten’ valt hoeft niet te worden gemeld. Het blijkt echter verre van simpel om taken te definieren als wel- of niet-ambachtelijk. Nederlandse en Duitse instanties willen hier volgens Hollender nog wel eens van mening verschillen. Daar komt bij dat sommige activiteiten niet naar de letter ambachtelijk zijn maar te boek staan als ‘ambachtsahnlich’. Met het verkrijgen van de Ausnahmebewilligung alleen is het soms ook niet gedaan. Te denken valt aan de bijkomende voorwaarden voor het uitvoeren van gas-, water- en verwarmingswerken.

Toelatingseisen

Zodra leidingen voor gas en water een aansluiting op het openbare net vergen moet het uitvoerende bedrijf zich laten registreren op een speciale lijst. Op deze rol staan alle toegelaten ondernemingen die aan het openbare net mogen werken. Het gaat hierbij volgens Schwenger-Van Tuil om een plaatselijke lijst. Een buitenlands bedrijf dat in meerdere Duitse gemeenten werkt zal zich overal moeten inschrijven. Wie zich wil registreren moet voldoen aan de toelatingseisen die de zogeheten gas- en watermeesters stellen. Wanneer dat geen problemen oplevert ontvangt de kandidaat een tijdelijke inschrijving. Een installateur zal uitermate vroeg moeten beslissen of hij zelf de aansluitingen op het openbare net verzorgt. Het administratieve traject neemt zoveel tijd in beslag dat de toelating nog niet gereed kan zijn op het moment dat de aansluiting moet plaats vinden.

Een degelijke voorbereiding vergt ook de levering van gelaste staalconstructies aan Duitse opdrachtgevers. Voor transport moet een erkend Duits lasinstituut een controle uitvoeren. Afhankelijk van de las kan het om een kleine of een grote controle gaan. Die bestaat uit een bedrijfsbezoek dat om en nabij acht uur in beslag neemt. Aan de hand van de bevindingen wordt een certificaat afgegeven. Dat blijft volgens Schwenger-Van Tuil een jaar geldig. Daarna volgt weer een controle dat bij goed gevolg een certificaat voor twee jaar oplevert. Na afloop daarvan verstrekt het instituut na instemming met de situatie een certificaat voor drie jaar. Nadien ontvangt het bedrijf een toelating met onbeperkte duur, zij het dat met enige regelmaat nog wordt gecontroleerd.

Reageer op dit artikel