nieuws

Uitzendaccoord in afbouwsector

bouwbreed Premium

Werkgevers- en werknemersorganisaties in de afbouwsector hebben elkaar op het punt van het uitzenden van personeel gevonden. Uitzendkrachten zullen in het schildersbedrijf, het natuursteenbedrijf en de stukadoorsbranche beloond gaan worden volgens de in deze drie branches geldende cao’s.

Gerrit van Oosten

Partijen vonden het een goed idee om het onderwerp ‘uitzenden’ buiten de cao-besprekingen voor elk van de drie branches te houden. Zowel de cao voor de stukadoors als voor het natuursteenbedrijf liepen 31 december j.l. af. Onderhandelingen ter vernieuwing zijn inmiddels begonnen. De cao voor het schildersbedrijf expireert per 30 april a.s.

In het algemeen is overeengekomen dat mocht de overheid het uitzendverbod per 1 januari 1998 opheffen, de uitzendkrachten zullen worden betaald volgens de cao die in de branche van kracht is. Op deze wijze wordt concurrentie op arbeidsvoorwaarden en loonkosten tegengegaan. Vooral de bouwbonden maakten zich zorgen over een vermindering van vaste dienstverbanden als de arbeidskosten van uitzendkrachten lager zouden uitvallen dan die van vast personeel.

Maandag, 20 januari zullen partijen de finesses van de overeenkomst nog op papier zetten. Vastgelegd zal worden dat alleen volgens de eigen cao zal worden betaald als uitzendkrachten daadwerkelijk het vak van schilder, stukadoor of natuursteenbewerker uitoefenen. Hulpkrachten of handlangers vallen dus buiten de overeenkomst.

Natuursteen voorop

In oktober vorig jaar werd een soortgelijke afspraak alleen voor de natuursteenbranche al publiek. Toen was er sprake van een proef, die in dit jaar gedurende negen maanden met uitzendkrachten zou worden genomen.

Vastgelegd werd dat de cao voor de natuursteenbranche van toepassing zou zijn, maar dat in het eerste halfjaar dat de uitzendkracht in de sector werkzaam zou zijn, enkele collectieve regelingen niet op hem van toepassing zouden zijn. In de natuursteenbranche gold dat voor de bovenwettelijke aanvulling op de ww en wao en een bijdrage voor het scholingsfonds.

Reageer op dit artikel