nieuws

Zolang gemeenten niet kijken naar vestigingsvergunning Beunhazen krijgen nog alle kans

bouwbreed

Beunhazen en niet rechtmatig gevestigde bedrijven ke rustig hun gang blijven gaan zolang gemeenten bij de verlening van bouwvergunningen niet kijken of een in de vergunningsaanvraag genoemd bouwbedrijf een vestigingsvergunning of ontheffing heeft. Het ministerie van VROM zal binnenkort laten weten wat het gaat doen aan deze situatie.

De verplichting voor gemeenten om te kijken of er een vestigingsvergunning dan wel ontheffing is, vloeit voort uit de bouwregistratie. Volgens artikel 57 lid 2 van de Woningwet moeten gemeenten in het bouwregister het nummer van de vergunning of ontheffing opnemen.

In de praktijk blijkt dat door veel gemeenten niet te gebeuren, als ze al een bouwregister hebben. Soms komt dat omdat er op het moment dat de bouwvergunning wordt aangevraagd nog geen aannemer bekend is. Maar ook daar voorziet de Woningwet in. Op het moment dat de bouw start en de aannemer per definitie wel bekend is, moet alsnog worden aangetekend wie de bouwer is. Maar ook dat gebeurt nauwelijks tot niet.

Dat kan dan tot situaties leiden waarin niet rechtmatig gevestigde bedrijven, of nog erger de grootste beunhazen, constructieve werkzaamheden uitvoeren waarvoor ze totaal niet geclassificeerd zijn. Met alle gevolgen vandien voor de kwaliteit.

Alphen aan den Rijn

Als een van de vier Stichtingen Behartiging Algemene Bouwbelangen (SBAB) daar dan lucht van krijgt, probeert die het werk stil te leggen. De achterhaalde beunhazen krijgen dan ook nog een rekening voor de kosten van de SBAB gepresenteerd.

Zo werd korte tijd geleden de gemeente Alphen aan den Rijn behoorlijk in verlegenheid gebracht bij de bouw van een moskee. Daar bleek het Rotterdamse bedrijf van Turkse oorsprong Komas Kocatepe Modern Magazacilik Isletmeleri Sanayii Ve Ticaret Anonim Sirketi, een aannemersbedrijf op het gebied van burgerlijke en utiliteitsbouw en groothandel in ongeregelde goederen, aan de gang te zijn. Het bedrijf, categorie 3 (2 tot 4 werkzame personen) met een geplaatst kapitaal van 30 miljoen Turkse lira ( f. 510), bleek geen vestigingsvergunning of ontheffing te hebben. Dat was (uiteraard) niet te vinden in het bouwregister.

SBAB-West heeft via haar advocaat het bedrijf gesommeerd te stoppen met de uitvoering van het werk. Komas heeft daarop het werk ook stilgelegd en de bijgevoegde rekening van de SBAB keurig voldaan. Dat de gemeente een en ander niet leuk vond, blijkt wel uit het feit dat er overleg heeft plaatsgevonden tussen de gemeente en de afdeling Rijnstreek van het NVOB.

Die willen echter geen van beide reageren op de affaire. Sterker nog, een gemeentelijke woordvoerder verklaarde vijf weken geleden tegenover Cobouw dat er nog niet eens een locatie voor de moskee zou zijn, terwijl toen de bouw op de hoek van de Herculesstraat en de Sterrenlaan al lang aan de gang was. En ook op de gemeentelijke plattegrond staat de nog niet bestaande moskee al ingetekend.

Komas heeft overigens sinds 22 juli dit jaar wel een ontheffing en kan het werk dus nu afmaken. Dat zal vanaf volgende week dan ook gebeuren. Om voor een ontheffing in aanmerking te komen moet op zijn minst de bedrijfsleider van een bedrijf voldoen aan algemene ondernemersvaardigheden en beschikken over het diploma vakbekwaamheid metselbedrijf of timmerbedrijf, dat ook nog eens voor 1 januari 1997 is afgegeven.

Bouwregistratie

Het geval staat niet op zich. Er zijn nog steeds veel gemeenten die het bouwregister niet goed bijhouden en dus ten onrechte bouwvergunningen afgeven. Volgens een EIB-onderzoek is in 60 procent van de gevallen de bouwer niet vermeld in het bouwregister. Geschat wordt dat rechtmatig gevestigde aannemers hierdoor minstens f. 900 miljoen aan bouwproductie mislopen.

Geen wonder derhalve dat AVBB en vooral NVOB van wie met name de kleinere aannemers veel last hebben van beunhazerij, al jaren bij het ministerie van VROM bepleiten dat gemeenten worden gedwongen het bouwregister wel goed bij te houden. Zeker na de wijziging van de vestigingswet klemt dat nog meer.

Begin augustus vorig jaar beloofde staatssecretaris Tommel in antwoord op vragen van het VVD-Kamerlid Broos van Erp nog dat hij dat jaar, 1995 dus, met beleid op dat punt zou komen. Dat zou hij dan doen in het kader van de evaluatie van de herziene Woningwet en het Bouwbesluit. Volgens het ministerie van VROM zal dat nu zeer binnenkort het geval ke zijn.

Daarbij is het echter nog geenszins zeker dat de bewindsman de bouwregistratie ongeschonden laat. Gemeenten voelen in het algemeen het bijhouden van het register als een nutteloze zaak omdat er toch geen gebruik van gemaakt wordt. Aannemers maken er blijkens verschillende rapporten weinig gebruik van omdat het onvolledig is.

Wat de SBAB’s betreft is het bouwregister, maar dan wel goed bijgehouden, absoluut noodzakelijk om de handhaving van de Vestigingswet en de strijd tegen beunhazerij goed te ke aanpakken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels