nieuws

‘We hebben geen mening, wel invloed’ Directeur Maarten Kloos over tien jaar Architectuurcentrum Amsterdam

bouwbreed

Arcam is de moeder van alle lokale Nederlandse architectuurcentra. Geboren uit de schok van het vertrek van het enige echte Nederlandse Architectuurinstituut naar Rotterdam, heeft het zich in tien jaar tijd ontwikkeld tot spil in een regionaal netwerk van bouwers, bestuurders en ontwerpers. Het was een voorbeeld voor vele navolgers in andere steden. Directeur Maarten Kloos toont zich aan de vooravond van zijn bescheiden verjaardagsfeest een tevreden mens. “Wij hebben geen mening maar wel invloed”.

Voor de zelfgenoegzame Amsterdammers was het schrikken toen ruim tien jaar geleden het Architectuurinstituut niet naar Amsterdam, maar naar Rotterdam ging. Uit Amsterdam verdwenen de stichting Wonen, die een kleine tentoonstellingsruimte had aan de Leidsestraat, en het omvangrijke archief van het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst. Die gingen in Rotterdam op in het NAi.

Na de eerste schrik werd Arcam opgericht met als eerste taak: inventariseren wat er in Amsterdam was overgebleven aan activiteiten, personen en instellingen. De huidige directeur van Arcam, architect Maarten Kloos, ziet dat nog steeds als de kern van de zaak: alle informatie van wat er speelt opzuigen en weer uitdragen via het eigen kwartaalblad Arcam-Nieuws.

Om deze kern zit een schil van aanverwante activiteiten, zoals het organiseren van discussies over heikele kwesties. En in de loop van de jaren zijn veertien kleine boekjes uitgegeven, veelal met behulp van sponsors. Bij dit tweede lustrum zijn het er zelfs twee tegelijk: het macroniveau komt aan de orde in een boekje over de geschiedenis van Schiphol, het tweede boekje is een poetische collage over details

in de stad. Daaraan is ook de jubileumtentoonstelling gewijd. Sinds vijf jaar geeft de eigen galerie aan het Waterlooplein een extra dimensie aan het werk. Met ruim veertig exposities heeft deze “salon d’actualite” bewezen van vitaal belang te zijn.

Navolging in den lande

Arcam is ondertussen een waar bedrijfje geworden met vier formatieplaatsen en een begroting die ongeveer zeven ton beloopt. Kloos is fulltime directeur. Belangrijkste subsidient is de gemeente, het Stimuleringsfonds draagt bij en op de derde plaats komen particuliere sponsors.

De eigen groei van het Arcam geeft het succes van dit lokale initiatief weer. Maar ook de navolging die het in den lande heeft gekregen. Omdat er steeds meer vragen uit andere gemeenten kwamen hoe ook zij een soort Arcam konden opzetten, is ruim drie jaar geleden een landelijk overlegorgaan (OLA) opgericht. Kwamen er op de eerste bijeenkomst nog geen tien steden, nu zijn er zo’n dertig vertegenwoordigd.

Een belangrijk regionaal wapenfeit was kortgeleden de Arcam-kaart. Daarop zijn voor het eerst alle bouwplannen van de noordvleugel van de Randstad verzameld. Het was voor vrijwel iedereen een verbijsterende ervaring dat zo’n beetje alle open ruimte wel ergens voor geclaimd was. Dat was aanleiding voor Rotterdammers om eenzelfde exercitie te volvoeren voor de zuidvleugel van de Randstad, zodat er nu voor het eerst een volledig overzicht bestaat van alle mogelijke bouwplannen van de hele Randstad.

Arcam als bouwsteen

Kloos ziet het succes van Arcam als onderdeel van een landelijk groeiproces. Er is toenemende aandacht voor architectuur. Lokale en landelijke activiteiten van overheden en particulieren versterken elkaar. Er is meer publiciteit dan ooit. Dat werpt volgens Kloos twee vragen op. Ten eerste: is al die aandacht ondertussen niet wat overdreven aan het worden, is het nooit genoeg? En: wat zien we er van in de werkelijkheid?

Als het genoeg zou zijn, zou dat voor Kloos de grootste beloning zijn. Zijn ideaal is dat de plaats van architectuurcentra een net zo vanzelfsprekende is als die van openbare bibliotheken. Nu al is het Arcam een plek waar alle mogelijke informatie wordt gezocht, bijvoorbeeld door scholieren die een scriptie moeten schrijven. Kloos ziet dat persoonlijk als een belangrijke opdracht: het spreiden van kennis, zoals dat in de sociaal-democratische traditie past. Opmerkelijk is dat van de zeer vele activiteiten in de regio Amsterdam die elke keer in Arcam-nieuws staan aangekondigd zeer veel gratis is of minder dan een tientje kost. Dat is een niet gering cultuurgoed.

Maar wat is de neerslag van al deze activiteiten in het leven van alledag? Kloos: “Die werkelijkheid hebben wij niet in onze macht. Wij ke hoogstens invloed uitoefenen. Bijvoorbeeld opdrachtgevers op het spoor van kwaliteit en goed opdrachtgeverschap zetten. De opinie beinvloeden en duidelijk maken dat architectuur heel bewust tot stand moet worden gebracht. Er gebeuren nu in Amsterdam interessantere dingen dan tien jaar geleden. Moet je je voorstellen dat toen de Merkelbachprijs een keer niet is uitgereikt omdat de jury geen enkel noemenswaardig po kon vinden! Dat het nu beter gaat, daarbij zijn wij een bouwsteentje geweest. Men is zich nu meer bewust van wat je met architectuur kunt bereiken, wat het kan bijdragen aan de stad en stedelijk leven.”

Spannende tijden

Kloos laat zich niet makkelijk verleiden om aan te geven wat er nu gaat en slecht gaat in de stad, welke gebouwen mooi of lelijk zijn. Om de Kamer van Koophandel en NOG-kantoor naast het Centraal Station “een misplaatst stukje brainpark in de binnenstad” te noemen, daarvan zal niemand opkijken. Dichterbij, om de hoek, waar het Maupoleum is gesloopt en vervangen door een Theaterschool en kantoorgebouw wordt Kloos al voorzichtiger. “Niet dramatisch slecht”, noemt hij het resultaat voorzichtig. “Voor de stad aantrekkelijker dan het Maupoleum”.

Kloos: “Het is een spannend tijdsgewricht. Alles uit alle hoeken van de wereld is bekend en wordt binnen de kortste tijd gekopieerd. Vaak is de architectenkeuze heel banaal, alleen maar een grote naam. Maar ik kijk bijna nooit meer naar afzonderlijke gebouwen, ik let op de samenhang met de stad. Wat er nu bijvoorbeeld rond het Oosterdok gebeurt is heel fascinerend. Er is een intensivering van de hele oostkant van het centrum. Op de IJ-tunnel verrijst van architect Piano het nieuwe Science Centre. Rond het Centraal Station zal de komende vijftien jaar veel op de schop gaan en op de IJ-oevers daar, door onder andere de aanleg van de Noord-Zuidlijn. Mogelijk komt daar een nieuwe openbare bibliotheek. Op het PTT-eiland komen nieuwe functies. In de Waag komt een centrum voor nieuwe media. De Varastrook wordt verdicht met woningbouw. Naar Amsterdamse begrippen gaat het nu snel – vergeet niet dat bij elk bouwplan in Amsterdam altijd twee keer zoveel mensen klaar staan met hun mening.”

Over wat er de afgelopen tien jaar is gebeurd, is Kloos tevreden, al wil hij niet onbescheiden klinken.

Kloos: “Arcam heeft geen mening. Onze taak is te signaleren wat knelpunten zijn of waarover moet worden nagedacht. En daarmee hebben wij wel invloed.”

De tentoonstelling “Dichter bij de stad” in de Arcam Galerie aan het Waterlooplein is van 14 september t/m 26 oktober geopend van dinsdag t/m zaterdag van 13 – 17.00 uur.

Directeur ir. Maarten Kloos van het Arcam: “Ik kijk bijna nooit meer naar afzonderlijke gebouwen, ik let op de samenhang met de stad. Het is fascinerend welke plannen nu ten oosten van het centrum op stapel staan”. Foto: Dick Vader

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels