nieuws

Volksgezondheid gediend met beter asbestbeleid

bouwbreed Premium

‘Het Asbestverwijderingsbesluit regelt de gang van zaken rond alle toepassingen van asbest maar het verplicht niet tot verwijdering. Pas wanneer een gebouw wordt gerenoveerd of gesloopt moet er ook een oplossing komen voor het eventueel verwerkte asbest. Asbest blijft niet tot in lengte van jaren onveranderd op dezelfde plaats zitten. Het raakt los, komt in de lucht en wordt dan ingeademd,’ zegt mevr. I. Leijdens-Nuhn van de Vereniging voor Verwijdering van Toxische en gevaarlijke Bouwmaterialen (VVTB) uit Den Haag.

Jean Quist

‘Zoals er al enige tijd een ‘schone grond-verklaring’ bestaat die aangeeft dat er geen vervuiling in de bodem zit ontstaat er steeds meer belangstelling voor een ‘asbestvrij-verklaring’ die bijvoorbeeld woningkopers garandeert dat ze een pand verwerven waarin geen asbest zit,’ weet Leijdens-Nuhn. ‘Sinds 1977 is de toepassing van steeds meer soorten asbest bij wet verboden. Wat niet wil zeggen dat het asbestprobleem daarmee is verminderd. Er zijn in de loop van de tijd enorme massa’s van het materiaal verbruikt. Een deel daarvan kwam bijvoorbeeld in de bodem terecht. In de omgeving richt het geen directe schade aan: wel bedreigt het de volksgezondheid zodra de resten in de lucht komen. In een binnenruimte mag na reiniging de concentratie van asbeststof niet hoger zijn dan 1/20 van de de grenswaarde. Per kubieke centimeter lucht mag gemeten over acht uur hooguit 0,1 procent crocidoliet of 0,3 procent aan overige asbestvezels voorkomen. Ook in de buitenlucht komt nogal wat asbest voor. Denk maar aan de remvoeringen met asbest in auto’s of aan asbesthoudende tunnelbekledingen.’

‘Brussel’

‘Vooralsnog vallen nog geen regels uit ‘Brussel’ te verwachten omdat de Europese landen geen eenduidig asbestverwijderingsbeleid voeren,’ stelt Leijdens-Nuhn. ‘Ter vergelijking: als je over milieuschandalen leest gaat het vaak over het transport van gevaarlijke afvalstoffen naar het zuiden. Omgekeerd is het verre van ondenkbaar dat vanuit het zuiden (bouw)producten naar het noorden worden gebracht waarin nog steeds asbest zit. Die producten zullen niet in Nederlandse projecten worden verwerkt. Temeer niet nu aannemers zich steeds meer laten certificeren en meer dan voorheen een duidelijke beschrijving maken van de materialen die ze toepassen. Aanbrengen van asbesthoudende producten wordt daardoor toch wel erg moeilijk.’

‘Een afdoende asbestbestrijding is gebaat bij een goed contact tussen ambtenaar en verwijderaar zodat beiden de beste wijze van aanpak kunnen bespreken,’ meent Leijdens-Nuhn. ‘De VVTB bevordert dat contact onder meer door het beleggen van regionale bijeenkomsten voor handhavers en bedrijven. Zo weten mensen van elkaars bestaan af, iets dat niet schaadt. Het zal bedrijven op hun beurt niet schaden wanneer de sector een dusdanig aantal ondernemingen telt dat de prijs niet zo scherp wordt dat verlies van kwaliteit ontstaat. Dat ideale aantal is zo langzaam aan bereikt. De vereniging verwacht dat er nog maar weinig gecertificeerde bedrijven zullen bijkomen waarmee het totaal om en nabij de 350 uitvalt. We rekenen daarentegen met een afname omdat bedrijven bijvoorbeeld het certificaat niet (kunnen) behalen of zo weinig werk binnenhalen dat ze niet gecontroleerd kunnen worden zodat ze hun certificaat verliezen. Met dat in gedachten hebben enkele ondernemingen hun certificatieplan al laten varen.’

Certificatieplicht

‘De VVTB is opgericht door kleine en middelgrote bedrijven,’ legt Leijdens-Nuhn uit. ‘Dat gebeurde in de tijd dat duidelijk werd dat er een certificatieplicht zou komen. Die groep bedrijven zag geen mogelijkheden zich aan te sluiten bij de bestaande verenigingen. Met hun eigen vereniging wilden de kleine en middelgrote asbestverwijderaars tot een gezamenlijke aanpak voor het certificaat komen. Tegelijkertijd ontstond de mogelijkheid om bij elkaar kennis op te doen en een persoon te kiezen die voor een aantal bedrijven de taken uit te voeren die het certificaat voorschrijft. Die onderscheiding legt nogal wat druk op de betrokken bedrijven. Het is aan ons er door overleg met bijvoorbeeld de landelijke overheid voor te zorgen dat die druk zo beperkt mogelijk blijft en niet onnodig zwaarder wordt. Binnen een jaar na de invoering van de wettelijke certificatieplicht besloot VROM tot een wijziging van de vrijstellingsregeling. De certificatieplicht is ingesteld ter bescherming van volksgezondheid en milieu. De wijziging in de vrijstellingsregeling staat daar haaks op. Om die reden heeft de VVTB de voorgenomen algehele herscholingsverplichting voor deskundig toezichthouders asbest tegengehouden. Zo’n verplichting verhoogt alleen de kosten van de asbestverwijdering zonder dat de toegevoegde waarde van de cursus is aangetoond.

Ingeborg Leijdens-Nuhn: ‘Een afdoende asbestbestrijding is gebaat bij een goed contact tussen ambtenaar en verwijderaar zodat beiden de beste wijze van aanpak kunnen bespreken.’

foto Peter van Mulken

Reageer op dit artikel