nieuws

Wethouder Smink blijft sleutelen aan z’n oldtimer met de naam Groningen

bouwbreed Premium

“De stad moet je zien als een oldtimer. Je moet er bijna continu aan sleutelen maar je mag het geheel niet uit het oog verliezen…” W. Smink, de Groningse volkshuisvestingswethouder laat een korte stilte vallen. Dan zegt hij: “We hebben de stad nu in de eerste versnelling, het wordt tijd dat we gaan accelereren.” Groningen, is op weg naar de toekomst.

Hij praat graag en met liefde over ‘zijn’ stad. Het doet Smink zichtbaar goed dat Groningen door de rest van Nederland- lees vooral het Westen-, in het afgelopen jaar ontdekt is. “In HP/De Tijd een heel groot artikel over het fenomeen Groningen. Een perfect verhaal. Daar zijn we als stad trots op. We zijn van nature niet zo chauvinistisch. We hebben geen last van een minderwaardigheidscomplex of zo. Maar we hebben gewoon niet zo de behoefte om eruit te springen, of van de daken te roepen dat we het hier geweldig hebben of doen. Met dat artikel in HP/De Tijd zagen we onze daden bevestigd en hebben we gelijk weer iets om naar te verwijzen. Zo van ‘we zeggen zelf niet dat we het goed doen, dat wordt in dat artikel gezegd’.”

In de zomer van ’96 was de stad daar ver weg in het noorden het decor voor ‘A Star is Born’. Wekenlang bruiste Groningen letterlijk en figuurlijk van diverse kunst- en cultuurmanifestaties. “Dit soort activiteiten maar ook onze architectuurhoogstandjes als het Waagstraatproject van Natalini en het museum zetten Groningen op de kaart”, weet Smink.

Bouwproduktie

En er gebeurt veel daar in dat noorden. Niet zonder trots meldt Smink dat er in 1996 op de kop af 1021 woningen zijn gebouwd. De planning was 1020 huizen. “We wilden per se een huis meer, omdat we in voorgaande jaren de planning om diverse reden niet hadden gehaald.”

Voor wat betreft de bouwproduktie voor de eerstkomende jaren maakt Smink niet druk. Over ruimte heeft hij niet te klagen. Zowel binnenstedelijk als in de uitbreidingslocaties heeft Groningen capaciteit voldoende om de taakstelling van 4500 woningen tot en met het jaar 2002 te realiseren. Met Leek, Marum, Zuidhorn, Grootegast, Haren, Slochteren en Hoogezand, samen met de stad de regio Centraal Groningen vormend, is de bouwproduktie voor de komende jaren vastgelegd. “Wij gaan jaarlijks 750 woningen bouwen en de regio 350. Door dit vast te leggen moet worden voorkomen dat de regiogemeenten in rap tempo hun toebedeelde quotum van 1500 woningen bouwen. De markt zou zoiets hier niet aankunnen.

“Concurrentie vanuit de regio is funest voor onze bouwlocaties”, zegt Smink. Zijn argumenten hebben bij de buurgemeenten gehoor gekregen. “Ook zij begrijpen dat een afkalving van de stad desastreuze gevolgen heeft. Op de lange termijn ook voor hen. Vandaar dat we in harmonie en goede samenwerking optrekken. Ik denk daarbij ook aan een regionaal grondbedrijf wat in de steigers staat. Vooral het vereveningsaspect daarin, dus de winsten van de ene locatie inzetten in andere minder winstgevende locaties wordt door de regio niet afgewezen.”

Smink geeft toe dat binnen de samenwerking woorden als grenscorrectie en annexatie niet mogen worden uitgesproken. “Wij hebben duidelijk aan de regio laten weten dat we onze aanvankelijke grenscorrectie-voorstellen in de la hebben opgeborgen. Wanneer er sprake is van een goede samenwerking, is dat ook niet nodig. Loopt die samenwerking om wat voor reden spaak…tja.”

Noord Drenthe

Voorlopig zegt hij zich daarover niet druk te maken. De zorgen die Smink heeft komen momenteel voort uit de bouwdrift die zijn buurprovincie Drenthe aan de dag legt. “We hebben vooral te maken met concurrentie van bouwactiviteiten in Noord Drenthe. Maar ook Assen heeft nog een enorme hoeveelheid aan bouwplannen aan de noordzijde van de stad op de plank liggen. Bij elkaar gaat het om enige duizenden woningen. Dat is een groot gevaar voor onze locaties.”

Overleg heeft tot dusverre geen effect gehad. Volgens Smink wordt het daarom tijd dat ‘Den Haag’ ingrijpt. “Het is toch te gek dat wij van Vrom te horen krijgen dat we iets moeten temperen, terwijl ze daar gewoon doorbouwen. Ze hebben gewoon een te hoog bouwprogramma met als gevolg een uittocht van Groningse kapitaalkrachtigen naar Noord Drenthe.”

Dwingend

Hij pleit dan ook voor een ouderwets planologisch beleid waarbij het Rijk dwingend voorschrijft waar en hoeveel er gebouwd mag worden. “Anders loopt het echt mis. Dan wordt er ongecoirdineerd gebouwd met alle gevolgen van dien.”

Vorige maand heeft hij zijn ongerustheid nog kenbaar gemaakt bij de inspecteur Volkshuisvesting in de drie noordelijke provincies, mevrouw P. Renou. Echt gehoor vond hij bij haar niet. In het Nieuwsblad van het Noorden zei ze dat de roep van Smink om een sterke hand van het Rijk niet de hare is. “De rijksoverheid plaatst zich door decentralisatie verder op afstand, maar omdat de partijen er samen niet uitkomen wil Smink sancties. Het rijk is er nog niet aan toe.”

Voorzichtig

Smink: “Vroeg of laat zal het toch moeten.” Hij weet uit ervaring hoe voorzichtig met de woningmarkt moet worden omgegaan. “We hebben aan de noordzijde van de stad de uitbreidingslocatie De Held. Het is duidelijk dat die locatie minder populair is. De noordzijde van de stad is ook minder aantrekkelijk. Dan is het noodzakelijk dat je als gemeente en ook de marktpartijen die daar actief zijn wat extra’s doet in de vorm van de openbare ruimte en ontsluiting. En dan kan je heel voorzichtig concurreren met andere locaties.”

Hetzelfde geldt in zijn visie voor het aanpakken van de bestaande stad. De aandacht mag volgens hem niet alleen naar de uitbreidingslocaties gaan. “Ook binnenstedelijk heb je een opgave. Ik denk alleen al aan de aanpak van de na-oorlogse wijken. Het brengen van differentiatie in die wijken. Een aspect dat ook door de corporaties wordt gezien en opgepakt. Maar ook de vernieuwing van de binnenstad. Het Waagstraatproject en de voortzetting ervan in de aanpak van de Grote Markt. Dat bedoel ik dus als ik een vergelijking maak met een oldtimer. Je moet echt continu aan de stad sleutelen en vernieuwen. Van belang ook om iedereen de gelegenheid te bieden in de stad te wonen en te werken.”

De Groningse wethouder van Volkshuisvesting W. Smink: “We hebben geen last van een minderwaardigheidscomplex of zo. Maar we hebben gewoon niet zo de behoefte om eruit te springen.”

Foto: Anko C. Wieringa

Reageer op dit artikel