nieuws

Zes miljoen voor de ontwikkeling van beton

bouwbreed Premium

In het kader van het Prioriteitsprogramma Materialenonderzoek is zes miljoen gulden toegekend aan de TU Delft en de Onderzoekschool Bouw te Delft. Het bedrag is bestemd voor de ontwikkeling van nieuwe betonsoorten.

Het gaat om het hoogste bedrag dat ooit voor materiaalonderzoek is toegekend door tussenkomst van de Technologiestichting STW. Het geld is afkomstig van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, de ministeries van EZ en OCW, de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie, de Stichting Scheikundig Onderzoek in Nederland en de STW.

De zes miljoen gulden zal worden besteed aan de verdere ontwikkeling van vloeibeton en vezelbeton. Vloeibeton heeft een betere verwerkbaarheid dan gewoon, traditioneel beton. Het onderzoek is gericht op een verbetering van de verharding van het cement, zodanig dat het beton beter bestand wordt tegen scheurvorming en tegen de indringing van vocht en zouten. Vloeibeton is een materiaal dat bij kan dragen aan de verbetering van de arbeidsomstandigheden en aan de kwaliteit van het bouwproduct. Bovendien biedt het materiaal nieuwe mogelijkheden op uitvoeringstechnisch gebied, omdat het beter vloeit dan traditioneel beton en niet getrild hoeft te worden.

Vervangende wapening

Het tweede onderzoek betreft de ontwikkeling van vezelbeton. Het vervangen van de traditionele wapening in constructief beton heeft geen zin, omdat de efficientie van de vezels in verhouding gering is, stelt prof. ir. W.R. de Sitter van de Hollandsche Beton Groep te Rijswijk in het tijdschrift Cement van februari. Bij het onderzoek gaat het echter ook om de verbetering van de mechanische eigenschappen van het beton. Verwacht wordt dat een toename van de sterkte en de taaiheid ertoe zal leiden, dat de traditionele zachtstalen wapening kan komen te vervallen. De vezels dienen dan als vervangende wapening. Als voordeel wordt genoemd, dat de productie veel sneller kan verlopen, omdat het monteren van de wapening komt te vervallen. Bovendien kan de duurzaamheid van de constructie verbeteren.

Beide onderzoeken worden zowel experimenteel als rekenkundig aangepakt. Voor de rekenkundige benadering worden nieuwe modellen ontwikkeld, waarmee het gedrag van beton voorspeld kan worden. Het gaat om modellen die niet de macro-, maar de microstructuur van het materiaal beschrijven.

Informatie: dr.ir. J.G.M. van Mier van de vakgroep Mechanica en Constructies, faculteit Civiele Techniek, TU Delft, tel. 015 2782868, e-mail j.vanmier@ct.tudelft.nl.

Reageer op dit artikel