nieuws

Apeldoorn Architectuurstad

bouwbreed Premium

Om Apeldoorn te betitelen als architectuurstad kan opgevat worden als een overdrijving in twee opzichten. Hoeveel architectuur is er werkelijk te vinden? En hoe stads is deze gemeente met 150.000 inwoners eigenlijk? Het odium dat het er dorps en middelmatig is, keert al jaren in alle beschouwingen terug. Die kritiek is niet langer terecht. Langzaam maar zeker krijgt de stad vorm, en verrijzen er steeds meer interessante gebouwen. Bewijs dat het loont als een paar burgers, bestuurders en ambtenaren hardnekkig volhouden.

Het moet ze gestreeld hebben, in Apeldoorn, dat dagblad Trouw een architectonische wandelroute door Woudhuis heeft gepresenteerd. Eindelijk staat Apeldoorn op de kaart. Dat is lange tijd anders geweest. Architectonisch en stedenbouwkundig heeft Apeldoorn lange tijd in het slop gezeten. In belangrijke kwesties, zoals enkele jaren terug de bouw van het stadhuis, was het stadsbestuur hopeloos verdeeld. De binnenstad leek de typische jaren zestig kaalslag voor verkeersdoorbraken nimmer te boven te komen. Er was nog geen schijn van consensus hoe het verder zou moeten. Wat nog het meest overheerste was een afkeer tegen alles wat rustig wonen in het groen zou ke hinderen.

Ergens rond het begin van dit decennium is er een kentering opgetreden. Wellicht was de katalysator de bouw van het nieuwe stadhuis. Als het een stadskantoor aan de rand van de binnenstad was geworden, zoals een van de ideeen was, was Apeldoorn wellicht nog steeds ondermaats gebleven. Nu het een pontificaal echt stadhuis is, naar ontwerp van de gezaghebbende architect prof. Hans Ruijssenaars, dat op klassieke wijze het marktplein in het centrum beheerst, is er voor burgers en bestuurders geen ontkomen meer aan: dit is een niet te miskennen teken dat Apeldoorn uitgroeit tot een stad, of ze nu willen of niet.

Kan een gebouw zo’n symbolische kracht hebben? Of is de kentering vooral te danken aan de initiatieven van een paar bevlogen ambtenaren, burgers en bestuurders? Die initiatieven varieren van een door een notariskantoor gesponsorde Architectuurprijs tot een samenhangende reeks nota’s waarin kwaliteitsbewuste ambtenaars smeulende vuurtjes aanwakkeren. Als stukjes van een puzzel vinden nu diverse plannen en initiatieven hun plaats in een samenhangend geheel.

Beeldvisies en buitenwijken

De sloopplannen van de jaren zestig speelden in op de verwachting dat Apeldoorn Tweede Schrijftafel van Nederland zou worden, een Den Haag op de Veluwe. Dat is er niet van gekomen. Wat resteerden waren grote gaten in de binnenstad en een natuurlijk net niet sluitende ringweg. Het structuurplan van 1977 verhielp het manco gedeeltelijk, maar was gefixeerd op woningbouw. Later werden enkele grootschalige voorzieningen gebouwd, zoals de bibliotheek, een brandweergarage en parkeergarages, die zich niet allemaal goed voegden naar de vanoudsher bescheiden schaal van de stad.

In 1990 is met een nieuw structuurplan de basis gelegd om de stad weer aaneen te smeden tot een continu geheel, met als prioriteit het versterken van de economische en sociaal/culturele functie van de binnenstad. En nu liggen er, als in elkaar passende stukjes van een puzzel, drie ‘beeldvisies’ om flodderige delen van de binnenstad aan te pakken: de stationsomgeving, het Beekpark en de kanaaloevers.

Van nieuw elan getuigen ook de activiteiten aan de stadsrand. Genoemd is al de nieuwbouwwijk Woudhuis, een ontwerp van stedenbouwkundige Ashok Bhalotra met 2000 meer en minder fantasievolle vlinderwoningen, hofhuizen, ridder- en kasteelwoningen. Ruim de helft van de woningen heeft een zonneboiler, een tot nu nergens anders gehaald aantal. Ook voor de nu begonnen bouw van 2000 woningen in Osselveld-Oost heeft Bhalotra de nodige metaforen verzonnen: het worden zeven tuinen compleet met een tuinmuur van huizen.

Hoe buitenwijk en binnenstad samenhangen wordt uit de doeken gedaan in een Raamnota Apeldoorn 2010. In deze ‘agenda voor een gesprek over stedelijke kwaliteit’ staan de ‘stromen’ in de stad centraal, de grote lijnen van groen, ruimte, bebouwing en infrastructuur. Het idee is dat deze lijnen eerst goed moeten zijn, willen de aangelegen gebieden ke floreren.

En als laatste grootschalige bijdrage aan de planvorming moet worden genoemd de milieustudie naar de hele kanaalzone, dus niet alleen het deel in de binnenstad dat nu bebouwd wordt, maar hoe dat samenhangt met de rest van de kanaaloevers binnen de bebouwde kom.

Ambities oppeppen

Symbool van de metamorfose die Apeldoorn doormaakt is de woontoren die aan de kanaaloevers is verrezen. Het is de voorbode van de herontwikkeling van dit gebied. Verouderde industrie maakt plaats voor 1500 woningen en 62.000 vierkante meter bedrijfsruimte, winkels en voorzieningen pal naast het stadscentrum.

De manier waarop het plan tot stand is gekomen is typerend voor het nieuwe kwaliteitsbewustzijn. Aanleiding was het vertrek van het slachthuis. Het idee om daar woningen te bouwen is ambtelijk opgepept tot een plan voor het gehele verouderde industriegebied. Hulp is ingeroepen van vooraanstaande stedenbouwers (Paul Achterhuis van het Rotterdamse bureau Quadrat en Rein Geurtsen). In een atelier-achtige setting is in een paar maanden tijd de grondslag voor een ‘beeldvisie’ gelegd. Dit is begeleid door een communicatieplan om betrokken partijen te enthousiasmeren en min of meer medeverantwoordelijk te maken.

Ook in financieel opzicht is behoedzaam gemanoeuvreerd om ontwikkelaars te engageren. Door te werken met een beeldvisie werd wel duidelijk richting en niveau aangegeven, zonder dat alles van het begin af onwrikbaar vast lag.

Tevens is het gebied onderwerp geweest van Europan, een tweejaarlijkse Europese prijsvraag voor jonge architecten. Door in te haken bij die avant-garde is het ambitieniveau opgekrikt en cultureel geladen. Voor de bebouwing zijn nu bekende architecten in de weer zoals Rob van Erk (EGM), Roelf Steenhuis en Dick van Gameren (De Architectengroep).

Ruimte en typologie

Groot verschil tussen de huidige plannen en die van eerdere decennia is het belang dat gehecht wordt aan ruimtelijke continuiteit. Aansluiting wordt gezocht bij oudere patronen: die van het landschap waar het gaat om de randen van de stad, die van straten en stedelijke ruimten waar het gaat om de binnenstad.

Het duidelijkst voorbeeld daarvan is het plan voor het gebied Beekpark, het noordelijk deel van de binnenstad richting schouwburg Orpheus. Onder leiding van de externe stedenbouwkundige Hans Davidson is gezocht naar herstel van het stedelijk weefsel. Deels wordt in dit kaalslaggebied het oude stratenpatroon teruggebracht. Daar waar grote nieuwe elementen, zoals de brandweergarage, dit niet toelieten, is wel de orthogonale logica in het stratenpatroon zoveel mogelijk doorgezet. Het patroon is niet als platte kaart gemaakt, maar als ‘beeldvisie’ ruimtelijk opgezet met gevelwanden en straatprofielen.

Ook wordt geprobeerd het typisch Apeldoornse beeld van kleine losstaande huisjes in het groen op een eigentijdse manier terug te brengen in een deel van het plan. Dat betekent dat in de planvorming een extra slag wordt gemaakt om te zoeken naar een geschikte nieuwe woningtypologie die een hogere dichtheid en een wat stedelijker schaal combineert met groene elementen, zoals doorzichten naar een groen binnenterrein en dakterrassen.

Om het complexe proces van herontwikkeling van een stuk binnenstad beheersbaar te houden zijn twee ontwikkelaars geselecteerd voor de verdere realisatie, Slokker en Moes Bouwbedrijf.

Het programma omvat 450 woningen, bijna 3500 vierkante meter kantoor en ruim 16.000 vierkante meter overige functies, varierend van een parkeergarage en horeca tot een nieuw museum.

Schakel tussen Beekpark en kanaaloevers moet de vernieuwde stationsomgeving worden, het derde grote binnenstadspo. Tussen nu en 2002 moeten op dat acht hectare grote gebied 280 woningen komen, 2500 vierkante meter winkels en 15.000 vierkante meter kantoren. Ook hier loopt de ontwikkeling van een duidelijk beeld van straten en pleinen voor op de precieze invulling van het bestemmingsplan. De ingrepen in de bestaande structuur zijn in dit stadsdeel groter dan in de andere delen. Deze entree moet onmiddellijk duidelijk maken dat men hier een dynamische stad binnenkomt.

Culturele samenzwering

Met ruimtelijke kwaliteit als grondslag voor de planvorming probeert Apeldoorn een balans tussen stedelijke dynamiek en residentiele bezadigdheid te vinden. Een gevoelig proces, vooral afhankelijk van persoonlijke inzet van direct betrokkenen omdat het nog niet geworteld is in een eigen stadscultuur. Netzomin is het bewustzijn van het vereiste niveau vanzelfsprekend.

Illustratief daarvoor zijn de wederwaardigheden van de nog jonge Architectuurprijs Apeldoorn. Het eerste jaar kon slechts met moeite een woningbouwpo worden gevonden dat de prijs waard was. Het tweede jaar ging het om institutionele gebouwen en was de keus heel ruim: kandidaat waren onder andere een mooi kantoorgebouw voor Apple van architect Kees de Kat, een brandweergarage van Jeanne Dekkers, de uitbreiding van Centraal Beheer van Herman Hertzberger. Winnaar werd architect Rudy Uytenhaak met zijn Huis der Schoone Kunsten, dat tot de landelijke top behoort.

Vorig jaar was het met de villa’s en andere vrije sector woningbouw weer een stuk moeilijker. Wat ironisch genoeg ooit de kracht van Apeldoorn was – mooie villa’s en huisjes in het groen – is nu van het meest middelmatige niveau. Winnaar was architect Hans Been (bureau Inbo) met een appartementencomplex.

Dankzij enkele ambtenaren, notabelen en architecten is er sinds kort een ‘Bouwhuis’ om de aandacht voor architectuur en stedenbouw te stimuleren. En dat is waarschijnlijk de crux van de Apeldoorns revitalisering – die zit ‘m niet in de plannen en nota’s maar in deze culturele samenzwering van direct betrokkenen om het nu eindelijk eens mooi te maken.

Reageer op dit artikel