nieuws

Gebroeders Hogenbirk viert 75-jarig jubileum Pioniers laten nu nog sporen in asfalt na

bouwbreed Premium

Als een van de eerste bedrijven in Nederland schaften ze een stoomwals aan. De gebroeders Hogenbirk waren – aan het begin van deze eeuw – pioniers op het gebied van wegenbouw. Vlak na de oorlog trokken ze door Nederland met verschillende mobiele asfaltcentrales. Toen de mobiele centrales werden verboden, bleven ze in de regio en stichtten een vaste centrale in Eemnes. De gebroeders – die allebei reeds het leven lieten – laten nog steeds hun sporen na in het asfalt

Hoewel ze de uitvinding van ZOAB niet meer hebben meegemaakt, hebben Louw en Gerrit Hogenbirk toch indirect meegewerkt aan de totstandkoming ervan. Mede op hun initiatief werd de produktorganisatie VBW Asfalt in het leven geroepen. Samen met Rijkswaterstaat en andere zuster-asfaltorganisaties in Europa doet VBW onderzoek naar vrijwel alle aspecten van asfalt. Ze werkten onder andere mee aan de totstandkoming van het product ZOAB.

Het in 1922 opgerichte wegenbouwbedrijf Hogenbirk wordt komende Valentijnsdag vijfenzeventig jaar.

Hoewel de familie zich inmiddels uit de onderneming heeft teruggetrokken, is de cultuur nog steeds die van een familiebedrijf, zo stellen de huidige directeuren ing. P.E.J. Boelhouwer en F.J. Stokman. “Het bedrijf heeft, net als vroeger, een sterke binding met het personeel. We doen veel aan opleiding en de winst wordt steeds weer in het bedrijf gestoken. In dat opzicht wordt de doelstelling van de stichting Gebroeders Hogenbirk -waar het bedrijf als het ware onder hangt- in ere gehouden. Die doelstelling is kortweg de zorg voor het (oud)personeel.”

Buiten hun pioniersdrift hadden Gerrit en Louw een sterke sociale inslag. Naast een gemeende betrokkenheid bij het personeel, bewezen ze ook in oorlogstijd het hart op de juiste plaats te dragen. Omdat ze niet voor de Duitsers wilden werken werd alleen werk in de Noordoostpolder aangenomen. Ondertussen stonden er honderden mensen op de loonlijst van de firma. Dit om te voorkomen dat ze werden getransporteerd naar Duitsland.

Van het aanvankelijk zo goed lopende bedrijf was na de oorlog dan ook niet veel meer over. Het was compleet leeggehaald. In feite moest het in de tweede helft van de veertiger jaren weer van de grond af worden opgebouwd.

Speciale poen

Het huidige bedrijf Hogenbirk Wegenbouw is nu onderdeel van de Gebr. Hogenbirk Groep, net als de in de loop der tijd overgenomen bedrijven Knol Wegenbouw, Eijkelboom (groenvoorziening) en Prinsen Waterbouw. De drie overnames vonden in de laatste tien jaar plaats, omdat de huidige directie voorzag dat er een verbreding van de werkzaamheden nodig was. De laatste jaren worden steeds meer totaalpakketten aangenomen, zoals aanleg en onderhoud van wegen, gecombineerd met groenvoorziening. ook worden er bruggen gebouwd (Prinsen Waterbouw) en jachthavens, met de complete infrastructuur eromheen. “Hogenbirk Wegenbouw”, zo vertelt Boelhouwer “heeft ook een afdeling speciale poen. Het is bijna een ingenieursbureau. Namens gemeenten en andere overheden maken wij vaak het ontwerp en het bestek voor de kleinere werken. We adviseren daarnaast de provincie en bedrijven en hebben al 25 jaar de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van een deel van de rijksweg A1.”

Hogenbirkprijs

Hogenbirk Wegenbouw kreeg in de jaren tachtig landelijke bekendheid met de instelling van de jaarlijkse Hogenbirkprijs, bedoeld voor mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt in de vakopleiding. Stokman: “De stichters van het bedrijf hebben altijd bijzonder veel waarde gehecht aan de vakopleiding. Zij zagen de vakopleiding als de basis van een kwalitatief hoogwaardig bedrijf. Nog steeds wordt er veel gedaan voor de vakopleiding. In het Gooi heeft Hogenbirk, samen met een aantal bedrijven een samenwerkingsverband voor de vakopleiding geopend (SPG), waarvoor wij het secretariaat voeren. Vooral in de winterperiode wordt er veel gebruik gemaakt van deze faciliteit. Ook het zittende personeel komt regelmatig bijeen voor bijscholingscursussen, bijvoorbeeld in verband met de ISO-certificering die naar verwacht dit jaar zal plaatsvinden voor Knol Wegenbouw en Prinsen Waterbouw (respectievelijk ISO 9001 en 9002), nadat in 1996 Hogenbirk Wegenbouw en Eijkelboom werden gecertificeerd.

Zelfstandig blijven

De huidige directeuren zien de toekomst zonnig tegemoet. “Wij verwachten dat er binnen nu en vijf jaar een enorme hoeveelheid werk op de grond-, weg- en waterbouw afkomt”, zo vertelt Boelhouwer.

“Niet in de laatste plaats door de aanleg van grote werken als de HSL, de Betuwelijn en de renovatie van het Nederlandse rioolstelsel”.In de aanleg van de grote infrastructurele werken verwacht het bedrijf een bijrol te spelen, maar groot genoeg om een behoorlijke verhoging van de omzet te genereren. “Die groei is nodig om zelfstandig te ke blijven”, aldus Boelhouwer.

De grootste groeier van de groep is momenteel Prinsen Waterbouw, de minst regiogebonden loot aan de Hogenbirkstam. Prinsen bouwt niet alleen houten kunstwerken door heel Nederland, maar ook in Luxemburg en Duitsland.

Als toekomstig probleem voor de branche voorzien ze het krijgen voldoende personeel. Stokman: “Mede door de nog steeds heersende discontinuiteit in ons vak, heeft de wegenbouw een slecht imago gekregen.

De inspanningen die er in het kader van het Convenant Discontinuiteit worden gedaan, zijn nog volstrekt niet merkbaar.

Omdat we altijd veel aan opleiden gedaan hebben, en hier in de regio als een gedegen bedrijf bekend staan, verwacht ik overigens niet dat wij veel moeten zullen hebben met het krijgen van vaklieden.”

Niet de gebroeders Hogenbirk, maar de huidige directeuren F.J. Stokman (links) en P.E.J. Boelhouwer vieren het 75-jarig jubileum van het bedrijf.

Reageer op dit artikel