nieuws

‘Werkgelegenheidsfonds metaalsector moet leeg’

bouwbreed Premium

Het centraal werkgelegenheidsfonds in de metaalsector komt langzaam op gang. In totaal is er bedrag van f. 110 miljoen te besteden. Dit geld kan worden gebruikt voor poen die direct of indirect banen scheppen. “We willen geen cent overhouden. Als de pot leeg is dan is het po pas echt een succes.”

Dat vinden voorzitter J.L. van den Akker van de vereniging FME-CWM en M.A. Hagen, hoofdbestuurder van Industriebond FNV. Metaal- en bouwinstallatiebedrijven hebben hiermee te maken.

In de cao is overeengekomen dat bedrijven in de Grootmetaal (meer dan dertig werknemers) in 1996 en 1997 respectievelijk 0,6 procent en 0,5 procent van de loonsom storten in het werkgelegenheidsfonds. Er zijn rekeningen gestuurd naar 1310 bedrijven. Tachtig procent van de heffingen van dit jaar is binnen.

Diverse bedrijven hebben al laten weten dat ze geen extra moeite zullen doen om hun eigen bijdrage weer terug te claimen met als onderbouwing een ondernemingsplan dat de werkgelegenheid stimuleert. De onderhandelingen met de vakbond en de mogelijk extra kosten die voortvloeien uit een dergelijk project vinden ze te veel moeite.

Er zijn intussen vijf concrete contracten en op 27 plaatsen zijn de onderhandelingen begonnen.

Geld dat in de pot blijft zitten zal worden besteed aan bedrijfstakbevorderende poen. Een voorbeeld daarvan is een scholingspo om lassers op te te leiden.

Eindelijk maatwerk

Bedrijven ke kiezen voor diverse vormen om de werkgelegenheid te stimuleren. Voorbeelden daarvan zijn arbeidstijdverkorting, beperken van uitzendkrachten en bevorderen van deeltijdwerk. Maar ook is te denken aan maatregelen ter voorkoming van gedwongen ontslagen.

“Met dit fonds ke we nu eindelijk maatwerk leveren. Bedrijven ke individuele afspraken met districtsbestuurders van de vakbond maken”, benadrukken zowel werkgevers als werknemers.

Reageer op dit artikel