nieuws

Alleen werkgelegenheid blijft achter bij positieve ontwikkeling Bouw profiteert mee van groei economie

bouwbreed

De bouwnijverheid profiteert mee van de groei van de Nederlandse economie. De woningbouw trekt aan, en de investeringen in bedrijfsgebouwen en infrastructuur nemen toe. Op het terrein van de werkgelegenheid is echter geen winst te boeken. In 1996 blijft het aantal banen gelijk, in 1997 stijgt de werkgelegenheid slechts met 0,5 %.

De positieve toekomst voor de bouw wordt geschetst in de Macro Economische Verkenning 1997 van het Centraal Planbureau.

Duidelijk is dat op alle fronten de seinen op groen staan in de bouw. Uitzondering vormt de ontwikkeling van de werkgelegenheid. In de vorige MEV werd voor 1996 nog een stijging verwacht van 0,5%, maar zelfs die minimale toename zal zich niet meer voordoen. Het aantal arbeidsjaren ligt in 1996 stabiel op 380.000. De verwachting is dat pas in 1997 een lichte stijging tegemoet kan worden gezien, van 0,5%.

De stijging van het productievolume is voor 1996 vrijwel gelijk aan wat in de vorige MEV werd voorspeld, nu 1,6% versus 1,75% in de vorige verkenning. Voor 1997 wordt een forsere toename verwacht, onder invloed van de aantrekkende woningbouw en toenemende en de investeringen in bedrijfsgebouwen en infrastructuur. Het volume groeit ten opzichte van 1996 met 3,7%.

Woningbouw

Ten aanzien van de woningbouw wordt in de nieuwe MEV gesteld dat de daling van het aantal verleende bouwvergunningen gewoon doorgaat. Zij zal echter minder scherp zijn dan in 1995, het jaar na het topjaar 1994, en zich ook voordoen in een ander segment van de woningbouw. In 1995 deed de daling zich voor in de marktsector, in 1996 en 1997 neemt het aantal vergunningen voor nieuw te bouwen goedkope huurwoningen af (1995: 25.000, 1996: 19.000, 1997: 18.000).

In de marktsector zal het aantal vergunningen weer stijgen, iets wat te danken is aan de gunstige marktomstandigheden: gedaalde rente en een toename van het reeel beschikbare loon- en overig inkomen van gezinnen (1995: 73.000, 1996: 76.000, 1997: 77.000).

De daling in het aantal vergunningen wordt meer dan goedgemaakt door een verschuiving in de richting van de duurdere woningen. Hierdoor nemen de investeringen in woningen in 1996 met 0,75% in volume toe. Vooronderstelling is wel dat het productieverlies als gevolg van de strenge winter in de rest van 1996 wordt goedgemaakt. In 1997 gaat de verschuiving van de markt in de richting van de koopsector door. De vraag naar koopwoningen zal blijven toenemen, ten gevolge van het aanhoudend lage rentepeil en een toenemend aantal tweeverdieners. De groei is echter niet zo groot als in 1996.

De Vinex-locaties dragen volgens het CPB bij aan de voortgaande daling van het aantal vergunningen voor goedkope huurwoningen. Op deze locaties is het aantrekkelijker om duurdere woningen te bouwen, vanwege de hoge verwervingskosten.

Het volume van de investeringen in woningen neemt in 1997 toe met ruim 3 %. Daarbij is rekening gehouden met een stabiele toename van de herstel- en verbouwinvesteringen met 1,75% en met een normaal winterweer in 1997.

Bedrijfsgebouwen

De investeringen in bedrijfsgebouwen groeien dit jaar met nauwelijks meer dan 1%. Daarmee is de voorspelling uit de vorige MEV niet uitgekomen. Daarin werd voor 1996 rekening gehouden met een stijging van 2,5%.

Desondanks zijn de korte-termijn-vooruitzichten aan het verbeteren, aldus het CPB. Afgaande op het aantal verleende bouwvergunningen wordt meer geinvesteerd in de industrie, handel en zakelijke dienstverlening. Dit zijn allemaal aanwijzingen voor een op handen zijnde uitbreiding van de productiecapaciteit in deze sectoren. De kantorenmarkt wordt bovendien gesteund door de afnemende overcapaciteit van beschikbare kantoorruimten. Op grond van deze factoren verwacht het planbureau voor 1997 een toename van het investeringsvolume met 4,5%.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels