nieuws

Dubo moet niet ontaarden in dogmatische opstelling

bouwbreed Premium

Duurzaam bouwen moet niet ontaarden in dogmatisme. Evenwichtige afweging van allerlei aspecten in de bouwpraktijk en verantwoord kiezen moeten de slogans voor de toekomst zijn. Deze stelling betrok professor ir. L.A.G. Wagemans, hoogleraar constructief ontwerpen aan de TU Delft tijdens het seminar “pragmatisch duurzaam bouwen” van PRC Bouwcentrum op de Bouwbeurs.

“Het dogmatisch betrekken van stellingen ‘wat wel en niet kan en mag’ is contraproductief en moet worden vermeden. Dit betekent ook afscheid nemen van veel milieufreaks van het eerste uur. Een evenwichtige afweging is geboden”, zo hield Wagemans zijn gehoor voor. Hij vond dat de aandacht voor duurzaam bouwen zo langzamerhand bijna de vorm van een hype aanneemt.

“Begonnen in het circuit van alternatieven en de milieubeweging, maken achtenswaardige aannemers, universiteiten, producenten en instellingen het thans tot een onderdeel van hun beleid. En als poontwikkelaars er ook al mee beginnen, wordt het tijd een en ander met de nodige argwaan en kritische houding te bezien. Als duurzaam bouwen verwordt tot een verkoopargument omdat het in is, gaat er mijns inziens iets fout”, zo zei hij.

Levensduur

Een misverstand noemde hij het dat ‘duurzaam’ synoniem is met ‘zolang mogelijk meegaan’ als het gaat om bouwen. “Mijn stelling is: duurzaam bouwen is wat het tijdsaspect betreft, bouwen voor de geplande levensduur. Daarna volgt zo mogelijk gepland hergebruik en daarna pas sloop en recycling van bouwstoffen.”

Hij wees er in dit verband op dat de hoofddraagconstructie goed is voor 50 tot 100 jaar, de afbouw hooguit 25 jaar haalt en de installaties na 12,5 jaar hopeloos verouderd zijn. “Kies je hoofddraagconstructie dan ook zo dat het inderdaad geschikt is voor een tweede of derde leven, meestal met een andere bestemming. Skeletbouw voldoet aan die eis, een systeem met dragende gevelelementen en holle kanaalvloerplaten nauwelijks.”

Ontwerpen

Bij het ontwerpen van constructies werd volgens hem in het verleden voornamelijk gekeken naar constructieve veiligheid, functionaliteit en zo goedkoop mogelijk. Zijn studenten houdt hij nu voor dat een goed ontwerp moet voldoen aan zes basiseisen: functioneel, constructief, economisch, esthetisch, duurzaam en maatschappelijk verantwoord.

“Dat is dus iets anders dan het goedkoopst, het veiligst, het mooist en het meest milieu-vriendelijk Nee, een optimum van die zes eisen en van geval tot geval opnieuw vast te stellen”, doceerde Wagemans.

Volstrekt laakbaar vindt hij het betrekken van oude stellingen zoals ‘beton is dan staal of omgekeerd’. “Waarom moet die oude vete toch ook hier weer opduiken. Waarom is de staal-beton ligger nog steeds een stiefkind (de helft van het gewapend beton dat we gebruiken zit in de gescheurde trekzone en is dus verspild materiaal) en sinds de opkomst van cement zitten we na sloop met een gigantische berg puin; voor de komst van cement werd iedere baksteen twee tot drie keer hergebruikt”, daarmee aangevend dat alles, zelfs vooruitgang betrekkelijk is.

Wagemans meent dat duurzaam bouwen niet met regelgeving kan worden afgedwongen. “Construeren/ontwerpen is verantwoord kiezen, waarbij je je bewust bent wat je doet en waarom. Duurzaam bouwen is daarom voor mij bewust bouwen. Het is mijn ogen dan ook iets dat niet met regelgeving kan worden afgedwongen, wel gestimuleerd. Het is een kwestie van aanleren en opvoeden. Een attitude dus.”

Reageer op dit artikel