nieuws

Positie MKB op Vinex door samenwerking versterken Kleine bouwer heeft volop werk op lokale markt

bouwbreed Premium

De kleine- en middelgrote bouwer moet zich vooral gaan richten op de lokale markt. Per definitie is de productie in de kleinere kernen niet lager geworden. De kleine aannemerij moet echter zelf initiatieven nemen tot het ontwikkelen van locaties. Op de grote bouwlocaties kan de middelgrote bouwonderneming vooral door samenwerking zich een positie verwerven. De toekomst van de kleine en middelgrote bouwer is absoluut niet uitzichtloos.

Tot deze conclusie kwam gisteren de Brabantse gedeputeerde van Ruimtelijke ordening, Pieter van Geel in Bergen op Zoom. Daar was door de afdeling van Brabant-West van het NVOB een bijeenkomst over de in hun ogen zorgelijke positie van het midden- en kleinbedrijf op de grote bouwlocaties op touw gezet.

Zoals bekend vindt het NVOB het beleid van een aantal West-Brabantse gemeenten bij het verstrekken van opdrachten voor bouwpoen buitengewoon zorgwekkend. Immers, de uitvoering van de bouwopgave op de uitbreidingslocaties in West-Brabant wordt nu in negen van de tien gevallen door enkele, niet uit de regio afkomstige grote bouwconcerns of projectontwikkelaars gerealiseerd. “Vaak denken gemeenten door schaalvergroting de kosten te ke verminderen. Hierdoor dreigen kleinere en middelgrote bouwbedrijven echter buiten spel gezet te worden”, aldus de NVOB-afdeling Brabant-West.

Bedreiging

Het daaruit voortvloeiende gebrek aan bouwvolume vormt volgens het NVOB een regelrechte bedreiging voor de toekomst van de tachtig lidbedrijven, bij elkaar toch goed voor zo’n 2500 arbeidsplaatsen. De kleine- en middelgrote bouwbedrijven moeten in hun visie dan ook worden betrokken bij de de uitbreidingspoen in de regio, zowel bij woning- als utiliteitsbouw en zowel bij renovatie als bij onderhoud.

“Daarbij wordt niet gevraagd om een voorkeursbehandeling, maar wel om gelijke kansen voor iedereen.”

Pieter van Geel zei voor een belangrijk deel de zorgen van Brabant-West te delen maar tegelijkertijd de positie van diezelfde bouwer niet als ongunstig te zien. Brabant staat, zo hield hij zijn gehoor voor, aan de vooravond van een forse bouwinspanning. In totaal moeten er toch een slordige 114.000 woningen worden gebouwd. “Daarvan gaan er 80.000 in het stedelijk gebied verrijzen en 34.000 huizen in het landelijk gebied. Daarmee is de totale productie niet veel minder geworden.”

Het is met name ook dit laatste aantal waar in zijn visie het midden en kleinbedrijf zich op moet richten. “Het beleid van de provincie is om door te bouwen de positie van de dorpen te versterken. Hier is sprake van een lokale markt waar het midden- en kleinbedrijf met hun kennis en kwaliteit geschikt voor is.” Daarbij is het volgens hem wel zaak dat de bouwers geen afwachtende houding aannemen, maar zelf actief de boer op gaan om locaties te ontwikkelen.

Een en ander wil volgens Van Geel echter ook weer niet zeggen dat het midden- en kleinbedrijf op grotere bouwlocaties niets te zoeken heeft. “Inschakelen van het midden- en kleinbedrijf heeft voordelen voor de differentiatie van een locatie.”

Door een bundeling van krachten en meer samenwerken moet het volgens de gedeputeerde mogelijk zijn dat het midden- en kleinbedrijf ook op de grotere uitbreidingslokaties aan de bak komt.

Continuiteit

Voorzitter G.J.C Quirijnen van de NVOB-afdeling Brabant-West, benadrukte dat snelle maatregelen op korte termijn noodzakelijk zijn. “Voor de continuiteit en de kwaliteit van de bedrijfsvoering, en in het belang van de werkgevers en werknemers, is het noodzakelijk dat er gebouwd kan worden. Nogmaals, de bouwbedrijven dienen betrokken te worden bij de uitvoering van de bouwproductie op de grotere bouwlocaties in de regio.”

Reageer op dit artikel